null Beeld

PREMIUM

James: “Man, wat wil ik de pestkop slaan. Maar zo ben ik ben niet”

James Worthy

James heeft meer dan eens iemand een klap willen geven. Maar hij deed het nooit. Dat zet hem aan het denken.

Toen ik de klap van Will Smith zag, moest ik denken aan al die keren dat ik iemand een klap had moeten geven, maar het niet deed. Niet dat ik van mening ben dat Smith juist handelde, maar alle mannen kennen de druk die hij op dat moment voelde. Het gaat helemaal terug naar het schoolplein. En het gaat terug naar één woord: schande.

“Als je nu niets terugdoet, pff, dat zou echt schande zijn.”

Op het schoolplein

Ik ben een jaar of twaalf. Een pestkop heeft met een stift een grote piemel op mijn nieuwe rugtas getekend. Hij staat lachend voor me. Hij is drie koppen groter. Hij weet dat ik niets terug ga doen. Maar ik wil het wel. O, man, ik wil het zo graag. De pestkop weet niet hoe hard mijn vader en moeder moeten werken voor schoolboeken, kleding en rugtassen. De pestkop komt uit een goede familie. Zijn oom doet iets op televisie. Ik wil hem slaan. Ik wil al zijn tanden in een plasje bloed op het schoolplein zien liggen. Maar zo ben ik niet. Al mijn vrienden staan om me heen en zeggen dat ik wel zo ben.

“James, dit is een schande. Je moet iets doen!”, schreeuwt mijn beste vriend. Alle meisjes staan nu ook om ons heen. De pestkop staat nog steeds pontificaal voor mijn neus. Hij is al twee keer blijven zitten en dat voel je. Hij is groot en onzeker.

“Is dat mijn piemel?”, vraag ik.

“Ja, dat is jouw piemel, haha.”

“Het is een mooie piemel”, zeg ik.

“Dus je bent niet boos? Jij bent echt raar”, zegt de pestkop.

“Nee, ik ben niet boos. Eerder blij. Voor vandaag had alleen jouw moeder mijn piemel gezien. Ik ben echt blij, man. Nu weet iedereen hoe mooi mijn piemel is.”

Het schoolplein staat vol lachende klasgenoten. De pestkop druipt af. Iedereen zegt dat ik gewonnen heb, maar zo voelt het niet. Ik had hem zo graag willen slaan. Maar ja, zo ben ik niet.

In de disco

Ik ben een jaar of 28. Mijn vriendin en ik vieren carnaval in Venlo. We staan in een drukke discotheek. Iedereen ruikt naar zweet, slaaptekort en sigaretten. Een jongen in een trainingspak loopt op mijn vriendin af en gooit zijn biertje over haar heen. Hij blijkt haar ex te zijn. Ik loop op hem af en sta op het punt om uit te halen, maar iemand houdt me tegen. Misschien ben ik het zelf.

“Wat doe je?”, schreeuw ik.

“Bemoei je er niet mee. Dit is iets tussen haar en mij”, blèrt hij.

“Nee, dit gaat tussen jou en mij. Je kunt niet zomaar bier over mijn vriendin heen gooien.”

“Dat kan ik wel. Ik heb het zojuist gedaan.”

“O, nu zie ik het. Jij bent het. Die ene ex. Nu zie ik het. Ik heb veel over je gehoord, man.”

“Hoe bedoel je? Wat heb je gehoord?”, vraagt hij.

“Ik moet je feliciteren.”

“Met wat?”

“Nou, dit is volgens mij de eerste keer dat je haar nat hebt weten te maken. Proficiat, jongen.”

Ik had hem zo graag willen slaan. Gewoon, omdat jongens het zo leren. Kom voor jezelf op. Bijt van jezelf af. Laat niet over je heen lopen. Je moet niet alles pikken. Maar ja, zo ben ik niet. Ik sla niet. Ik kan het wel, maar ik doe het niet. Het is vast ook iets psychologisch. Als je een pestkop slaat, geef je hem of haar de kans om het slachtoffer te worden. Dan is hij of zij opeens de gekwetste. Dat is vooral waarom ik het nooit heb gedaan. Ik wil geen slachtoffer van de pestkop maken. Die luxe wil ik hem of haar niet geven.

In de auto

Ik ben 41 jaar oud. Mijn vrouw en ik zitten in de auto. Een fietser slaat hard op onze motorkap. Hij is van mening dat mijn vrouw de bocht iets te krap nam. Maar dit deed ze niet. Ze nam de bocht prachtig. Hij loopt om de auto heen en tikt op mijn raam. Ik doe het raam open.

“Je vriendin is een blinde trut!”, roept hij.

Ik wil uitstappen om hem een tik verkopen, maar dan zie ik dat mijn vrouw al naast hem staat. Ze zegt niets. Ze staat voor hem en kijkt hem recht in de ogen aan. Mijn vrouw ziet er angstaanjagend uit. De fietser zucht en fietst verbouwereerd naar het einde van de straat.

“Ik had je ook wel willen helpen hoor”, zeg ik tegen haar.

“Dat weet ik, schat. Maar dat hoeft niet. Hij kleineerde mij en als jij het dan voor me oplost, kleineer je mij ook. Ik ben een volwassen vrouw. Had jij hem willen slaan dan?”, vraagt ze.

“Ik weet het niet.”

“Nee, zo ben jij niet.”

“Inderdaad, zo ben ik niet.”

“Maar je had het kunnen zijn”, zegt ze.

“Ja, ik had het kunnen zijn.”

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden