null Beeld

column

Hanneke: “‘Ze zijn me gewoon vergeten’, snikt mijn kleine jongen”

Hanneke Mijnster

Hanneke Mijnster (40 en een beetje) leest, praat en schrijft het liefst over de liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby. Deze week schrijft ze over het vergeten kind.

Wat een opgave

In de jaren tachtig was het nog met schoolzwemmen. Iedere week reden we met een grote witte tourbus van Breda-vinex naar Breda-Noord en spartelden we ons met z’n dertigen tegelijk van diploma A naar diploma B. Toen al, ik was een jaar of acht, dacht ik: wat een opgave voor juf Carlies. Natuurlijk waren er ook hulpmoeders, maar dan nog. Dertig wilde achtjarigen, dertig natte zwempakken, dertig kansen op geschaafde knieën en gaten in hoofden, dertig broeken die niet over de klamme benen kunnen, dertig hulpvragen in een veel te warm hok. Met verhit hoofd en wat natte slierten hennagekleurd haar in haar nek, deed mijn lieve juf wat ze kon. Anderhalf uur later drentelden we allemaal weer naar buiten.

Die ene keer, 29 koppies

Capuchon op, sjaal om, en stuk voor stuk de bus in. Juf Carlies telde de koppies bij de deur en we moesten altijd naast ons maatje zitten. Voor mij was dat Eva, onafscheidelijk sinds de kleuterklas waren we. Bijna elke dag speelden we samen, en anders belden we wel. Meestal over niks, want wat heb je nou eigenlijk te melden in groep vijf. In de zomervakantie ging ze vaak zes weken naar de camping en dan was ik, met slechts een week fietsvakantie in Drenthe in het vooruitzicht, toch vijf weken onthand. Natuurlijk kwam ik weleens een paar nachtjes logeren daar, maar ik was altijd blij als de school weer open en alles weer bij het oude was.
Goed. Eén keer was er geen sprake van drentelen, maar van stuiteren bij die bus. De aanleiding weet ik niet meer, misschien mochten we wel afzwemmen of was het bijna kerst. Het einde van het jaar is immers de periode dat drukte en vermoeidheid tangoën in je hoofd. We reden al op de randweg toen juf Carlies de bolletjes telde in de bus. 29. Nog een keer tellen. 29. “Jongens, wie mist zijn vriendje of vriendinnetje?” vroeg ze, met een lichte ernst in haar stem. Niemand reageerde. Drie klappen in haar handen. “Jongens, denk eens goed na!” Maar we wisten het niet. Pas toen we op school aankwamen was het Eva die zei: “Waar is Jorn?” Er klonk gegiechel in de klas, en oh en ah. Eva vond het zielig en ik ook. Thuis vertelde ik het met een grapje, en zelfs jaren later kwam het voorbeeld nog weleens langs in een “hahah wat erg hé”-vorm. Die arme juf, die arme jongen, maar het ongemak werd altijd weggelachen.

‘Ze zijn me gewoon vergeten’

Tot vandaag. Half drie, mijn karretje vol met weekendsnacks, wanneer Freek me belt. Dat is niet de bedoeling. “Ik moet naar het bowlingfeestje, maar ik ben iedereen kwijt”, snikt hij. De school is al twintig minuten uit. Hij had al in die knappe huurschoenen moeten staan. Ik bel de vader van de jarige, maar na twee keer lang overgaan neemt hij niet op. Met Freek spreek ik af dat hij naar huis komt, die vader app ik wat het geval is. “Wat erg, sorry”, stuurt hij terug. We wachten binnen op hem. Duizend bowlingballen op mijn hart. Zo vrolijk mogelijk stapt Freek even later binnen. Er volgt een verhaal over het kerstontbijt en de bewondering van zijn kerstmuts vol gouden pailletten. Pas wanneer ik mijn grote elfjarige op schoot trek, komen de tranen. “Ze zijn me gewoon vergeten!” snikt mijn kleine jongen. Freek besluit dat hij toch nog graag naar het feestje wil. Ik breng hem, de vader van de jarige verontschuldigt zich met een grap over te veel jongetjes en Freek rent zijn vriendjes tegemoet.

Emoties, een strike op littekens

Terug in de auto bel ik mijn ex. “Ze zijn hem gewoon vergeten!” huil ik. Dat die ouders hem niet gemist hebben is nog tot daaraan toe. Ik ben zelf ook geen held met twaalf drukke jochies. Maar dat niemand van zijn vriendjes vroeg: “Hee, waar is Freek?”, dat breekt mijn hart. En zo denk ik ineens weer terug aan die middag in 1988. Hoe moet die moeder van Jorn zich wel niet gevoeld hebben? En weer voelde ik hoe de emoties van je kind een strike gooien op je eigen littekens. Oud zeer, een mesje over de wonden die gedicht zijn maar nooit helemaal geheeld. Een spiegel van de pijn van niet gezien worden, of de angst daarvoor, die in de echo dubbel zo luid klinkt. Opgroeien is fouten maken in veiligheid en leren om met pijn en teleurstelling om te gaan. Behoeden is zinloos. Anti-liefde zelfs, want hoe leren kinderen anders om zichzelf staande te houden? Ja ja, bla bla. Weten is anders dan voelen. Vandaag waren de rollen omgedraaid. Want die kleine druif veerde razendsnel weer op, als de pinsetter op de bowlingbaan, en had een fantastische middag met zijn vrienden. Terwijl ik mijn hart kegel voor kegel rechtop zet.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden