José Rozenbroek Beeld Libelle
José RozenbroekBeeld Libelle

Column

Hoe ze het voor elkaar kregen weet ik niet, maar alle peuters bleven tijdens het eten aan tafel zitten

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Mijn kinderen gingen vier jaar lang vier dagen per week naar de crèche. Het waren de jaren 90 en er waren vriendinnen, familieleden, buren en wildvreemden die dat heel zielig voor ze vonden. Die me onverbloemd of onderhuids te verstaan gaven ‘dat je geen kinderen kreeg om ze vervolgens weg te stoppen in een kinderdagverblijf’.

Rammelen aan het hekje

In het begin trok ik me dat vreselijk aan, ik had een knoop in mijn maag als ik Judith in de box legde naast een ander kindje dat haar vervolgens een vinger in haar lieve oogje stak. Of wanneer Lotje krijsend aan het hekje stond te rammelen als ik naar mijn werk vertrok. God weet hoe schuldig ik me heb gevoeld. Dat ebde weg toen pal om de hoek kinderdagverblijf Pipoka werd geopend met de liefste leidsters van de wereld: Nanda en Linda. Die meiden waren tien jaar jonger dan ik, maar konden honderd keer beter opvoeden.

Aan de hand van Linda leerde Lotje lopen en met eindeloos geduld kreeg Nanda Judith zindelijk. Hoe ze het voor elkaar kregen weet ik niet, maar alle peuters bleven tijdens het eten aan tafel zitten, aten zonder morren hun bordje leeg en leerden het speelgoed te delen. Er werd niet voorgedrongen bij het klimrek en de glijbaan, er werd gezongen en voorgelezen en als olifantjes achter elkaar gemarcheerd. ’s Middags gingen alle kinderen verplicht een uurtje naar bed, óók de kinderen die thuis halsstarrig een middagdutje weigerden. Discipline, goede manieren, rekening houden met elkaar: het werd ze allemaal spelenderwijs bijgebracht.

Hoogtepunt van het jaar

Soms organiseerden de leidsters een sleepover, dan mochten alle kinderen een nachtje blijven slapen. Dat zou in het post-Robert-M-tijdperk nooit meer kunnen, maar geloof me: het was voor mijn dochters het hoogtepunt van het jaar. Hun ogen gaan nog steeds glanzen als ze aan Pipoka denken. Inmiddels is het slechte imago van het kinderdagverblijf er wel uitgesleten bij de meeste tweeverdieners. Momenteel gaat 89 procent van de peuters naar de crèche en ik hoor nooit meer jonge moeders en vaders jammeren over schuldgevoel en falend ouderschap. Ze zien ook dat hun kinderen daar dingen leren die ze thuis niet voor mogelijk hadden gehouden.

Dat is ook precies ook de reden dat de SER, de Sociaal-Economische Raad, een belangrijk raadgever van de regering en parlement, adviseert om ook kinderen van niet-werkende ouders kinderopvangtoeslag te geven. De 11 procent van de peuters die niet naar de crèche gaan, hebben veelal ouders uit de onderste inkomensklassen en juist die ‘zouden die voorschoolse educatie het meest nodig hebben’.

Natuurlijk hoor je ook stemmen dat dat veel te duur gaat worden: tussen de 500.000 en 800.000 miljoen euro extra aan toeslagen. Dat is serieus geld, en de belastingbetaler zal het moeten ophoesten, maar als ik eraan denk hoeveel miljarden er afgelopen jaar zijn weggesmeten aan onzinnige Sywert-van-Liendenmondkapjesdeals, onnodige Fieldlab-experimenten en andere overhaaste coronabeslissingen, dan denk ik: peanuts, doen! Ik gun elke peuter een Linda, een Nanda, een kinderdagverblijf dat een feestje is én dat de basis legt voor een gelijke start in het leven.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden