Interview – schrijfster Simone van der Vlugt

Simone van der Vlugt is een van de drie grote thrillerschrijvers die we in Nederland kennen. Haar naam wordt in een adem genoemd met die van Saskia Noort en Esther Verhoef. Opvallend is dat ze een enorme productie heeft: ze is nog niet klaar met het ene boek of ze begint alweer met het volgende. Tussen haar laatste boeken (de thriller In mijn dromen en de historische roman Rode sneeuw in december) zat slechts vier uur pauze. Het zat in de planning om na afronding van deze twee romans vakantie te nemen, maar toen werd haar gevraagd het geschenkboekje voor de Maand van het Spannende Boek te schrijven.

Een grote eer?

“Absoluut. Dit boekje is gedrukt in een oplage van achthonderdduizend exemplaren. Dat is ontzettend veel, dus ja, dat doet je wel wat. Maar ik moet toegeven dat ik ontzettend moe was toen ik hoorde dat ik was uitgekozen om dit te doen. Ik zat net op een punt dat ik de computer niet meer kon zien. Ik liep echt op mijn tandvlees, had vreselijk hard gewerkt en was leeg. In het begin wist ik ook echt niet waarover ik moest schrijven.”

Hoe heb je dat kunnen omkeren?

“Ik las een boek over een vrouw die aan geheugen­verlies leed en langzaamaan haar geheugen weer terugkreeg. Het verhaal bleef hangen en mijn fantasie ging ermee aan de haal. Geleidelijk aan ontstond het idee om iets met zintuigen te doen. Eerst dacht ik nog aan blindheid, maar dat werd later slechtziendheid. Met name omdat Annemiek van Munster, een volger van

mij op Twitter, me erop wees dat juist voor slechtzienden zo weinig begrip is. Zij is slechtziend en heeft daarover ook een boek geschreven.”

Hoe lukte het je om je in te leven in de slechtziende hoofdpersoon Manon Jonker?

“Ik heb vooral heel veel met Annemiek gesproken over haar beperking. Ze is bij mij thuis geweest en dan zie je meteen hoe iemand zich beweegt in een vreemde omgeving, met stok en geleidehond. Ik wilde heel graag van haar weten wat ze nu eigenlijk zag, bijvoorbeeld als ze naar mijn gezicht keek.

Annemiek ziet alleen vage contouren, welke kleur mijn ogen hebben, is voor haar niet te bepalen. Om mij een beetje een idee te geven van hoe ze zich verplaatst, nam ze me mee naar het Centraal Station van Amsterdam. Daar kreeg ik een bril op die mijn zicht precies zo maakte als het hare.

Arm in arm en geleid door haar hond hebben we toen door de stationshal gelopen. Het was een heel rare gewaarwording. Mijn bakens waren de tl-buizen aan het plafond. Ik volgde de lichtvlekken.”

Er komt een overval voor in het verhaal. Klopt het dat je zoiets zelf ooit hebt meegemaakt?

“Ja, toen ik nog in Amster­dam woonde, is dat me een keer overkomen.­ Net na mijn studie. Ik kwam bij een uitzendbureau voor werk. Het was in een pand in een kelder en ik was er samen met de intercedent. Plotseling kwamen er drie mannen binnen. Ze bedreigden ons en haalden de zaak leeg.

Zo op het eerste gezicht hadden ze geen wapens, maar ik wist niet of ze nergens een pistool of een mes verborgen hadden. De intercedent was trouwens heel moedig, zij rende achter die jongens aan en schreeuwde dat ze overal vanaf moesten blijven, maar ik deed niks.

Terwijl ik achterbleef in een lege ruimte en in principe de mogelijkheid had om de politie te bellen. Maar ik zag de jongens

de hele tijd heen en weer lopen in de hal en ze keken regelmatig naar binnen. Dus ik besloot: ik ga mijn leven niet op het spel zetten voor een paar printers.

Verder is het allemaal goed afgelopen, maar door zo’n gebeurtenis ga ik wel nadenken. Door­denken. Wat als… Daar komen veel van mijn verhalen uit voort.”

Lees het gehele interview in Libelle 23

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden