null Beeld

“Hier gaat Titia niet naartoe”, zegt Boy

Manon schrijft in haar dagboek over haar moeder, gezin, vriendinnen en werk bij de plaatselijke krant. Met haar ex Joris kreeg ze Robbert en dochter Willeke, nu pubers. Ze heeft een relatie met de veel jongere Boy, de vader van baby Titia.

column

Donderdag

In de tuin wachten Boy en ik op Robbert, die vandaag zijn laatste examens had. Hij denkt dat hij gaat slagen. Ik hoop het met heel mijn hart. Dan is hij eindelijk klaar met de middelbare school, waar hij nooit echt zijn draai heeft gevonden, en kan hij aan de studie beginnen die hij echt leuk vindt. Met Joris heb ik afgesproken dat we hem een ticket naar Griekenland cadeau geven als hij slaagt. Stelios heeft hij voor het laatst in de herfstvakantie gezien. Een eeuwigheid geleden als je zo jong bent.
Pas tegen vijven komt Robbert thuis. Aan de manier waarop zijn fiets tegen de muur klettert, hoor ik dat hij al wat heeft gedronken. Met een brede grijns loopt hij op ons af. “Vakantie! Vakantie! Vakantie! En nooit meer naar school! We hebben het vast met een groepje gevierd, met een biertje op een terras!”
“Leuk, lieverd.” Ik sla mijn armen om hem heen. “Ik ben zo trots op je! Je had ook kunnen afknappen in dit rare coronajaar, maar je hebt toch doorgezet! Heb je zin in nog een biertje?”
“Doe maar.” Hij gaat naast Boy op de tuinbank zitten en ik loop naar de keuken om wat hapjes te maken. Nadat ik die naar de mannen heb gebracht, loop ik naar Wils, die weer eens met Floris op haar kamer zit. Geen idee wat ze daar doen. Wils heeft me bezworen dat ze niet zwanger gaat raken en daar vertrouw ik maar op. Discreet klop ik aan en vervolgens zeg ik tegen de dichte deur: “Komen jullie naar beneden? We vieren dat Robbert klaar is met zijn examens.”
Ik hoor ze overleggen en dan zegt Floris: “Is goed.”
Even later zitten we allemaal in de tuin en Robbert heeft het hoogste woord. Dat hij de nieuwe Daan Roosegaarde gaat worden en fantastische kunstwerken zal maken, waarmee hij over de hele wereld beroemd wordt. Patserpraat. Ik vind het wel aandoenlijk, maar als ik naar Wils kijk, schrik ik. De uitdrukking op haar gezicht kan ik niet duiden. Is ze nu boos of verdrietig? Vragen heeft geen zin, omdat ze me toch geen antwoord geeft. Ik denk dat ze afgelopen week nog geen honderd woorden tegen me heeft gezegd. De caissière van de supermarkt praat nog langer met me. Weer schieten de woorden van Eef door mijn hoofd: “Je moet meer qualitytime doorbrengen met Wils.” Maar hoe dan?

Maandag

De leidster van de kinderopvang heeft ronde hamsterwangen. “Wat leuk dat jullie vast een kijkje komen nemen”, zegt ze. “Zullen we eerst naar de baby-afdeling gaan? Daar zit Titia tenslotte straks ook.” We moeten plastic hoesjes over onze schoenen aantrekken en dan leidt ze ons naar een zaaltje waar het naar diarree ruikt en een kindje oorverdovend aan het huilen is. “Dat is Noah”, zegt de leidster. “Hij moet nog wat wennen.” Drie baby’s in wipstoeltjes zitten nogal wezenloos voor een babygym en een leidster is een jongetje aan het verschonen. Vervolgens leidt ze ons naar een zaaltje waar de peuters worden opgevangen. Daar zitten een stuk of acht kinderen aan tafel fruit te eten. Ook hier is een slaapgedeelte: bedjes boven elkaar in een soort kooiconstructie. “Uiteraard sluiten we die goed af, zodat niemand uit bed kan vallen.”
Dan doen we onze sloffen uit, zeggen gedag en staan we weer buiten. Ik hoef niet aan Boy te vragen hoe hij het vindt, ik zie het zo al. “Hier gaat Titia niet naartoe”, zegt hij.
“Maar wat wil je dan? Maanden geleden heb ik Titia voor een aantal kinderdagverblijven opgegeven en zij waren de eerste die plek hadden. Moet ik dan niet gaan werken? Je weet dat we ons dat financieel niet kunnen veroorloven.”
“We vinden wel een oplossing”, zegt hij.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden