null Beeld

PREMIUMColumn

James: “Als ik mijn spelcomputer aanzet, begint mijn ziel te kwispelen”

James Worthy

Hij is schrijver, journalist en columnist. James Worthy (40) is getrouwd met Artie en vader van James (7). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend. Deze week schrijft hij over de wereld van het gamen.

Onze zoon mag een uur per dag gamen. Mijn vrouw was hier eerst fel op tegen, totdat ik haar vertelde over mijn jeugd en over de positieve invloed die gamen op mijn leven heeft gehad. Gamen heeft een slechte naam. Als mensen die niet gamen over gamen praten, praten ze in geruchten en in vooroordelen. Altijd gaat het over donkere kelders, afzondering, vierkante ogen, kromme ruggen, verslaving, mierzoete energiedrankjes en eenzaamheid.

Kwispelende ziel

Ik game inmiddels al meer dan dertig jaar. Een dertigjarig huwelijk wordt een parelen huwelijk genoemd, hoe dan ook, spelcomputers en ik zullen nooit uit elkaar gaan. Ik speel nog steeds een paar uur per dag. De vlinders zijn nooit vertrokken. Als ik mijn spelcomputer aanzet, begint mijn ziel te kwispelen. Maar de vraag is natuurlijk: waarom zet ik mijn spelcomputer aan? Ben ik verslaafd? Probeer ik aan iets te ontsnappen? Poog ik iets te verbergen? Ben ik van mening dat Pacman al mijn problemen kan opeten?

Nee, de enige reden dat ik game, is naar alle waarschijnlijkheid de allergrootste reclame voor het gamen. Ik zet mijn spelcomputer simpelweg aan omdat ik beter probeer te zijn dan gisteren. Ik probeer net iets beter te zijn dan gisteren. Dat is alles. Als ik mijn spelcomputer aanzet, streef ik naar vooruitgang. De kleinste vooruitgang. 10.001 punten in plaats van 10.000 punten. Dat is wat gamen is. Iets beter willen zijn dan gisteren.

Op de pc van mijn vader

Toen ik negen jaar oud was begon ik op de pc van mijn vader. De spelletjes die ik speelde waren simpel, maar toch ingewikkeld genoeg dat ze een uitdaging waren en bleven. In die tijd waren de spelletjes in drie kleuren en alsnog vond ik dat alles er bijzonder realistisch uitzag.

Tegenwoordig game ik samen met mijn zoon. Niet meer dan een uurtje per dag. Dan zitten we naast elkaar op de bank met een schaaltje chips tussen ons is. Gelukkiger ga je mij niet maken. Mijn zoon is acht jaar oud en het is prachtig om te zien hoe hij elke dag net iets beter is dan gisteren. Hij leert zo ontzettend snel. Het is bijna jaloersmakend. Als ik goed speel, mag ik in zijn team zitten en als ik niet goed speel, speelt hij even in zijn eentje. Ik ben een gamer. Ik begrijp dat.

Even ga ik terug naar die oude pc van mijn vader. En die neplederen bureaustoel. De spelletjes zagen er levensecht uit. Althans, dat vond ik toen. Als je vandaag de dag die oude spellen speelt, zie je een paar gekleurde blokjes die tegen elkaar op aan het rijden zijn. Maar in die tijd was dat levensecht. In 1989 bestond de wereld in zijn geheel uit vrijende blokjes, rolschaatsen en schoudervullingen.

Toet

Ik zit met mijn zoon op de bank. Hij gaat vliegensvlug met zijn vingers over de iPad. Ik kijk naar zijn vingers en zie dat ik vanavond zijn nageltjes moet knippen.

“Je bent echt goed aan het worden, jongen”, zeg ik.

“Bedankt, Toet.”

Mijn zoon noemt me al een paar maanden Toet en ik weet eigenlijk niet waarom. Ik vind het ook helemaal niet erg of zo. Het klinkt wel schattig. Toet.

“Wat vind jij zo fijn aan gamen?”, vraag ik.

“Gewoon. Soms moet ik even chillen, weet je wel? Ik ga vijf dagen per week naar school en ik voetbal drie keer per week. Dan spreek ik nog twee keer per week met een vriendje af. Het is best een druk leven, Toet. En als ik game, ben ik thuis.”

“Het leven is inderdaad druk, schat. Maar je doet het goed. Mag ik zo weer een potje meedoen?”

“Natuurlijk, maar eerst nog even wat dingen vrijspelen.”

Liefdevolle tips

Als ik game, ben ik in een andere wereld. En niet eens zozeer een betere wereld, maar gewoon een andere wereld. Een wereld waarin ik net iets meer controle heb.

Ik kijk naar mijn gamende zoon. Hij wint potje na potje, maar na het winnen doet hij niet stoer of zo. Hij is geen opschepper. Nee, hij geeft complimentjes aan zijn tegenstanders. En af en toe een tip. Als je zo speelt dan...

Mijn zoon legt zijn hand op mijn knie, terwijl ik een potje speel. Dit keer kijkt hij met mij mee. Ook ik krijg tips. Liefdevolle tips. In de media hoor je vrijwel nooit goede verhalen over gamen. Aan talkshowtafels zitten altijd jongens en meisjes die over verslavingen praten, of psychologen die mogen beweren dat er echt een verband bestaat tussen geweld en computerspellen. Nooit zit er een vriendengroep. Nooit zit er iemand die vertelt over hoe prachtig gamen is. En wat voor onmetelijk sociale bezigheid het in feite is. Nooit zit er een vader en zoon.

“Hoe doe ik het, jongen?”, vraag ik.

“Net iets beter dan gisteren”, zegt mijn zoon.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden