Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten” Beeld Getty Images/iStockphoto
Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten”Beeld Getty Images/iStockphoto

Column

Janneke & het hospice: “Ik zeg de bewoners gedag, maar weet niet wie er volgende week aan tafel zullen zitten”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover in Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. In deze eerste aflevering: “Ik zal hier altijd blijven komen, óók na mijn pensioen.”

null Beeld

Ik kook in een hospice. Iedere vrijdag fiets ik om half tien door de stad. Nadat ik mijn fiets op slot heb gedaan en mijn mondkapje heb opgezet, ga ik met de lift naar boven. Daar druk ik met mijn elleboog op de metalen plaat waarmee de deur automatisch open zwaait, hang mijn jas aan een haakje en speld mijn naambordje op mijn blouse. In het kantoortje pak ik de bewonerslijst. Er staan bekende namen op, er zijn namen verdwenen, er zijn nieuwe namen bijgekomen. Bij de meeste namen staat de P van Palliatief (zorg aan mensen die niet meer zullen genezen, red.). Bij sommige staat de Q van Quarantaine, omdat ze net zijn binnengekomen en we het virus nog altijd graag buiten willen houden. Bij enkele namen staat niets. Die blijven hier maar even. Om bij te komen van een zware chemo, te herstellen van een ongeval, het verlies van geliefden te verwerken. Om even op adem te komen van het leven.

Fantastische verslaving

Het is inmiddels ruim een jaar geleden dat ik zelf werd overvallen door sombere gevoelens die in de nacht moeiteloos overgingen in paniekaanvallen. Ik had zeven jaar non-stop bij een groot commercieel bedrijf gewerkt. Het was een fantastische baan, waarbij ik fantastische mensen leerde kennen, fantastische projecten mocht optuigen en fantastische resultaten kon boeken. Het was een fantastische verslaving. En ik hield er bijna een fantastische burn-out aan over.

Stervensbegeleider

Uit het veld geslagen en met tranen in mijn ogen deed ik mijn verhaal bij mijn huisarts. Ik wist niet wat ik zocht of wat ik van hem verwachtte. Een pilletje dat alles zou oplossen? Prima. Maar mijn huisarts schreef me helemaal niets voor. “Zulke pilletjes bestaan niet.” In plaats van een recept uit te schrijven, vertelde hij dat hij naast zijn werk als huisarts stervensbegeleider was. En dat de gesprekken die hij voerde met mensen in hun laatste dagen vrijwel nooit over werk gingen, tenzij ze iets werkelijk groots voor de wereld hadden gedaan waar ze trots op waren. De gesprekken gingen over familie, relaties, liefdes. “Je bent niet je werk, Janneke.” Hij praatte verder, maar in gedachten bleef ik het woord stervensbegeleider omcirkelen. De verantwoording die het met zich meebrengt, de kostbaarheid van iemands laatste uren. Waar begin je een gesprek, hoe eindigt een gesprek? Hoe houd je moed? Hoe gaan andere culturen om met de dood? Wij verstoppen onze doden achter hoge hekken en heggen. In Afrika eert men de doden met mystieke rituelen en een feest dat dagen kan duren. Men houdt de doden dichtbij, begraaft ze midden in het dorp. Want er is leven na de dood.

Thuis meldde ik me aan bij een vrijwilligerscentrale en een dag later werd ik gebeld door de vrijwilligerscoördinator van het hospice waar ik nu wekelijks kook.

Bewoners

Om 14:00 uur vertrek ik weer. Als alles schoon en opgeruimd is. Alsof er nooit een lunch is geweest. In de lift naar beneden kijk ik naar mijn spiegelbeeld en voel me ongemakkelijk. Schuldig. Ik mag de stad, mijn leven weer in. Ik zei gedag tegen de bewoners. “Tot volgende week!” Maar ik weet niet wie er dan aan tafel zullen zitten.

Ze waren geliefden, minnaars, minnaressen. Heimelijk, schuw, vurig, onzeker, wanhopig – al die dingen die de liefde met je kan doen. Ze zoenden, vreeën, dansten. Ze zullen hebben getwijfeld, gewankeld, geloofd en ze zullen hebben gelogen. Ze hebben de wereld rond gezeild, waren docent, boef, bekend. De dood maakt geen onderscheid, sluit niemand uit, stelt niemand boven een ander en is niet leeftijdsgebonden. Ze hebben rafelranden, schaduwen. Ze zullen hun ouders hebben begraven, hun ouders zullen hen begraven. Ze zullen hebben gefantaseerd over de toekomst, wie ze wilden worden. Zijn ze geworden wie ze voor ogen hadden? Ze hebben een geschiedenis, een verhaal. Een verhaal dat de moeite waard is, zoals ieder leven de moeite waard is. Ook al denk je misschien zelf soms van niet.

Ik zal ze beschrijven. Want het is niet de dood die we vrezen. Het is ongezien verdwijnen. Op deze plek zal ik de mensen in leven houden.

In het kader van privacy blijven de namen van de personen ongenoemd.

Janneke Siebelink (46) werkte ruim zeven jaar bij bol.com, waar ze een online platform oprichtte om lezers te inspireren. Ze organiseerde en presenteerde vele lezingen en events voor ouderen en jongeren. Janneke interviewde talloze auteurs en bekenden en schreef over boeken voor Linda, Margriet, Wendy en KPN. Ze schoof aan bij Tijd voor Max, had zitting in de Boekenraad van de Volkskrant en in verschillende jury’s. Nu werkt ze voor diverse opdrachtgevers binnen het boekenvak en legt ze de laatste hand aan haar debuutroman Soms sneeuwt het in april, die in november verschijnt bij uitgeverij Ambo Anthos. Ook kookt ze een dag per week als vrijwilliger in een hospice.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden