Wereld Dovendag Beeld Getty Images
Wereld DovendagBeeld Getty Images

Iris (47) is al haar hele leven doof: "Als kind dacht ik dat het later wel over zou gaan"

Eén op de twaalf Nederlanders is slechthorend en zo’n 15.000 Nederlanders zijn helemaal doof. Zo ook de 47-jarige Iris, die als horend kindje werd geboren maar nu doof door het leven gaat.

Omdat het Werelddovendag is, vertelt zij haar verhaal, over opgroeien, communiceren, daten en leven als dove in een horende wereld.

Liplezen

“Ik werd geboren als horend kindje. 6 maanden na mijn geboorte werd ik ineens doof. Waarschijnlijk kwam dit doordat ik het rodehond virus had opgelopen, maar of dit de directe oorzaak was, is nooit duidelijk geworden. Wel was ik vanaf toen een doof meisje in een voornamelijk horende wereld. Ik leerde door middel van liplezen te praten en ging naar een middelbare school voor horende mensen. Daar kreeg ik niet-dove vriendinnetjes en deed ik gewoon mee in de lessen.”

Geïsoleerd

“Hoe ouder ik werd, hoe vaker mijn doofheid me isoleerde van anderen. Ik wilde bijvoorbeeld op scouting, maar kreeg totaal geen aansluiting met de groep. Op de middelbare school waren er docenten die weigerden hun lessen aan te passen voor mij en als ik uitging met vriendinnen, in donkere, drukke kroegen, volgde ik niets van de gesprekken. Ik stond er maar een beetje bij terwijl zij met jan en alleman aanpapten.”

“’Je bent vast niet echt doof, je kunt zo goed praten’, hoorde ik vaak”

Schaamte

“Ik vertelde nooit aan anderen dat ik doof was. Ik kende geen volwassenen die doof waren en dacht vroeger dan ook altijd dat het wel over zou gaan als ik volwassen was. Ik schaamde me ervoor dat ik wel doof was. Daarbij had ik goed leren praten en hadden mensen het vaak niet door. Ik had zelfs een Limburgs accent meegekregen! Als mijn doofheid toch ter sprake kwam kreeg ik opmerkingen zoals ‘jij bent vast niet echt doof, je kunt zo goed praten.’ Yeah, right…”

Aandacht van jongens

“Toch bleef ik altijd alles doen, ik wilde mezelf niet uit het veld laten slaan door mijn eigenschap. Ik ging mee uit en had aan aandacht van jongens geen gebrek. Dat heeft zeker wel eens wat klappen opgeleverd. Zo vond ik Sjoerd ontzettend leuk. We waren uit en hadden veel oogcontact. Uiteindelijk vroeg hij of ik mee naar buiten ging. Ik stond te trappelen en wist zeker dat we zouden gaan zoenen! Maar eenmaal buiten vertelde hij me dat hij me leuk vond, alleen zou het niets worden omdat ik doof was… Au.”

Ongemakkelijke dates

“Ook toen ik rond mijn 30e ging daten, bleek het soms nog lastig. Ik zat op datingsites en sprak met mannen af. Van mijn doofheid maakte ik allang geen geheim meer en ik had verschillende leuke afspraakjes. Maar voor hen was dat soms ongemakkelijk. Voor een doof persoon is het namelijk heel belangrijk om veel en intensief oogcontact te maken om een goede connectie te leggen. Voor mannen was het dan heel ongemakkelijk dat ik ze zo lang en diep in de ogen staarde. Uiteindelijk liep het allemaal op niets uit.”

Vreemde reacties

“Toch leverde het ook grappige momenten op. Zo was ik een avond met een vriendin uit en ontmoette ik een jongen. Na een leuke avond en een heel goede klik leek het me een goed idee om hem te vertellen dat ik doof was. “Oh, dat wist ik al”, reageerde hij droog. Toen bleek dat hij me door de avond heen al vaak vragen had gesteld waar hij vreemde antwoorden op kreeg. Bijvoorbeeld: “Wat voor opleiding doe je?” “Uh, ja!” Ik schaamde me dood, maar we kregen toch een relatie.”

“’Je bent een leuke meid, maar omdat je doof bent gaat het niet werken’, zei hij tegen me”

Nergens thuis

“Uiteindelijk heeft mijn doofheid me opgebroken. Omdat ik volledig meedraaide in een wereld met horenden, had ik constant het gevoel dat ik mezelf moest bewijzen. De batterij was helemaal leeg. Ik kwam bij een psycholoog terecht die mij uiteindelijk de beslissende vraag stelde: “Waarom heb je eigenlijk geen contact met andere dove mensen?” Ik kende dat niet. Ik was nooit met mensen geweest die ‘hetzelfde’ zijn, dezelfde ‘taal’ spraken. Gebarentaal had ik nooit geleerd, maar horen kon ik ook niet en daardoor had ik nooit echt ergens bij gepast. Niet bij de horenden, maar ook niet bij de doven.”

‘Mijn taal’

“Dit opende wel mijn ogen. Ik begon aan de Docentenopleiding Nederlandse Gebarentaal en werd docent. Ik zette mijn eigen bedrijf op, waarmee ik mensen informeer over doofheid en gebarentaal in de vorm van lezingen, presentaties en workshops en eindelijk leerde ik ‘mijn taal’ spreken.”

Die man in het Gebarencafé

“Voor mijn opleiding moest ik naar dovenactiviteiten en zo kwam ik steeds meer in de dovengemeenschap. Ik kreeg dove vrienden en ontmoette op een dag een leuke dove man. Ik was inmiddels weer single en stond in het Gebarencafé in Den Bosch. Ik zag een van mijn kennissen spreken in gebarentaal met een leuke man, Nico. Ik kwam erbij staan, we raakten aan de praat en de vonk sloeg meteen over.”

Eindelijk thuis

“Ineens was de communicatie met iemand 100% toegankelijk. De band die ik kreeg met hem werd veel intensiever dan ik gewend was. Alles ging in gebarentaal en ik kon zonder moeite alles verstaan en mezelf verstaanbaar maken. Inmiddels zijn we 15 jaar samen en functioneren we als ouders in een verder volledig horend gezin. De kinderen zijn tweetalig opgevoed: met spreektaal en met gebarentaal. En ik voel me eindelijk thuis in een wereld die wél als de mijne voelt.”

Beeld: Getty Images.

null Beeld
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden