Janneke & het hospice Beeld Getty Images/iStockphoto
Janneke & het hospiceBeeld Getty Images/iStockphoto

Janneke & het hospice: “Ik wrijf over haar rug en voel haar jaren door mijn huid gaan”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover voor Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt.

Janneke Beeld Janneke
JannekeBeeld Janneke

Terwijl ik voor mijn gevoel net het zout uit mijn haren heb gewassen en het zand uit de handdoeken heb geklopt (de souvenirs van de zomervakantie), is deze week de herfstvakantie alweer afgelopen. De tijd rekt zich uit en krimpt. Dan weer loom, dan weer sneller dan het licht. Alsof er nooit een virus is geweest stromen de agenda’s, feestzalen en levens weer vol, maar in het hospice gaan de mondkapjes weer op ‘bij beweging’ – wat zoveel wil zeggen als wanneer je door de gang loopt en bij de gasten (bewoners) op de kamers komt. ‘Het is niet anders’, zo stond in de mail die wij, personeel en vrijwilligers, ontvingen.

Lege soep

“Ik ben benieuwd wat de dag vandaag gaat brengen.” Mevrouw T. (89) heeft De Telegraaf voor zich liggen en leest voor niemand in het bijzonder vrolijk hardop de koppen voor die in grote chocoladeletters op de pagina’s staan. “Vrouw komt onder de trein terwijl ze een hondje wil redden.” Ze kijkt op en lacht. “Het is wat! Dan wil je een hondje redden en ga je zelf dood.”

“Is ze dood?”, vraag ik. “Ze kwam onder de trein, dat wil niet zeggen dat ze dood is.”

Ik heb hoop nodig vandaag, goed nieuws, maar mevrouw T. is al drie koppen verder, bij ‘Personeel gezocht in de reiswereld’. Ze wil zich aanmelden, want ze is dol op reizen. En dan vergeet ze haar ambitie ter plekke, slaat de krant dicht en herhaalt: “Ik ben benieuwd wat de dag gaat brengen.”

Als het maar geen dag met een gaatje is, denk ik huiverend. De matte maissoep, de aangebrande loempiaatjes de afgelopen paar keer dat ik kookte… Terwijl ik proef van de Thaise kokoskippensoep die ik samen met omeletreepjes en kroepoek vandaag op het menu heb staan, wellen tranen op in mijn ogen. Waar is de fluwelen smaak van de kokos? De explosie van zuur van de limoen in combinatie met de pit van de rode peper. De soep smaakt leeg. Het koken lukt niet, vorige week ook al niet, enkele weken daarvoor ook al niet.

Nog een beetje meer tijd

“Ik ben toch benieuwd hoor, wat de dag gaat brengen”, zegt de lieve, dappere mevrouw T. U moest eens weten wat ik u ga brengen, denk ik. Verdrietige soep.

“Mevrouw T.,” probeer ik luchtig, “wat zou ú willen dat de dag u brengt?”

“Wat?” Ze kijkt me aan alsof ze net ontwaakt.

“Wat zou u willen dat de dag brengt?” Ik hou haar ogen vast, ik wil haar bij me houden, het lijntje mag niet breken.

“Ik zou willen,” formuleert ze zorgvuldig, “ik zou willen dat er iets nieuws gebeurt, iets onverwachts. Daar heb ik zin in.” Nu kijkt ze me aan als een kind dat voor de ingang van een pretpark staat. Vol verwachting, vol van zin. Van een kind verandert ze terug naar de oudere dame die ze is, met een rijkgevuld leven achter zich en nog een klein stukje leven in het verschiet waarin de dagen vrijwel identiek zullen verlopen. Tot die laatste, die ene laatste dag, en zegt: “Ik zou wel nog een beetje meer tijd willen hebben.”

Ik wrijf over haar rug en voel haar jaren door mijn huid gaan. Hoe ze werd geboren, hoe ze als meisje hinkelde, als jonge vrouw door de stad flaneerde met vriendinnen – steelse blikken naar mannen. Hoe ze zal hebben gehunkerd, gehuild, gebeden en gestreden. Ik zie al die fragmenten gebundeld, alles wat haar heeft gemaakt tot de vrouw die ze nu is. Ze wil gewoon nog een beetje tijd, een onsje aan mogelijkheden, een paar gram perspectief.

Bittere tranen

Thuis ga ik in bed liggen, al is het nog maar half drie, en val in een diepe slaap. Ik droom over de sprookjesachtige roman Rode rozen en tortilla’s. Tita, veroordeeld ongehuwd te blijven door een wrede familietraditie, maakt een bruidstaart voor haar jongere zusje en diens aanstaande Pedro. Tita is droevig, haar zoute tranen vallen in het beslag. Zij wilde met Pedro trouwen. De gasten die van de taart eten worden ziek. Het bittere verdriet, de droevige gevoelens van de maker heeft ze vergiftigd.

Ik droom hoe mijn tranen in de Thaise kokoskippensoep vallen. Mevrouw T. komt bij me staan in de keuken en wrijft over mijn rug. Ik kijk om. Ze draagt een mondkapje. Ineens ben ik het die oud is. De rollen zijn omgedraaid. Ik vraag haar wat de dag zal brengen, ik vraag het steeds opnieuw.

Mevrouw T. trekt haar mondkapje omlaag zodat ik haar mond kan zien en fluistert: “Soep en taart … je doet je best, dat is heel veel waard. Je hoeft niet bang te zijn, jij hebt nog alle tijd.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden