PREMIUM

Irma (55) was laaggeletterd: “Ik ben niet dom, maar een tekst lezen kostte me úren”

Irma (55) was laaggeletterd: “Ik ben niet dom, maar een tekst lezen kostte me úren”  Beeld Bart Brussee
Irma (55) was laaggeletterd: “Ik ben niet dom, maar een tekst lezen kostte me úren”Beeld Bart Brussee

Keer op keer verloor Irma van Leerdam (55) haar baan omdat ze grote moeite had met lezen en schrijven. Na haar laatste ontslag besloot ze haar probleem aan te pakken. “Op taalles zag ik dat er meer mensen zijn zoals ik.”

Laura van der MeerBart Brussee

“‘Het geeft toch niet dat je wat minder goed bent in lezen en schrijven’, zeggen mensen vaak. Maar echt, ze hebben geen idee hoeveel energie het kost om je staande te houden. Alles moet vandaag de dag geregeld worden via websites, formulieren of e-mails. Gewoon iemand bellen of naar een balie om iets aan een medewerker te vragen, is er in deze maatschappij nauwelijks meer bij. Laaggeletterdheid beïnvloedt je leven in bijna elk opzicht. Ik ben alleenstaand en heb geen kinderen. Omdat ik alleen ben, was ik altijd bang om brieven van instanties te openen. De consequenties als je iets verkeert begrijpt, kunnen groot zijn. Nieuwsbrieven van mijn werk? Niet aan mij besteed. Ik hoopte altijd dat ik nieuwtjes in de wandelgangen zou opvangen, maar ik had altijd de angst om iets belangrijks te missen vanwege mijn laaggeletterdheid.”

null Beeld

Naar de huishoudschool

“Pas toen ik elf was, werd ontdekt dat ik met lezen en schrijven niet mee kon komen met de rest van de klas. Toen ik mijn ouders op een avond iets wilde voorlezen, kwamen ze erachter hoe slecht ik las. Mijn zussen konden prima lezen, daarom hadden mijn ouders niet direct in de gaten dat er bij mij op school iets misging. Ook de docent had niet aan de bel getrokken. Mijn ouders kwamen meteen in actie en regelden extra taalles, maar in een half jaar krijg je nooit het niveau waar je normaal gesproken op de lagere school zes jaar over doet. Vanwege mijn taalniveau moest ik naar de huishoudschool. Niet dat ik dat wilde, maar ik had geen keus. Ook daar was weinig aandacht voor lezen en schrijven. Ik werd schoenmaker, maar besloot op mijn veertigste terug naar school te gaan en een mbo-opleiding tot sociaal pedagogisch medewerker te volgen. Ik deed heel lang over mijn opdrachten, maar met behulp van een vriendin die mijn werk nakeek, lukte het toch mijn diploma te behalen. Daarna mocht ik een toelatingstest doen voor een hbo-opleiding voor sociaalpedagogische hulpverlening. Toen regelde ik een officiële dyslexie-verklaring. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het was wel duidelijk dat er iets niet goed ging in mijn taalvaardigheid, maar het stond niet vast dat het vanwege dyslexie kwam. Toch heb ik na flink doordrammen de verklaring gekregen. Daardoor haalde ik de toelatingstest en kreeg ik meer tijd voor tentamens en opdrachten.”

null Beeld

Ik ben niet dom

“Laaggeletterdheid wordt vaak met domheid verward. Ik ben niet dom. Als ik iets hoor, begrijp ik het meteen. Maar een tekst lezen kostte me uren. Ik pluisde het regel voor regel uit en las het dan nóg eens om maar zeker te weten dat ik echt begreep wat er stond. Vrije tijd had ik nauwelijks door al dat studeren en ik raakte totaal oververmoeid. Het grootste struikelblok waren de boeken die ik moest lezen, dat ging echt niet. Toen kreeg ik het idee om bij de blindenvereniging te vragen of ze de schoolboeken wilden inspreken. Met luisterboeken zou het me wel lukken. ‘Je bent toch niet blind’, zeiden ze daar. Ik legde wanhopig uit dat ik kan zien, maar wel blind voor letters ben. Zonder hulp zou ik mijn opleiding nooit halen. Gelukkig zijn ze voor mijn argument gezwicht en werden de boeken voor me ingesproken. Natuurlijk zag ik dat leerlingen om mij heen veel sneller en makkelijker door de lesstof gingen. Ik ben nu eenmaal niet zo goed met taal, wist ik. Met enorme wilskracht is het mij gelukt om een hbo-opleiding af te ronden, terwijl mijn taalniveau niet hoger was dan basisschoolonderwijs. Doe wat je kunt, Irma, hield ik mezelf altijd voor. Als je iets wilt bereiken, kun je dat echt.”

null Beeld

Achter mijn rug uitgelachen

“Sindsdien heb ik verschillende banen gehad in de hulpverlening. Sollicitatiebrieven liet ik altijd nakijken door vriendinnen. Ik besefte goed dat ik taalkundig niet zo sterk was, daar maakte ik geen geheim van. Ik zei het ook tijdens sollicitatiegesprekken. ‘Geen probleem’, zeiden ze. Maar eenmaal aan het werk bleek het altijd wél een probleem te zijn. Een verslag schrijven over een patiënt, een mail sturen naar een instantie, iets opzoeken op internet: elke werkdag liep ik wel ergens tegen aan. Zo werkte ik op een dagbesteding, met mensen met een handicap of niet-aangeboren hersenletsel. Als ik medicatie moest rondbrengen, kostte het me veel tijd om te lezen wat een cliënt nodig had. ‘Wat doe je er lang over’, zei een collega dan. Of: ‘Heb je nou nóg niet gezien wat er staat?’ Soms werd ik gewoonweg achter mijn rug uitgelachen. Wanneer Nederlands je tweede taal is, is er veel begrip. Maar als je je moedertaal niet goed beheerst op schrift, begrijpen mensen daar niets van. Laat maar, dacht ik. Ik had geen zin om uit te leggen hoe het voor mij was.

Ontslag wegens laaggeletterdheid

Bij mijn laatste werkgever kreeg ik een inzinking. Om iets te regelen moest ik een mail sturen naar een directrice van een basisschool. ‘Wil je de tekst nog even nalezen?’, vroeg ik aan mijn leidinggevende. Dat hoefde niet van hem. In de handtekening van mijn mail stond al dat ik dyslexie heb, zodat mensen zouden snappen waarom ik niet foutloos schreef. Toch nam de directrice contact op met mijn leidinggevende om te zeggen dat ze het niet vond kunnen, iemand op mijn functie die zo slecht schreef. Dat had grote consequenties. Ik werkte er al bijna een jaar, maar mijn teamleider vond dat ik niet langer kon blijven. Het was inmiddels mijn zesde baan en wéér werd ik ontslagen.

Op dat moment volgde ik met collega’s een training. De cursusleider nam het voor me op en zei tegen mijn teamleider dat hij echt een verkeerde beslissing nam door mij niet aan te houden. Veel dingen kan ik namelijk wél. Ik ben analytisch, denk in oplossingen en ben makkelijk in de omgang. Maar er werd niet naar een oplossing gekeken: ik kon gaan. Dat maakt dat ik het vertrouwen in mensen wel ben kwijtgeraakt. Frustrerend is het ook. Ik heb zo veel gedaan om vooruit te komen en het lukte me maar niet om een baan, waarin ik me op mijn plek voelde, te behouden.

null Beeld

Aangemeld voor een taalcursus

Hoewel ik het verschrikkelijk vond om weer ontslagen te worden, was dit voor mij ook de ommekeer. Zo kan het niet langer, besloot ik. Deze handicap begrensde me echt. Ik besloot me, op mijn 51e, aan te melden voor een Nederlandse taalcursus. Omdat ik nu geen baan had, had ik eindelijk tijd om hard aan mijn taalniveau te werken. Daar kwam ik toen ik werkte nooit aan toe: ik was altijd druk met overleven, meekomen met de rest.

Via de gemeente kwam ik in een gezellige, volle klas terecht met veel ouderen en wat mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit. Daar hoorde ik voor het eerst dat mijn taalniveau zo laag was dat ik als laaggeletterd werd beschouwd. Dat was best even slikken, maar ik zag nu ook dat er veel mensen zijn zoals ik. ‘Geen enkele vraag is dom’, zeiden de leraren. Hierdoor durfde ik ook echt alle vragen die ik had te stellen. Taal zal nooit mijn sterkste punt zijn, maar ik ben er dankzij taalles en het lezen van boeken wel steeds beter in geworden. Sterker nog: ik vind het nu leuk om boeken te lezen! Het maakt het leven zo veel makkelijker als je niet meer afhankelijk bent van iemand die je moet helpen met een lastig formulier of een moeilijke brief. Mijn lees- en schrijfvaardigheid is behoorlijk verbeterd, maar door gezondheidsproblemen is het nog niet gelukt om een nieuwe baan te vinden. Toch ben ik heel blij dat ik teruggekeerd ben naar de schoolbanken. Tegenwoordig worden kinderen met een taalachterstand of dyslexie vrij snel opgemerkt door hun docenten, maar dat was vroeger wel anders. Zo’n tweeëneenhalf miljoen Nederlanders zijn laaggeletterd en bij velen is de schaamte enorm. Ik hoor verhalen van mensen die, als ze ter plekke een formulier moeten invullen, zeggen dat ze hun bril vergeten zijn. Sommigen lopen zelfs rond met een mitella en zeggen dat ze daardoor niet kunnen schrijven.

Sinds ik op taalles ging, kan ik beter relativeren: iedereen heeft wel iets waar hij of zij niet goed in is. Dat maakt je niet tot een minder mens. In mijn leven heb ik altijd een stapje harder moeten lopen dan de rest. Het zijn harde lessen geweest. Tegelijkertijd ben ik het voorbeeld dat je veel kunt bereiken, als je maar die knop omzet en hulp vraagt. Mijn wereld is hierdoor vergroot. Dat gun ik iedereen.”

null Beeld

1 op de 6 Nederlanders is laaggeletterd

Je bent als volwassene laaggeletterd als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden. Dan vind je bijvoorbeeld omgaan met een computer of een smartphone lastig. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan of hebt minder grip op je geldzaken.

null Beeld

Beroepen waarin laaggeletterdheid vaak voorkomt:

40% schoonmakers
37% hulpkrachten in de bouw en industrie
37% productiemachinebedieners

Herken de signalen

  • Heb je het vermoeden dat iemand met laaggeletterdheid kampt? Dit kunnen de signalen zijn:
  • Alleen kijken naar een tekst zonder de ogen te bewegen over de tekst.
  • Geen punten of komma’s gebruiken.
  • Geen e-mailadres hebben.
  • Moeite hebben met mobiel bankieren.
  • Een slecht leesbaar handschrift hebben.
  • Vaak of een lange periode werkloos zijn.
  • Niet verder groeien in het werk.
  • Een uur te vroeg of te laat zijn op een afspraak.
  • Negatief praten over schoolervaring.
  • Moeite hebben met navigatie.
  • Smoesjes gebruiken als ‘bril vergeten zijn’ of ‘zere hand hebben’ als gevraagd wordt iets te lezen of te schrijven.

Kinderen met laaggeletterde ouders presteren minder goed op school en worden thuis minder gestimuleerd om te lezen en schrijven

Analfabeet of laaggeletterd?

Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laag-geletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om helemaal mee te doen met de samenleving. Laaggeletterden hebben niet het taal- of rekenniveau dat je aan het eind van een vmbo-, mbo 2- of mbo 3-opleiding zou moeten hebben.

Meer moeite

Vergeleken met niet-laaggeletterden geldt dat laaggeletterden:

  • Meer moeite hebben met werk zoeken en vinden;
  • Vaker ziek zijn;
  • Vaker afhankelijk zijn van een uitkering;
  • Meer moeite hebben met digitale vaardigheden.

Meer dan de helft van de laaggeletterden van 16 tot 65 jaar heeft Nederlands als moedertaal.

Meer weten?

Ga naar de website van Stichting Lezen en Schrijven, lezenenschrijven.nl

Styling: Ronald Huisinga | Haar en make-up: Wilma Scholte | M.M.V: Mango (top), Nolten (sneakers), Ralph Lauren (broek), Vila (blazer), Zara (singlet)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden