Interview – Ramsey Nasr

redactie

We zien Ramsey Nasr (38) vaak: op tv, in de bioscoop. Maar laten we niet vergeten dat hij ook Dichter des Vaderlands is. Een drukbezet man. “Ik liet mijn werk boven de liefde gaan, maar dat doe ik nu niet meer.”

Voor een interview met Ramsey Nasr moesten journalisten niet zo heel lang geleden nog naar Antwerpen. Achttien jaar lang was dat de woonplaats van de dichter/acteur. Hij studeerde er aan de Toneelschool en bleef er hangen ‘vanwege de liefde en alle leuke mensen’. Ook was het wel prettig om als Dichter des Vaderlands (wat hij sinds 2009 is) vanaf een afstandje naar Nederland te kijken en erover te schrijven. Toch koos hij ervoor om in 2010 naar Amsterdam te verhuizen. Voor zijn acteerwerk (recentelijk speelde Ramsey in de serie Overspel en de film Süskind) was het praktischer om dichter naar het vuur te trekken. Er moet echter wel gezegd worden dat Nederland niet altijd als een warm bad voor hem aanvoelt. Op internetfora vallen er regelmatig mensen over hem heen. De dichter steekt zijn mening over onder andere het kabinet-Rutte en de partij van Geert Wilders namelijk niet onder stoelen of banken. Vooral het terugschroeven van de subsidies op cultuur en het gehamer op de Nederlandse identiteit maken hem furieus. Als hij dat verwoordt in een van zijn gedichten, komt er vaak meteen een hoos van venijnige reacties. Enkele daarvan zijn terug te vinden in het voorwoord van zijn dichtbundel Mijn nieuwe vaderland. De strekking is veelal dat Ramsey ‘terug moet naar zijn eigen land’ en dat men blij is dat kunst ‘gedesubsidieerd’ wordt.

Waarom heb je die kritiek zo expliciet opgenomen?

“Ik wil laten zien dat een dichter kennelijk dat soort reacties losmaakt. En zo’n reactie is niet per se tegen mij als persoon gericht, maar tegen mij als kunstenaar. Dit zijn mensen die vinden dat alle kunstenaars op hun luie kont zitten en subsidieslurpers zijn. Niet zo vreemd trouwens dat men dat steeds meer rondbazuint, want we hebben een premier die gewoon zegt dat kunstenaars moeten stoppen met hun portemonnee open te houden richting de overheid. Alsof dat echt ons enige doel is in het leven. Op den duur gaan de kiezers dat overnemen en wordt het de algemeen geldende mening over kunst.”

Wat doet het met je als onbekenden zulke harde dingen over je zeggen? Of als een Dominique Weesie van PowNews zijn middelvinger naar je opsteekt, omdat-ie je te links vindt?

“Ach, je moet een dikke huid hebben en die heb ik inmiddels wel. Ik zou het waarschijnlijk wel anders ervaren als ik alleen maar negatieve reacties kreeg, maar er zijn ook mensen die me een hart onder de riem steken en zeggen: ‘Ramsey, laat je niet klein krijgen!’ Toch blijft het een vreemd fenomeen dat iemand je dood wenst als het diegene niet zint wat jij gezegd hebt. En dat je dan ineens een nep-Nederlander genoemd wordt. Dat laatste gebeurt sinds een jaar of twee. Dat mensen mijn achternaam zien en me een nep-Nederlander noemen. Op fora schrijven ze dan dingen als: ‘Konden ze geen echte Nederlander vinden als Dichter des Vaderlands?’ Dat is pittig, ja, en daarom vind ik ook dat daar een pittige reactie op mag komen.”

Dat dichten, hoe is dat zo gekomen?

“Ik schrijf al sinds de middelbare school en op de Toneelschool zette zich dat voort. In het begin waren het vooral liefdesgedichten over meisjes met wie ik verkering had. Vaak ging ik dichten als ze het uitmaakten, haha. Mijn allereerste bundel bevat ook allemaal gedichten die voor echte meisjes zijn. Ik weet nog goed dat ik het gedicht De geliefden schreef voor mijn eerste echte vriendin, net nadat het uitging tussen ons. Dat heb ik toen zelfs nog naar haar op­gestuurd, maar haar reactie was niet on­verdeeld positief. Ze zei iets in de trant van: ‘Tja, als jij dit zo voelt, moet je dat zo opschrijven.’ Daar had ik natuurlijk weinig aan, maar inderdaad: het stond nu wel op papier. En toen dat gedicht gepubliceerd werd in een bundel, had ik het idee dat er ook echt iets mee gebeurd was: het was veranderd, het gedicht ging ineens niet meer over haar. Sindsdien schrijf ik trouwens minder en minder over bestaande personen. Mijn tweede bundel is puur vanuit mijn fantasie geschreven.”

Achtergrond

De wortels van zijn vader, en dus ook die van Ramsey, liggen in Palestina. Ramsey’s vader kwam op zijn zeventiende naar Europa om in Joegoslavië te studeren. Het was zijn bedoeling om weer terug te gaan naar Palestina, maar tijdens een reis naar Nederland kwam hij een Nederlandse tegen op wie hij verliefd werd. In 1974 werd Ramsey geboren. Hij kreeg een Nederlandse opvoeding, thuis werd er uitsluitend Nederlands gesproken en hij ging naar een elitair gymnasium in Rotterdam. Ramsey: “Het was toen niet zo makkelijk om als Palestijn in Nederland te wonen. Nederland was erg pro-Israël en als je zei dat je Palestijn was, dan dachten ze meteen dat je een terrorist was. Ik denk dat mijn ouders hun kinderen een volledig Nederlandse opvoeding hebben willen geven om ons ellende te besparen.” Pas toen een docent op de Toneelschool vroeg naar zijn half-Palestijnse achtergrond, kwam het besef bij Ramsey dat hij er wel heel weinig van afwist. Na de Toneelschool bezocht hij samen met zijn vader zijn familie in Palestina. Voor zijn vader was het de eerste keer in 32 jaar dat hij terugkeerde.

Waarom is je vader zo lang niet teruggegaan?

“Hij wilde gewoon niet terug zolang er een Israëlische bezetting was. Natuurlijk miste hij zijn familie en zijn land, maar hij wilde geen tanks, vlaggen en checkpoints zien. Niet die vernedering ondergaan. Maar op een gegeven moment werd het

verlangen te groot. Dus toen kwam daar toch het moment dat we er samen heen wilden. Ook omdat er al familieleden overleden waren. Ik moest er gewoon naar toe.”

Hoe was het voor jou om daar te zijn?

“Het is het mooiste land dat je je kunt voorstellen. De Westelijke Jordaanoever is heel vruchtbaar, echt een bijbels land. Dat is ook de reden dat Israël het wil inpalmen met nederzettingen en niet wil afstaan. Om er voor het eerst te zijn was een heel bijzondere, maar ook bevreemdende ervaring. Mijn familie, die ik nog nooit had gezien, stond me op te wachten met wijd open armen en iedereen omhelsde me als de verloren zoon. Terwijl mijn tante haar armen om mij heen sloeg, moest ik de hele tijd tegen mezelf herhalen: ‘Dit is je tante, dit is je bloed’. Dat is toch niet iets wat zomaar vanzelf gaat als je nog amper weet wie die mensen zijn en hoe ze heten. Maar ik vond het erg aangrijpend en het heeft veel invloed op me gehad. Voor het eerst werd mijn Palestijnse familie er een van vlees en bloed. Voor het eerst werd de andere helft van mijn afkomst tastbaar.”

Kijk je nu anders naar jezelf, nu je meer weet van je Palestijnse afkomst?

“Ja. Ik besef dat ik niks echt helemaal ben. Dat mijn afkomst gemengd is. Ik kan het net zo goed hebben over ‘Wij Nederlanders’ als over ‘Wij Palestijnen’. Het heeft zo’n invloed op me gehad, dat ik merk dat mijn identiteit soms verschuift. Ik vind ook dat Nederlanders moeten accepteren dat hun identiteit nu eenmaal niet eenduidig is. Ik begreep Máxima heel goed toen ze zei dat ‘dé’ Nederlandse identiteit niet bestaat: er zijn er meerdere. Iedereen is in principe onzuiver en wij willen maar blijven denken in ‘pure Nederlanders’. Maar onze grootste filosoof Spinoza had geen druppel Nederlands bloed, onze grootste romancier Mulisch… geen druppel Nederlands bloed, Vondel… geen druppel Nederlands bloed en onze grootste kleinkunstenaar Ramses Shaffy had ook geen druppel Nederlands bloed. En dat is ook helemaal niet belangrijk – maar het wordt tegenwoordig voor het gemak nogal eens vergeten. We moeten niet doen alsof we allemaal ooit puur Nederlands zijn geweest. We moeten ermee ophouden om steeds maar in hokjes te denken.” ?

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden