null Beeld

Column

Hanneke: “Ik wil zo graag dat het eten stopt, dat ik wel móét praten”

Hanneke Mijnster (40 en een beetje) leest, praat en schrijft het liefst over de liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby. Deze week schrijft ze over haar gevoelens die bedolven liggen onder een dikke laag suiker.

De sla is slechts voor de show. Dat zie ik pas bij de kassa. Mijn mandje ligt vol met E-nummers, vetten en koolhydraten. Zelfs sinterklaasschuim ligt erin, terwijl mijn jongens bij hun vader zijn. En een zakje ijsbergsla. Kleinverpakking, niet bedoeld om op te eten, weet ik. Een mand vol meuk, die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt. Maar ík wel.

Ging er zelfs speciaal voor naar de supermarkt, een wijk verderop en lopend, zodat mijn lijf dat kanon aan calorieën nog enigszins kon herbergen. Overwoog nog een grap te maken aan de kassa, iets in de trant van ‘kinderfeestje’ of ‘herfstvakantie hè’, maar om deze laffe smoes zou niemand lachen, dat wist ik ook wel.

Feestvreugde van korte duur

Zo’n smoes is een schijnbeweging, net als de daad zelf. Deze shoppingspree, Hanneke Groenteman beschreef het ooit als ‘doorzakken bij Jamin’ in haar gelijknamige boek, was namelijk een geplande eetbui. Een eetfestival zelfs, meerdaags, net als vroeger. Met lekker anarchistisch de lunch overslaan en - als het écht gezellig is - het avondeten ook.

Maar de feestvreugde is van korte duur, want ik weet beter.

Het verdoven lukt niet meer

Voor mij is het geen verrassing dat mijn mandje zo vol ligt. Ik moet keihard aan de bak met onderdrukken. Alle zeilen bij om vooral niets te voelen. Ik moet namelijk gaan praten. Over gevoelens, en dingen van vroeger, over emoties die ik veertig jaar lang vakkundig de mond gesnoerd heb. Bedolven onder een dikke laag suiker. Rotzakken die, nu de zelfliefde stijgt, zich zomaar een weg naar de oppervlakte knagen tussen de slinkende centimeters door. Klootzakken.

De grootste domper is nog wel dat verdoven niet meer lukt. Ik wil de spanning voor het gesprek dempen, mijn faalangst monddood maken en gewoon eens mijn lijstje afvinken in plaats van alles voelen. Maar mijn lijf is me te slim af. Ik prop van alles naar binnen, maar demp niks, voel van alles en sta om zes uur met een bomvolle maag alsnog in een vegetarische pastasaus te roeren omdat ik mezelf groente en warmte gun.

De waarheid op tafel

Voor het toetje wend ik me tot mijn verkering (nee, niet zo! Wat je denkt ben je zelf) en vertel haar voorzichtig over de malende schrokkers in mijn hoofd en hart. Ze luistert lief, want zo is ze, en na twee dagen uitstellen en volproppen volg ik alsnog haar tips op. Vriendin N. gooit me ook wat brokken liefde en support toe en zegt hoe zij de zaken ziet.

Ik wil zo graag dat het eten stopt, dat ik wel moet praten.

Of zal ik het opschrijven? In plaats van zeggen? Nee, dat klopt ook niet. Het is geen coming-out of geheim, het gaat juist om het gesprek. Zonder dempen, zonder excuus-sla. Gewoon de waarheid op tafel.

Kleine-meisjes-tranen

‘Kunnen we dit weekend praten’?, app ik naar thuis.

Het kan.

Drie dagen later zitten we aan mijn tafel. Tranen rollen, wenkbrauwen fronzen en mondhoeken krullen. Ik huil mijn kleine-meisjes-tranen en voor het eerst sinds heel lang liggen mijn handen weer in die van mijn vader. Nog warmer en zachter dan vroeger. Troostend, voedend, veilig. Precies wat ik nodig heb.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden