null Beeld

column

James: “Angst, we kennen elkaar nu al meer dan veertig jaar”

Hij is schrijver, journalist en columnist. James Worthy (41) is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend. Deze week schrijft hij over een zondagochtend die goed begon, maar minder goed afliep.

Zondagochtend

Het is zondagochtend en mijn zoon en ik zijn aan het voetballen op een leeg schoolplein. We zijn extra vroeg opgestaan, omdat hij echt heel veel zin had om te voetballen. Ik had niet heel veel zin, maar nu ik hem zie juichen omdat de bal door mijn benen ging, vind ik alles best. Dit is hoe zondagen moeten beginnen.

Opeens zit ik op de grond. Ik ben duizelig. Zo duizelig ben ik nog nooit geweest. Mijn zoon pakt wat water en een banaan uit onze tas en zegt dat ik misschien wat moet eten. Ik pel de banaan en zie dat mijn handen bleek zijn. Bleker dan normaal. Ik pak mijn telefoon uit mijn jaszak en zeg dat hij mama moet bellen.

“Mama, papa voelt zich heel slecht. We waren aan het voetballen en toen ging hij opeens zitten. Midden in een plas ook. Hij zegt dat hij niet meer kan lopen. Kom snel. Kom snel, mama!”

Kermis

De angst in zijn stem laat me huilen. Gelukkig, mijn ogen werken nog. Maar plotseling wordt het duizelen alleen nog maar erger. De wereld staat stil, maar alles in mijn hoofd draait. Mijn schedel is een kermis geworden. Ik kan de meisjes horen gillen in de achtbaan en ik zie de stoere jongens onderuitgezakt in een botsauto zitten. De geur van suikerspinnen en poffertjes.

“Schatje, het gaat echt niet zo lekker, zou je aan die oude man die voor het bejaardentehuis zit willen vragen of hij een ambulance kan bellen?”

Mijn zoon rent naar het naastgelegen bejaardentehuis en ik probeer rustig te worden. Ik kijk naar de grond en zeg hardop wat ik allemaal zie. Stokje. Blaadje. Gebruikt rietje van een pakje drinken. Nog een blaadje. Regenplas. Ik ga met mijn hand door regenplas en druppel wat regenwater in mijn nek. Het helpt niet. Ik ga door met oplezen wat ik allemaal zie. Schoolplein. Klimrek. Wat een mooi klimrek. Was ik nog maar een kind. Naast het klimrek staat een glijbaan. Een aantal regendruppels glijden langzaam naar beneden. Ik zie een bal liggen. Onze bal. Het is een rode bal. Rood. De kleur van de liefde. Dan begin ik tegen mijn angst te praten.

Angst

“Angst, we kennen elkaar nu al meer dan veertig jaar. Ik respecteer je, ik voel je en ik ben niets zonder je, maar kunnen we even praten? Ik wil geen ruzie met je. Je bent geen vijand. Nee, je bent een trouwe vriend. Ik ben duizelig. Ik kan niet eens meer lopen. Zie je? Ik kan alleen maar kruipen. En ik ben lijkwit. Jij hoeft je er even niet mee te bemoeien. Ik ben al bang genoeg.”

In de verte kan ik een sirene horen. Mijn sirene. Mijn hoofd draait zo erg dat ik alleen nog maar kan liggen. Mijn zoon trekt zijn jas uit, rolt hem op en legt deze onder mijn hoofd neer.

“Je doet het heel goed, jongen. Ik begrijp dat je bang bent. Papa is ook bang. Maar alles komt goed. Er is alleen een kermis in mijn hoofd.”

Dan hoor ik de stem van mijn vrouw. Ze komt naast me zitten, pakt mijn krijtwitte vingers vast en zegt dat de ambulance er bijna is. Ik kijk naar de lucht en zeg op wat ik zie. Wolk. Schoorsteen. Wolk. Schoorsteen. Vogel. Balkon. Wasrek. Wasrek. Dat vind ik een fijn woord. Als ik aan een wasrek denk, denk ik aan thuis. Wasrek. Wasrek. Wasrek.

Het ambulancepersoneel loopt het schoolplein op. Ze hebben prachtige gezichten. Een man op leeftijd en een jonge vrouw. Ze voelen mijn pols en vragen waarom ik in een plas ben gaan liggen.

“Ik weet het niet. Ik was bang. Ik ben bang. Ik dacht dat dat waar ik bang voor ben, misschien bang voor water zou kunnen zijn. Mijn hoofd is een kermis en ik ben misselijk. Alles tintelt.”

In de kantine van het bejaardentehuis plakken ze allemaal stickers op mijn borstkas en ik krijg een wasknijper op mijn wijsvinger.

Zorgen

“Mijn opa was begin veertig toen hij een hartaanval kreeg, en mijn moeder ook”, zeg ik.

“Dit is gelukkig geen hartaanval, meneer Pugh. Uw bloeddruk is goed en het zuurstofgehalte in uw bloed ook. Heeft u het druk op werk?”, vraagt de vrouw.

“Niet drukker dan normaal, maar wel druk.”

‘En maakt u zich zorgen om iets?’

“Ik maak me zorgen om alles, mevrouw.”

De ambulance rijdt weg. Gewoon heel rustig en zonder sirene. Ik loop tussen mijn vrouw en mijn zoon in naar huis. Ze houden me allebei stevig vast. Ze willen niet dat ik val. Ik kijk rond en probeer weer rustig te worden. Alles wat ik zie, zeg ik op.

Brillenwinkel. Brug. Toerist zonder muts. Fietser. Toerist met muts. Kerkklok. Wolk. Wasrek. Zoon. Vrouw. Liefde. Leven. Alles.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden