Interview – Hans Kazàn

redactie

“Kijk”, wijst Kazàn als hij de oprit van zijn villa oprijdt en er een onooglijk bruin hondje aan komt lopen. “Dat is Okki, een Spaans zwerfhondje dat al jaren bij ons woont. Okki was er destijds vreselijk aan toe maar we hebben haar weer opgelapt. Ooit liep ze hier onder een auto, waardoor ze een oog mist. Nu is ze halfblind en keft naar alles,­ eigenlijk is ze een lelijk, oud wijf. Maar ze loopt nog steeds zó op een grote hond af als het haar niet zint. Mijn schoondochter Maartje vergeleek mij ooit in een interview met Okki. Achteraf verontschuldigde ze zich daarvoor, maar dat was helemaal niet nodig. Want ik lijk ook op dat beest. We zijn allebei niet dood te krijgen.”

Even daarvoor heeft hij ‘zijn’ Spanje laten zien: de rustige haven van badplaats Cabo­pino in het hart van de Costa del Sol, op wandelafstand van zijn huis. Spanje is voor hem als de liefde, zegt hij, “die kan ik ook niet verklaren.” Jarenlang ging hij iedere zomervakantie met zijn gezin naar deze plek, tot ze dertien jaar geleden definitief besloten er te gaan wonen. Inmiddels zijn ze allemaal ‘verspaanst’: zoon Renzo trouwde in Cabopino en woont met zijn gezin bij zijn ouders in de buurt, zoons Steven en Oscar komen hier vaak langs als ze niet samen met Renzo op reis zijn voor hun eigen magische shows. En dochter Lara woont nog thuis, maar vliegt binnenkort als laatste uit, om surfles te geven op een Canarisch eiland. Ze zijn een circusgezin, zegt Kazàn. Een reizend gezelschap dat zich overal thuisvoelt, maar vooral bij elkaar. En naar Nederland wil niemand nog terug, al is dat land nog steeds belangrijk nu hij er weer veel werkt. Nederland: daar wordt op de snelweg vaak naar hem getoeterd, soms steken mensen op straat ineens hun duim naar hem op. Daar staan na afloop van een optreden of lezing altijd wel wat veertigers hem op te wachten. “Die dan vertellen dat ze als kind naar mijn goocheltrucs keken in het programma Ren je Rot.” Al die herkenning heeft ook een donkere kant, weet hij. “Mijn theater dat misging en die hartaanval: het was nieuws. Natuurlijk vonden sommige mensen dat ook gewoon heerlijk: kritiek op wie ik ben en wat ik doe, heb ik altijd al gekregen. Maar ik heb me nooit iets aangetrokken van wat een ander denkt. En meestal wordt gewoon gevraagd of het weer een beetje met me gaat.”

En?

“Het gaat goed. Vroeger zei ik altijd: ik ben gezond en gelukkig. Maar met dat ‘gezond’ kijk ik nu wel uit. Ik heb een flinke tik gekregen van die hartaanval, al is dat alweer twee jaar geleden. En eigenlijk moet ik rustig aan doen, veel bewegen en niet te veel eten. Ik weet het niet zeker, maar achteraf denk ik dat alle stress en de ellende rond het Magic Palace hun tol hebben geëist.”

Dat debacle rond je eigen magische theater in Torremolinos is alweer zes jaar geleden, maar toch: wat ging er mis?

“Ik ben opgelicht door een Nederlandse investeerder die de contracten zodanig had opgesteld, dat ik de klos was. De contracten waren door hem opgemaakt, hij was de zakenman van ons tweeën en ik vertrouwde hem. Maar vier maanden na de opening riep hij ineens dat hij wilde stoppen omdat er niet genoeg geld binnen­kwam. Dat is belachelijk snel, dat geeft ook aan dat het niet deugde. Maar dat had ik helemaal niet door. Er kwam behoorlijk wat geld binnen en het theater liep wel degelijk, al moesten we nog wel op stoom komen. Maar hij hield voet bij stuk dat we moesten stoppen omdat het niet liep. Ik vond dat heel raar en begreep dat niet, maar ik wilde mijn leven ook niet ruïneren met ruzies. Dus ik zei tegen mijn kinderen die de shows van Magic Unlimited feitelijk draaiden: ‘Jongens, we stoppen met die show, ik zoek wel een andere plek voor jullie om op te treden en dat theater lossen we later wel op. Toen bleek dat, op het moment dat ik de exploitatie stopte, alle aandelen van het onroerend goed vervielen aan de investeerder. Maar het werd erger. Halverwege de bouw van het theater bleek dat alles duurder werd en er extra geld moest komen. Dus heb ik het geld van mijn huis, een bedrag van ruim anderhalf miljoen euro, opgenomen als lening en erin gestopt. Op het moment dat we de optredens stopten, was ik alles kwijt: mijn werkkapitaal, mijn spaargeld, alles.”

Hoe heb je je zó kunnen vergissen?

“Ik kan mezelf alleen verwijten dat ik de papieren niet goed gelezen heb.”

Eigenlijk zeg je dat je bent opgelicht.

“Het type mens waar ik mee in zee ging, noemt dat slim zakendoen. Zijn truc was: ik krijg alles in handen en verkoop het met winst. En toen bleek dat hij met een onverkoopbaar pand achterbleef omdat het op gemeentegrond stond en het nog vijftig jaar een magic theater moest blijven, werd het pas echt vals. In de kranten en bladen verschenen via hem allerlei negatieve verhalen. Las ik ineens in het AD of De Telegraaf: ‘Hans Kazàn is een schoft. En een oplichter.’ Dat deed echt pijn. Kijk, je mag me een slechte goochelaar of een slijmbal vinden, maar een schoft of oplichter ben ik niet. Daarvoor ben ik er al te lang, en heb ik sinds mijn twintigste al met te veel mensen samengewerkt.”

Je kon toch terugpraten via diezelfde kranten?

“Ik heb ook mijn verhaal gedaan, maar toen kwam er wéér een heel anti-Hansstuk. In artikelen zag ik cijfers uit mijn eigen boekhouding terug, maar dan net zó dat het niet klopte. Het was gewoon een hetze. Achteraf vind ik dát het ergste: dat het echte verhaal, mijn verhaal, de kranten nooit gehaald heeft. Tegen roddel en achterklap is het moeilijk weren. Maar ik heb het leren loslaten, ik moest wel. Sommige mensen zijn goed, andere slecht. Die laatste groep is er helaas.”

Dat klinkt berustend. Maar was je niet ook heel teleurgesteld?

“Toen alle negatieve aandacht langzaam verdween, was ik al zwaar uit balans. Ik had me laten meeslepen door alle kwaadsprekerij, maar was ook mijn droom kwijt waar ik keihard voor had gewerkt. Ik was een vrolijk, optimistisch mens. Natuurlijk had ik ups en downs, maar nu werd ik depressief. Wendy luisterde in die tijd soms aan de bad­ kamerdeur of ze nog geluid hoorde, of het nog wel goed met me ging. Uiteindelijk heeft ze het beste gedaan: gewoon naast me blijven staan tot er weer een lichtpuntje kwam. Ze zei vaak: ‘Hans, wat maakt het in vredesnaam uit? Het gaat maar om géld. Als we samen ergens in een hut moeten wonen, maken we er ook wel weer iets van.’ En dat was niet makkelijk praten van haar, want alles was weg. We hadden niet eens meer ergens een potje met honderd euro. Er was alleen nog maar schuld.”

Wanneer kwam het keerpunt?

“Met mijn gezin deed ik in 2008 mee aan het SBS6-programma Groeten uit de Rimboe. Bij thuiskomst werden we opgewacht door jour­nalisten, omdat er weer over me werd ge­schre­ven. Op weg naar huis in de auto belde een redactielid van De Wereld Draait Door, of ik mijn verhaal die avond in de uitzending wilde vertellen. Ik wilde alleen maar slapen, maar mijn zoon Oscar zei: ‘Papa, dít moet je doen. Dit is een journalistiek programma, het is live, ze kunnen niet knippen. Nu kun je jouw verhaal vertellen.’ Nou, dat heb ik gedaan, en dat was een hele opluchting. Daarna begon het bedrijfsleven ineens te bellen, en een paar maanden later gaf ik mijn eerste lezing. Voor best elitaire, hooggeplaatste mensen. Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest. Kijk, bij goochelen kan ik me vasthouden aan mijn truc, nu moest ik ineens mijn verháál vertellen. Doodeng, maar dat balletje ging rollen en nu ben ik fulltime spreker. Ik praat over vallen, opstaan en verdergaan. En laat dat vallen maar weg trouwens, ik praat over opstaan en verdergaan. Dat is in deze tijd heel actueel.”

Lopen er nog rechtszaken?

“Die ruim ander­half miljoen euro leende ik uiteindelijk aan die investeerder. En dat geld wil ik terug. Het zal heel moeilijk worden, maar iemand gaat het voor me proberen.“

Lees het gehele interview in Libelle 20

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden