null Beeld

PREMIUMCOLUMN

James: “Ik ben al zeker zes maanden mezelf niet”

James Worthy

James kampt de laatste tijd met duizeligheid. Het speelt al een aantal maanden en hij weet niet hoe het komt.

Ik ben al zeker zes maanden mezelf niet. De duizeligheid begon in november en ik weet nog steeds niet wat er aan de hand is. Eerst dacht ik dat het aan mijn oren lag. Iets met loszittende oorsteentjes in het binnenoor die door snelle positieveranderingen neerslaan op de zintuigcellen in het evenwichtsorgaan. Ik vond het wel fijn klinken die oorsteentjes. Het deed me aan Hans en Grietje denken. De steentjes waren vervelend, maar ik hoopte dat ze me ook weer thuis zouden brengen.

Toen ik erachter kwam dat het toch niet aan mijn oren lag, ging ik naar andere oorzaken zoeken. Vorig jaar was ik met mijn vrouw naar een voetbaltraining van onze zoon aan het kijken. We zaten naast het veld tegen de reclameborden aan. Ik weet het nog goed. Mijn zoon scoorde zijn allereerste doelpunt en ik wilde opspringen, maar toen stootte ik mijn hoofd tegen de stalen bovenkant van zo’n reclamebord. Op het bord stond de naam van een loodgietersbedrijf. Mijn vrouw en ik moesten lachen. Ik had pijn in mijn kop en zag wat sterretjes, maar ik sta al sinds mijn jeugd bekend als de jongen met het harde hoofd. Ik lachte de pijn weg en vertrouwde in de stugheid van mijn schedel. Een maand later begonnen de problemen. Na de oorsteentjes dacht ik dus aan een verwaarloosde hersenschudding. In de afgelopen zes maanden heb ik meerdere malen de dokter bezocht, maar nog vaker bezocht ik google.com. Dan tikte ik alle symptomen in en verscheen er een lopend buffet van aandoeningen op mijn telefoonscherm. Ik schepte altijd gulzig op.

Ik ben al zeker zes maanden mezelf niet. Ik kan niet tegen felle lichten, harde geluiden of drukte. Als ik buiten ben, zie ik alles wazig. Eén prikkel kan ik nog wel aan, maar als er meer dan twee prikkels binnenkomen, slaat mijn hoofd op hol. Dan verdwijnen al mijn gedachten in een soort stroperige mist en kan ik alleen nog maar in klonten denken.

Duizeligheid is een lastig iets. Waar komt het door? Waar woont het? Ik zette laatste twee vuilniszakken op de hoek van de straat neer. Ik was heel vroeg, en toch zag ik al een zak op de hoek staan. Waar kwam die zak vandaan? Wie had hem er neergezet? Mijn duizeligheid lijkt op die vuilniszak. Dat compleet onherleidbare. Het is gekmakend en angstaanjagend. Als ik duizelig ben, ben ik duizelig en als ik het niet ben, wacht ik erop.

Wat ook vervelend aan duizeligheid is, is dat het niet heel groot klinkt. Niemand heeft medelijden met je als je duizelig bent. “Ga gewoon even zitten!” “Ga met je hoofd tussen je knieën zitten!” “Haal even een paar keer diep adem.” “Eet een banaan!”

Niemand zet een kopje thee voor je als je duizelig bent. Niemand maakt een pan kippensoep voor je als je duizelig bent. Mensen accepteren het ook niet als je de duizeligheid gebruikt om een afspraak mee te annuleren.

“Ik kan niet komen, man.”

“Waarom niet?”

“Ik ben duizelig.”

“Meer niet? Is dat alles?”

“Nee, ik kan ook niet tegen meer dan twee prikkels.”

“…”

Door de duizeligheid ben ik constant bang dat ik flauwval. De hele dag. Het is doodvermoeiend, maar ik ben nog niet flauwgevallen. Ik zie het wel steeds voor me. Dat ik flauwval zoals vrouwen in van die oude films flauwvallen. Zo’n mooie vrouw in een jurk. En dat ze met een pols naar haar voorhoofd gaat en dan heel theatraal neergaat.

Bloedarmoede, daar heb ik ook nog een tijdje aan gedacht. En aan corona natuurlijk. Niet aan de ziekte zelf, maar aan de gevolgen van al die lockdowns. Ik vond het heerlijk om al die tijd thuis te zitten. Misschien te heerlijk, en misschien kan ik daarom niet meer zo goed tegen ‘buiten’.

Ik ben al zeker zes maanden mezelf niet, maar af en toe heb ik een goede dag. Zoals gisteren. Gisteren had mijn zoon een optreden met zijn klas. De kinderen zongen zes liedjes. Vooraf had ik niet gedacht dat ik het zou trekken. Al die kinderstemmen. Maar ik trok het. Ik trok het heel goed. Ik genoot van het optreden.

“Deed ik het goed?” vroeg onze zoon na het optreden.

“Heel goed.”

“Hoe goed, pap?”

“Duizelingwekkend goed, lieve jongen.”

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden