DOOR DIK EN DUN

Hoe ben ik een goede vriendin in tijden van nood?

null Beeld Dana van Leeuwen
Beeld Dana van Leeuwen

Wat te doen als een vriendin het moeilijk heeft? Is een knuffel genoeg of helpt het om ervaringen te delen? Psycholoog Sanne van Arnhem weet wat we wel en vooral níet moeten doen, zoals de sukkel-vraag stellen bijvoorbeeld.

Als een goede vriendin, moeder, tante, beste vriend of dierbare buurvrouw het zwaar heeft, willen we maar één ding: het beter maken voor de ander. Dat is een menselijke, logische en empathische behoefte. Los van de vraag hoe dat dan moet, eerst het ontnuchterende nieuws: de kans is klein dat dit daadwerkelijk zal lukken. Het leven zit vol fijne ervaringen, maar ook vol tegenslag, verdriet, pech en ellende. Iedereen krijgt daarvan wel een portie, niks aan te doen. Dat wil niet zeggen dat we machteloos moeten toekijken hoe een ander lijdt. Hoewel we andermans verdriet en pijn niet kunnen voorkomen of ongedaan maken, er is altijd wel íets wat we kunnen doen.

null Beeld

Volgens coach Sanne van Arnhem, afgestudeerd psycholoog, begint het allemaal met het besef dat we een ander alleen kunnen stéunen, niet kunnen rédden. In haar onlangs verschenen boek Red mij niet beschrijft ze de valkuilen waar wij als goedbedoelende reddende engelen in kunnen tuimelen. Door haar werk als coach en trainer op het gebied van communicatie en persoonlijke ontwikkeling merkte Van Arnhem dat mensen niet alleen bedrijfsmatig maar ook privé vaak worstelen met dezelfde vraag: wat kan ik doen om die ander écht te helpen? “De eerste stap die je moet zetten, is beseffen dat je een naaste die het moeilijk heeft niet kunt en ook niet moet wíllen redden. Althans, niet in de letterlijke zin, zoals je iemand van de verdrinkingsdood redt. Je helpt iemand het beste door te steunen.”

Herken de redder

Een goede steun en toeverlaat moet dus eerst de redder in zichzelf zien te herkennen en beseffen: zo moet het dus niet. Denk aan situaties waarbij we beslissingen gaan nemen voor een ander (“Ik doe de afwas wel, ga nou maar zitten!”) en daarbij weinig oor en oog hebben voor wat een ander echt nodig heeft. Houd in gedachte dat de meeste mensen juist floreren als ze het gevoel hebben dat ze iets kunnen, competent zijn, én een gevoel hebben van autonomie, dus zelf de regie hebben over hun leven. Ook, of juíst, als het even slecht met ze gaat en ze zich dus behoorlijk waardeloos voelen. Als redders begeven we ons al snel op juist die twee vlakken.
Van Arnhem: “Ik weet nog dat mijn moeder in het ziekenhuis lag en dat haar lippen moesten worden ingevet met vaseline. De verpleger liet haar dat zelf doen. Ik was woest: die vrouw is hartstikke ziek, help haar! Later begreep ik dat de verpleger het haar bewust zelf liet doen. Op die manier gaf hij haar de beste steun. Zo ervaarde ze het zelf ook, hoorde ik later. Ze vond het fijn dat ze ondanks haar situatie in elk geval nog iéts zelf kon.”

RECEPT VOOR GOEDE STEUN

Een gouden formule voor steun bestaat niet, ieder mens is anders. Maar… met NIVEA kom je een heel eind. Dit staat voor Niet Invullen Voor Een Ander. Zo doe je dat.

1. Stel open vragen: Hoe voelt dat? Wat zou je graag willen? Zo krijgt de ander de kans om aan te geven waar hij of zij behoefte aan heeft. Sanne van Arnhem: “Neem het antwoord vervolgens wel serieus. Als iemand zegt: laat me maar even met rust, moet je niet alsnog die avond met een pan soep op de stoep staan.” Best lastig, want veel mensen zijn geneigd om hulp af te wimpelen. Een optie is dan om een voorstel te doen dat misschien wél zal helpen. Maar ook daarbij geldt: ken je grenzen en respecteer uiteindelijk ook het ‘nee’ van de ander.

2. Stel dus geen gesloten vragen waarin een oordeel doorklinkt, of die zelfs niet eens een vraag zijn maar een mening op basis van eigen ervaringen: Dat is wel heftig zeker? Dat lijkt me echt de hel, naar hoor.

3. Vermijd de sukkel-vraag waarin het oordeel van de vragensteller al doorschemert. Dit zijn vragen waar in gedachten het woord ‘sukkel’ achter geplakt kan worden. De vraag begint vaak met ‘Waarom’ en er zit ook meestal een ‘gewoon’ in de zin: Maar waarom heb je dan niet eerder de huisarts gebeld? Waarom ga je niet gewoon weer beginnen met die sportlessen? Floept er toch een Sukkel-vraag uit, leg dan uit dat die niet oordelend bedoeld is, maar dat je graag beter wil begrijpen wat er in de ander omgaat. Wat zou je nu kunnen helpen hierbij? kan een mooie vervolgvraag zijn om de Sukkel-vraag goed te maken.

null Beeld

Wat niet helpt

Het redderssyndroom staat echte steun vaak in de weg. Hetzelfde geldt voor ongevraagd advies of een stellige mening of een oordeel. Ook dat maakte Sanne van dichtbij mee, tijdens haar bevalling. “Ik had me enorm goed voorbereid, maar dat kon niet voorkomen dat er halverwege medisch moest worden ingegrepen. Het voelde voor mij als falen. Rationeel wist ik dat die gedachte onzin was, maar ik heb het mezelf lange tijd kwalijk genomen dat de baby had kunnen overlijden. Als ik erover vertelde en zei dat ik last had van angstaanvallen en nachtmerries en dat ik slecht sliep, kreeg ik nauwelijks steun van mijn omgeving. ‘Joh, dat hoort erbij,’ zeiden ze dan. Ik voelde me daardoor niet gerustgesteld. Integendeel, het was alsof ik me aanstelde. Er was ook een kennis die meteen een enorm heftig bevallingsverhaal begon te vertellen. Daar klapte ik totaal van dicht. Tegen de meeste kennissen heb ik er niks over gezegd, maar ter plekke besloten dat ik met een volgend probleem niet meer naar hen toe zou gaan.

Tegen een vriendin die ik echt niet kwijt wilde ben ik wel eerlijk geweest: ‘Deze reactie helpt me niet, ik voel me nu alleen maar een aansteller.’ Zij vond het niet leuk om te horen, maar zei: ‘We willen je alleen maar geruststellen, we vinden het gewoon rot dat je je zo voelt.’ Het was beter geweest als ze had gezegd: ‘Sorry, ik had geen idee, wat helpt je wel?’ Maar ja, we leven nu eenmaal niet in een sprookje. Ik heb uit mezelf aangegeven wat wel zou helpen bij mij, namelijk de ruimte krijgen om erover te praten zonder dat het werd afgedaan met ‘dat gaat wel weer over’. Overigens ben ik inmiddels dankzij EMDR-therapie verlost van de flashbacks en nachtmerries en geniet nu volop van mijn zoon.”

De pen-truc

Sanne: “Cliché maar waar: door los te laten houd je iemand pas echt vast. Denk aan een pen, die kun je stevig omklemmen, maar je kunt hem ook ontspannen op je handpalm laten rusten, zonder ’m te omklemmen. Dat is pas écht helpen.” ■

null Beeld

Marianne (38) leed lange tijd aan angststoornissen.

“Een angststoornis is voor veel mensen ongrijpbaar. ‘Er is toch niks om bang voor te zijn?’, zeggen ze dan. Tja, vertel dat maar aan mijn gestreste brein dat vandaag heeft besloten niet meer uit de piekerstand te komen. Wat helpt, is als vrienden me de ruimte geven wanneer het – soms heel onverwachts - toch niet gaat. Dat ze het oké vinden als ik last minute afzeg omdat ik er op het station pas achter kom dat ik uitgeput ben en alleen maar energie heb om op de bank te liggen. En dat ze accepteren dat ik op sommige uitnodigingen wél inga en op andere niet. Van uren wandelen met een vriendin kan ik enorm opladen, maar een verjaardagsfeestje waarbij je in een kringetje zit met een stukje taart vind ik uitputtend. Dat is moeilijk uit te leggen, want je hoeft toch niks? Alleen maar taart eten en wat kletsen! Mijn ervaring is dat je ondanks alle onbegrip moet blijven aangeven wat voor jou wel en niet haalbaar is. Dan maar scheve gezichten af en toe. Echte vrienden blijven wel.”

PS

Marianne gebruikte een tijdlang antidepressiva om op de been te blijven. Het afbouwen was een ingewikkeld proces, waarover onlangs haar boek Stoppen met antidepressiva verscheen (Uitgeverij Ten Have).

Do’s & don’ts

Coach en psycholoog Sanne van Arnhem noemt een opmerking als: maar er is toch niks om bang voor te zijn? een ‘sukkel-vraag’ (zie kader). “Als je iemand wil helpen, bedenk dan eerst of je vraag niet voortkomt uit een oordeel of een vorm van onbegrip waarmee je de ander wil aansporen om er anders naar te kijken – wat over het algemeen nogal onhaalbaar is. In dit geval gaat Marianne niet opeens denken: nou inderdaad, er is niks om bang voor te zijn, laat ik maar stoppen met die angststoornis. Beter is om een open vraag te stellen, bijvoorbeeld: ik ken dit niet, het lijkt me heel naar. Kun je me er meer over vertellen?”

null Beeld

Monique (44) verloor begin vorig jaar haar vader.

“Het gebeurde onverwachts, we waren er allemaal kapot van. Met corona had zijn overlijden niks te maken, maar door corona was het hele rouwproces heel ingewikkeld. De uitvaart moest in kleine kring, dat was een enorme puzzel. We hadden nauwelijks fysiek contact met familie en vrienden en de fijne afleiding van even uit eten of napraten in een café was niet mogelijk. Ik liep een paar dagen later echt met mijn ziel onder mijn arm door de supermarkt. Daar kwam ik mijn buurvrouw tegen, die het nieuws via via had gehoord. Op zich vond ik het fijn dat ze naar me toe kwam, maar toen zei ze: ‘Gelukkig is hij niet gestorven aan corona. Wat is dat erg hè, al die mensen op de IC. Dat is hem toch maar mooi bespaard gebleven.’ Ik wist niet wat ik moest zeggen. Moest ik nou dankbaar zijn dat het zo gelopen was? Ik mompelde iets van bedankt en ben snel de supermarkt uitgelopen. Ze gaf me het gevoel dat mijn verdriet er niet mocht zijn omdat zijn dood niet aan corona-gerelateerd was.”

Do’s & Don’ts

In haar praktijk hoort coach Sanne van Arnhem vaker dit soort verhalen. “Mensen zijn geneigd om alles op zichzelf te betrekken, zeker als het om heftige thema’s als ziekte en dood gaat. In dit geval was de buurvrouw waarschijnlijk heel bang om iemand kwijt te raken of zelf geraakt te worden door corona. In haar ogen was dat misschien het állerergste wat er kon gebeuren. Ze ging er daardoor totaal aan voorbij dat niet iedereen er zo over denkt en dat het ventileren van haar eigen emoties niemand helpt. Dat ze op Monique afstapte, is wel positief. Veel mensen doen dat niet omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Nou, wat dacht je van een interesse-vraag: ‘Ik heb het nieuws gehoord, hoe gaat het met je?’ Je kunt ook eerlijk aangeven: ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen. Kan ik iets voor je doen?’ Voorkom in elk geval dat je het over jezelf gaat hebben, zoals de buurvrouw van Monique. Gebeurt dat toch voordat je er erg in hebt, dan kun je altijd zeggen: ‘Sorry, het raakt nogal aan mijn eigen verdriet en mijn eigen angsten. Maar het gaat nu even om jou, hoe gaat het met je?’”

null Beeld

Veronica (34) had op haar 32e haar menopauze, waardoor ze ongewenst kinderloos is.

“Tijdens een reis in Azië kwam ik erachter dat ik veel symptomen had die duidden op de overgang: ik sliep slecht, was overgevoelig voor de zon en had het ‘s nachts vaak opeens heel warm. Thuis zocht ik het uit. Ik bleek inderdaad POI te hebben, vervroegde overgang. Zes maanden later zou ik gaan trouwen. Ik heb mijn vriend gevraagd of hij daar nog achter stond als ik hem nooit een kind zou kunnen geven. Gelukkig is hij gebleven.

Die fase was voor mij

hartverscheurend, zeker toen ik na veel research zeker wist dat ik echt onvruchtbaar was. Ik kwam in een fase van rouw, maar veel mensen in mijn omgeving waren daar nog niet aan toe. Reacties als: ‘Kan het niet gewoon stress zijn?’ of: ‘Kun je geen IVF proberen?’ hielpen totaal niet. Natuurlijk had ik dat allang uitgezocht. Wat wel hielp, waren de empathische reacties van een paar goede vrienden. Ze huilden mee als ik het zwaar had, hielden me vast en luisterden. Meer was niet nodig. Juist het gevoel dat mijn verdriet er mocht en mag zijn, is heilzaam. Als mensen advies geven, is dat voor mij een teken dat ze niet kunnen omgaan met dat machteloze gevoel dat ik ze geef. Het ís ook moeilijk te accepteren dat niet alles maakbaar is in het leven, zeker in onze huidige maatschappij. Maar juist het doorvoelen van mijn pijn en het oefenen met acceptatie is voor mij een belangrijke les geweest. Die les geef ik nu als yogadocent weer door.”

Veronica geeft yogalessen over de menopauze en onvruchtbaarheid.

Do’s & Don’ts

De neiging om te relativeren is verleidelijk, weet coach Sanne van Arnhem. Het voelt misschien alsof daarmee een deel van andermans verdriet of pijn wordt weggenomen, maar het tegenoverstelde is waar. De ander krijgt juist het gevoel dat hij of zij zich aanstelt. “In het geval van Veronica moet je dus geen dingen zeggen als: ‘Gelukkig ben je verder gezond.’ Of: ‘Kinderen zijn best een zware last, hoor!’ Oplossingen aandragen, zoals: ‘Anders kun je altijd nog adopteren’, is ook niet oké. Het beste wat je kunt doen, is luisteren en open vragen stellen, zeker als je zelf geen ervaring hebt met de situatie. Zo geef je de ander de erkenning dat het inderdaad heel zwaar is.”

  • Styling: Sandra Kissels
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden