null Beeld

Column

Hanneke: “Taal is net een bouwpakket van Ikea”

Hanneke Mijnster (40 en een beetje) leest, praat en schrijft het liefst over de liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby. Deze week schrijft ze over haar liefde voor taal.

Jongens. Even over de apostrof. Je weet wel, die knappe cashew in de lucht, na een letter of een woord. Die mooie halve maan dreigt een beetje tussen de ondergeschoven kinderen te belanden. Nou, en daar wil je niet liggen hoor. Ondergeschoven en achtergesteld. Zelfs niet als ieniemienie komma.

Spellingnazi

Je moet weten dat ik mezelf best als een progressief iemand zie. Nieuwe ideeën? Gooi ze op me. Verandering? Let’s! Een discussie? Kom maar op en pak me bij de kladden. Toch zijn we vaak conservatiever dan we zelf denken. Misschien omdat niemand echt graag die stugge staander is. Als er één arena is waar de blijvers en de bewegers tegenover elkaar staan, dan is het wel in de Nederlandse taal. Betweters noemen zich spellingnazi met een glimlach en slaan je in volle vaart met het Groene Boekje om de oren. ‘Te allen tijde’ is het, roepen ze om het hardst. Prima, klopt, oké. Maar waarom zeg je niet gewoon ‘altijd’? Klinkt toch lekkerder? Overnieuw? Fout! Het is ‘opnieuw’ of ‘overdoen’. Ja, dat was het, maar inmiddels kent het boekje ook vijftig tinten groen en is overnieuw gewoon goed (doch informeel gebruikt).

Taal in dienst van de mens

Mooi, hoe taal werkt. Als de foutwijzers altijd gelijk kregen, zouden we treuzelen nu nog steeds slabakken noemen en het zou je je man nog steeds op zijn knevel kussen. Nu zeggen we snor. En dan schreven we lopen nog steeds met dubbel o. Vooruit, dat ‘me’ geen bezittelijk voornaamwoord is, moge duidelijk zijn. Maar ook hiervan zou het me niet verbazen als we drie herdrukken verder alsnog overstag gaan. Onder luid protest wellicht, maar taal staat nog altijd in dienst van de mens en niet andersom, dus het is mooi dat ze af en toe wat met ons meegroeit.

Het bekt niet

Maar dan die apostrof. Blijk ik ineens ook zo’n regelroeper van te worden. De apostrof is geen woord, nee, maar een leesteken. Maar het mooie is dat hij een heel woord weet te voorkomen. Ha! Hartstikke efficiënt dus. Toch lijken steeds meer mensen, en zelfs media die niet gezegend zijn met een goede eindredacteur (Hoi Bettina! Hoi Franke!), nu in de val te trappen van de vullende verwijzing. Schrijven ze ineens, zonder blikken of blozen, ‘Liz haar wens is trouwen’ (deze is voor jou, lieve Jojan!) of ‘André Hazes zijn moeder’. Dat is een papercut, je kleine teen die tegen de bedrand stoot en wrijven in je oog terwijl je net uien stond te snijden, ineen. Zo pijnlijk dat je een vloek voelt opkomen, in drie seconden van nul naar honderd. Echt, hou ermee op. Het bekt niet, die extra ‘zijn’ of ‘haar’, dus waarom zou je? We hebben immers gewoon die guitige apostrof en de letter -s om te verwijzen naar bezit. Dus waarom zou je je huig kneuzen over dat ertussen gepropte woord?

De how-to

Taal is wat dat betreft net als een bouwpakket van Ikea. Je gooit wat losse onderdelen bij elkaar en ineens staat er iets moois. Je weet met je nuchtere verstand hoe het moet, maar af en toe spiek je nog even op papier of in Google. En, het belangrijkste: als je weerstand voelt, niet doorduwen. Zo is het met ‘haar’ en ‘zijn’ als bezitswoorden ook. Je maakt het jezelf er onnodig moeilijk mee, terwijl die apostrof gewoon prima naast de -s kan hangen zoals de inbus op de moeren past. Dus nog even, gratis en voor niks, de how-to: aan een zelfstandig naamwoord plak je gewoon een -s als je bezit wil aanduiden. Eindigt-ie al op een -s, dan schrijf je die apostrof. Een uitzondering houd je altijd, daarom schrijven we bij woorden die eindigen op een z of x (die klinken als een -s) de bezits-s wel vast aan het woord.

Het is Hannekes wens om nooit met Hazes’ moeder in de Ikea te staan. Zie je? Zo hoeven we niks meer onder te schuiven en vooral niks meer te forceren. Bedankt, namens alle huigen en oogballen, kan ik weer terug in mijn progressieve hokje.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden