interview

“Ik was die vrouw die op zondag het vlees sneed”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Ze schreef zo’n zestig dierenboeken en sinds 2003 bijna elk jaar een thriller. Niet zo gek dus dat Esther Verhoef (52) het liefst altijd werkt. “Zorgeloos genieten en ontspannen? Ik kán het gewoon niet.”

Ze komt wat geagiteerd binnenvallen in het hotel waar we hebben afgesproken, man Berry in haar kielzog. De hond is ziek en spuugde vanochtend vlak voor vertrek nog even de boel onder. “Het liefst was ik bij haar gebleven”, verzucht Verhoef, tenger, gekleed in een vrolijke blauw-rode broek en witte sweater. Ze bekent dat ze vannacht slechts drie uur heeft geslapen, maar daar is niets van te zien; haar ogen staan wakker onder de lange blonde haren. “Ik heb het vijf uur zien worden. Toen ging Berry eruit om te gaan hardlopen.”

Als we even later met een caffè latte in de lounge zitten, met uitzicht op het buitenzwembad waar straks de fotoshoot zal plaatsvinden, vertelt ze hoe ze vroeger bijna elke nacht doorhaalde. “Ik was hoofdredacteur van een aantal dierenbladen, schreef informatieve dierenboeken, daarnaast fotografeerde ik dieren en had ik mijn eigen dierenfotostockbureau. ’s Nachts, als het rustig was in huis, schreef ik mijn thrillers. Ik stond altijd aan.”

null Beeld

Jullie hebben ook nog drie kinderen.

“Berry deed de dagelijkse verzorging. Ik was die vrouw die op zondag het vlees sneed. Mijn zoon heeft zich ook weleens vergist. Stond-ie als kleuter in de keuken aan mijn broek te trekken: ‘Juf, juf!’” Ze lacht. “Toen dacht ik wel even: misschien moet toch het roer om.”

Had je nooit een schuldgevoel?

Kritische blik. “Stel je die vraag ook aan mannen? Ik denk niet in termen van schuldgevoel. Ik ben er genoeg geweest en Berry was er fulltime voor de kinderen. Hij is een heel leuke vader! Toen ze klein waren, stoeide hij met ze, kookte voor ze, kleedde ze aan en vlocht de haren van de meiden.”

En jij was de bezeten schrijver.

“Niet bezeten. Wel gedreven. Nog steeds.”

Onvoorstelbaar productief is Verhoef. Bijna zestig informatieve dierenboeken heeft ze op haar naam staan, van De grote hondenencyclopedie tot Handboek katten fokken. Van die dierenboeken verkocht ze er ruim 8 miljoen in tachtig landen. In 2003 schreef ze haar eerste psychologische thriller, Onrust, waarmee ze doorbrak bij een breed publiek. Sindsdien verschijnt van haar vrijwel elk jaar een boek dat geheid een bestseller wordt en in verschillende landen wordt vertaald: psychologische thrillers, romans, non-fictie, verhalen. Onder het pseudoniem Escober schreef ze samen met Berry ook een aantal actiethrillers.

De nachtdienst is haar laatste boek. Hoofdpersonen zijn alleenstaande moeder Emma en haar veertienjarige dochter Vegas. Emma is dierenarts en begint aan een nieuwe baan bij een dierenkliniek midden in een bos. Van haar aantrekkelijke baas Deon mogen moeder en dochter wonen in het appartement boven de praktijk. Vegas is niet blij nu ze elke dag kilometers moet fietsen naar school en om haar vrienden te zien. Op een nacht wordt Emma gewekt door twee mannen, die haar dwingen hun gewonde kameraad te opereren. De plot rondom moeder en dochter kent een aantal onverwachte wendingen en niemand is zoals hij aanvankelijk lijkt te zijn.

Ik was eigenlijk gestopt met thrillers, al die duistere boeken waarin vrouwen worden verkracht en levend begraven…

“Ik ook! Dat zijn niet mijn soort boeken. Ik schrijf geen detectives, ik schrijf boeken over ménsen, psychologische thrillers, die zeker niet alleen plotgedreven zijn. Als het goed is, wil je weten hoe het verdergaat met die hoofdpersonen. Omdat ze écht voor je worden. Ik wil dat mijn lezers geen woorden en zinnen meer lezen, maar in de wereld daarachter verdwijnen. Als je mijn boek openslaat, gaat lezen en niet meer kunt stoppen, dán heb ik het goed gedaan.”

Hoe ontstaan jouw verhalen?

“Het begint altijd met een of twee sleutelscènes, die ik zó graag wil schrijven dat ik er een heel boek omheen verzin. In mijn eerste thriller kwam al een dierenarts voor die een levensreddende operatie op een mens moest uitvoeren. Dat gegeven heb ik altijd interessant gevonden. Nu vond ik het tijd om dat verder uit te diepen. In De nachtdienst kruip ik in de huid van Emma, de dierenarts die daartoe wordt gedwongen. Wat doe je als je dit overkomt? Wat gaat er door je heen?”

null Beeld

Dat is een spannend fragment geworden: je vóelt het vakmanschap van Emma, de spanning en haar mededogen naar die jongen op de operatietafel.

“Ze reageert vanuit haar plichtsbesef, ze wil geen patiënt verliezen. Maar óók vanuit haar moedergevoel. Je ziet weleens van die berichtjes in de krant, over een moord, met een foto erbij van een knul met zo’n kwetsbaar pubersmoeltje. Dat vind ik dan zo verdrietig.”

In de achterstandswijk waar ze opgroeide werd Esther vanaf haar vierde gepest. In een eerder interview vertelt ze: “Later heb ik voor mezelf geanalyseerd dat die kinderen in afschuwelijke omstandigheden opgroeiden. Er werd gedronken, gevochten, gescheiden. Wat je in de dierenwereld ziet, zie je ook bij mensen: die reageren zich af op de zwaksten. In dit geval was ik er een van: ik was mager en de kleinste van de klas.” Op haar veertiende geeft ze een van de pestkoppen een pak slaag. “Die dag won ik, puur op karakter. Daarna waren de verhoudingen voorgoed veranderd.”

Vegas is een eenzame, boze puber. Lijkt ze op jou toen je zo oud was?

“Nee, helemaal niet zelfs. Joh, de puber die ik was, is echt niet te vergelijken met de kinderen die nu veertien zijn. Zo’n personage als Vegas verzin ik, maar ik wil haar wel echt leren kennen, zodat het een meisje wordt van vlees en bloed. Ik heb me verdiept in haar jeugdcultuur, de taal, de muziek, haar gedachtewereld… Als ik iemand volledig kan doorgronden, als ik weet: dit vind jij leuk, hier kom jij vandaan, dat zijn je vrienden, zo sta je in het leven, dit is jouw muziek – als ik al die facetten ken, dan kan de toon niet meer missen.”

Verhoef is geen schrijver die een paar uurtjes per dag schrijft en dan wat anders gaat doen. Nee, ze zit acht of twaalf, soms zestien uur achter de laptop. “In de eerste fase schrijf ik heel intuïtief. Langzaam ontstaan de personages, groeien ze in mij, worden ze echte mensen, misschien nog wel echter dan in de werkelijkheid. Berry is mijn sparringpartner, hij kent mijn personages ook van haver tot gort. Vroeger spraken we soms zo veel over ze tijdens het eten dat de kinderen er gék van werden. Kregen we een spreekverbod.” Ze lacht.

“Voor Vegas heb ik me geprobeerd voor te stellen hoe het is als je moeder, een workaholic, besluit te verhuizen naar the middle of nowhere. Terwijl je op een leeftijd bent dat je alleen maar met je vrienden wilt chillen. Om me in haar te verplaatsen, heb ik veel geluisterd naar Billie Eilish, een idool voor veel jonge meiden. Mijn nichtje van zestien, ze is dyslectisch, heb ik op een avond alle hoofdstukken voorgelezen waarin Vegas voorkomt. Ik wilde zeker weten of alles klopte: de wereld waarin Vegas zich beweegt, de taal, de kleren, de muziek. Ze verbeterde me dan: ‘Wat is dat voor woord? Ken ik niet.’”

Na dat intuïtieve schrijfproces gaat Verhoef nog eindeloos vaak door het manuscript, ze schakelt meelezers in, luistert naar hun kritiek, schaaft, schrapt en herschrijft tot de laatste komma klopt. “Het einddoel moet zijn: een lekkere thriller waarin je kunt verdwijnen, waaraan je de inspanning niet kunt aflezen. Dat is de essentie van lezen, dat je kunt ontsnappen naar een andere wereld.”

In jouw boeken zijn de mannen vaak stoer en knap, geweldige minnaars, met schouders van staal en armen als graniet. Ondeugende giechel.

“Ik leef soms wel twee jaar met zo’n man. Mag hij dan alsjeblieft een beetje aantrekkelijk zijn?”

De vrouwen zijn vaak dertigers die sterker blijken dan ze aanvankelijk dachten.

“Die sluipen er altijd wel in. In dit boek werken de moeders zo hard dat de kinderen eenzaam worden en van het rechte pad dreigen te raken.”

Geen spiegel van jezelf?

“Misschien onbewust.” Ze lacht. “Zo zijn we weer terug bij je beginvraag. Of ik schuldgevoel ken. Mijn zoon is nu vijfentwintig, mijn dochters tweeëntwintig en eenentwintig. Je zou het ze zelf moeten vragen of ik het goed heb gedaan. Ze zeggen in koor dat ze een fijne jeugd hebben gehad. Zeker toen we in Frankrijk woonden hadden ze een heerlijke, vrije tijd. Alles kon en mocht: spelen in de hooiberg, dansen op het dorpsfeest… We woonden op een berg, in een kleine gemeenschap van hooguit tachtig mensen. Om vier uur kwamen de kinderen een vieruurtje halen, een quatre heure heet dat. Altijd iets met Nutella, typisch Frans. Stonden ze met z’n allen in de keuken: ‘Merci madame!’ En dan zag je ze even later door het veld naar de boerderij verderop rennen voor de volgende snack.”

Waarom zijn jullie weer naar Nederland verhuisd?

“Vanwege hun middelbare school, maar ook omdat ik hier steeds vaker moest zijn voor promotieactiviteiten, interviews, nominaties. Berry en ik doen die dingen samen, dat is heel fijn. Dan kan ik me focussen op het gesprek en doet hij de praktische dingen eromheen. Daardoor hadden de kinderen wel vaak een oppas of moesten mijn ouders worden ingevlogen. Dat was niet meer houdbaar.”

Esther was een serieus kind, dat van lezen hield en al vanaf haar zevende elke dag stukjes schreef.

Waar kwam die drive vandaan?

“Die heb ik altijd gehad. Als ik iets heel graag wil, en ik voel dat het goed is, laat ik me daar door niemand van afbrengen.”

null Beeld

Heb je dat geleerd in die moeilijke jeugd?

“Dat is mijn karakter. Mijn vader heeft dat ook.” Schouderophalend: “Die had ook een moeilijke jeugd, maar wie niet?”

Als ik het goed begrijp, kom je uit een chaotisch, maar liefdevol gezin.

“Mijn vader was er bijna nooit. Overdag verkocht hij advertenties voor de plaatselijke krant, ’s avonds speelde hij in een band. Drie, vier keer per week repeteren, in het weekend optreden.”

Was het een hippiegezin?

“Nee, juist niet. Ik denk dat mijn ouders een van de weinige niet-hippies waren. De familie van mijn vader, dat waren mensen die echt heel hard hebben moeten knokken om überhaupt een dak boven hun hoofd te hebben. Ze waren vioolspelers, marskramers, overlevers. Ik heb meegedaan aan het tv-programma Verborgen verleden, daaruit bleek dat een voorvader op zijn zevenenzeventigste naar de gevangenis moest omdat hij midden in de winter hout had gestolen.”

Je zegt ergens dat je gelooft dat trauma’s genetisch worden doorgegeven.

“Ik ben geen wetenschapper, en deze kennis staat nog in de kinderschoenen. Wat ik fascinerend vind: ik las over een onderzoek waarvoor baby’s allerlei foto’s te zien kregen. Bij huizen, auto’s en honden was de reactie neutraal, bij foto’s van spinnen en slangen werd angst gemeten. Dat is toch ongelooflijk? Zo’n baby’tje in een Vinex-wijk, waar nog nooit een slang is gesignaleerd. Dat is een instinct dat we doorgeven via onze genen. Ik kan niet wachten tot we daar meer van weten. Ik denk dat dat ook veel gaat verklaren van fobieën, angststoornissen, bepaalde drives waarvan je denkt: waar komen die vandaan? Dat vind ik zo interessant: wat is nature en wat is nurture? Wat is aangeboren en wat aangeleerd?”

Ben jij ook een overlever?

“Op de middel-bare school wilde ik al op eigen benen staan. Ik had een eigen bedrijfje. Ik importeerde hondenhalsbanden van zadelleer uit Engeland en papegaaienspeelgoed dat niet kapot kan uit Amerika.”

Je hebt kennelijk een zakelijk instinct.

“Dat heeft misschien wel met dat overleven te maken. Mijn overgrootmoeder, de oma van mijn vader, werd als kind met de hondenkar vol lompen buitengezet. Ze mocht pas terugkomen als alles was verkocht. Ik heb haar nog goed gekend. Ze woonde in de binnenstad van Den Bosch, vlak bij de bibliotheek. Als ik nieuwe boeken ging halen, ging ik altijd bij haar langs, koffiedrinken, beetje kletsen. Ze overleed toen ik achttien was.”

Over evolutie gesproken: zij liep met de lompenkar langs de boerderijen, jij bent een veelbekroond auteur. Hoeveel boeken heb je wel niet verkocht?

“Veel.”

Hoeveel?

“Alles bij elkaar, wereldwijd, met de dierenboeken erbij, toch wel 10 miljoen.”

Als jij wilt, kun je de hele dag bij dat zwembad liggen.

“Zelfs als ik het zou kunnen, dan zou ik het nog niet willen. Ik kán het gewoon niet, zorgeloos genieten en ontspannen. Vraag maar aan Berry. Zelfs een dag vakantie lukt al nauwelijks. Ik wil eigenlijk het liefst altijd werken. Of op z’n minst een beetje nuttig bezig zijn.”

ESTHER VERHOEF IN HET KORT
Esther Verhoef is geboren in Den Bosch. Na de mavo en havo werkt ze in de sales buitendienst van een meubelbedrijf. Ze wordt columnist voor Flair en schrijft tussen 1995 en 2005 informatieve dierenboeken. Na haar thrillerdebuut in 2003 volgen onder andere Rendez-vous, Close-up, Tegenlicht, De kraamhulp, Lieve mama en Façade. Samen met haar man Berry Verhoef publiceert ze onder het pseudoniem Escober actiethrillers met diepgang. In 2020 verschijnt de bundel Labyrint – de verhalen. Haar laatste boek De nachtdienst ligt nu in de winkel. Esther en Berry zijn 35 jaar samen en hebben drie volwassen kinderen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden