Janneke Beeld Getty Images/iStockphoto
JannekeBeeld Getty Images/iStockphoto

Janneke & het hospice: “In het hospice zie en hoor ik dat verveling de bewoners bezighoudt”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover voor Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. Deze week schrijft ze over eenzaamheid en verveling binnen het hospice.

null Beeld Janneke
Beeld Janneke

‘De dood is de koningin van wat je niet kunt beschrijven. Dood staat boven alles.’ Zo schrijft Maria Barnas in het bijzonder mooie boek Hier besta ik. Een rijke verzameling van gedachten en gedichten over poëzie, eenzaamheid en de dood. Aan eenzaamheid kun je sterven. Uit een verzameling van 70 internationale onderzoeken blijkt eenzaamheid de kans op overlijden met 26% te verhogen. Het verhoogt de kans op een beroerte, op een depressie, zelfmoord en waarschijnlijk ook op Alzheimer – al wordt dit laatste nog verder wetenschappelijk onderzocht.

Aan poëzie is, voor zover ik weet, nog nooit iemand gestorven.

Verveling

Welke gevolgen verveling kan hebben, échte verveling – niet het kinderlijke ‘ik weet niet wat ik moet doen’ – is voor zover ik kan nagaan nooit in cijfers gevangen, maar hier in het hospice zie en hoor ik dat verveling de bewoners bezighoudt. ‘Dat onaangename gevoel van leegte zodat de tijd lang lijkt’, aldus de Dikke Van Dale.

“Vind jij het hier gezellig dan?”, mevrouw T. (89) haalt me uit mijn gedachten en kijkt me met uitdagende ogen aan.

“Ik denk dat niemand ervoor kiest om hier te zijn. Maar het geeft rust. Voor u, voor uw omgeving.”

“Maar thuis is het toch veel gezelliger? Ik wil geen rust. Ik zat in het bejaardenwerk, weet u, zuster. Nu ik hier ben, denk ik: we hadden entertainment moeten bedenken.”

Ja, dat weet ik. Ik weet dat mevrouw T. zelfs in het bestuur zat van dit hospice en de verzorgingsafdelingen die op de etages hieronder zitten. We zijn allemaal een zuster voor haar.

“Ik zie alles. Maar ik hou mijn mond hoor.” Brede grijns.

Entertainment

“Wat ziet u dan?”, probeer ik voorzichtig.

Ze kijkt van me weg. De kleur van haar stem verandert als ze zegt: “Ik vind het maar niks. Het is chaos hier!”

“Wat kan er beter?”, zeg ik, terwijl ik warm krijg. Ik draag een veel te dikke trui en de ramen mogen niet open van de bewoners aan tafel want zij hebben het juist koud.

“We doen allemaal ons best, toch?”, zeg ik er wankel achteraan.

“Nou, ik zie het heus wel hoor. Sommigen doen maar wat. Dan is het klaar en dan denken ze ‘zo, het werk zit erop’.”

Ik probeer me niet aangesproken te voelen. En als vrijwilliger voel ik me niet gemachtigd om hier iets van te vinden. Het is ook niet waar wat ze zegt. Mevrouw D. zat in het bestuur, ze heeft nooit op de vloer gewerkt. Ze weet niet hoeveel zorg de mensen die niet meer hier in deze woonkamer komen nodig hebben. Zij zijn onttrokken aan haar waarneming.

Ik richt me op wat ze eerder zei, over entertainment. Ze is niet de eerste die hier iets over zegt, over de verveling. Het samenvallen van de uren met dagen en weken. Misschien is mevrouw D. daarom ook wel extra alert zijn op de omgeving om hen heen.

Zou mevrouw A. (67) kunnen helpen?

Duizend diamantjes

Mevrouw A. heeft een gebroken been. Ik ga naar haar kamer om te vragen of ze naar de woonkamer komt voor de lunch.

“Wat bent u aan het doen?”, vraag ik, terwijl ik over haar schouders kijk naar een patroon van vlinders met wijd uiteen gespreide vleugels in een idyllische, groene omgeving, een soort regenwoud.

“Dit? Dit is diamond painting, maar ik ben er helemaal klaar mee.” Ik kijk van haar naar het plastic tapijtje op haar bureau dat voor het raam staat en uitzicht biedt over de stad.

“Ik vind het mooi”, zeg ik. “Het lijkt een beetje op schilderen of borduren met kleine diamantjes. Is het veel werk?”

Ze zucht en draait zich weg van het tafereel. “Het is verschrikkelijk. Het zijn 30.00 steentjes. Ik heb het groene gedeelte gehad nu. Nu ben ik eindelijk bij de kleur van de vleugels.”

Ik kijk naar het duizelingwekkende aantal minuscule steentjes in alle kleuren van de regenboog die in plastic bakjes liggen uitgestald boven het doek.

“Ik vind het knap, het moet monnikenwerk zijn.”

“Maar ik wilde niet zo’n grote”, ze schudt haar hoofd, vervolgt: “Mevrouw W. van deze gang even verderop, kwam kijken en zei: ‘Dat wil ik ook’ en die heeft dus nu zo’n kleintje.” Met haar handen geeft ze het formaat van een servet aan. “Zoiets dus. Dat zou ik ook wel willen, maar nou zit ik aan deze vast. En je moet met één kleur tegelijk werken, want dan hoef je niets steeds te wisselen tussen de steentjes en voorkom je fouten. Anders verlies je het overzicht.” Haar bovenlip trilt terwijl ze praat.

Ramses Shaffy

Aan tafel zit nog steeds mevrouw T. Ze zingt. Ramses Shaffy.

‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder!’ Haar stem is dun, maar een oude kracht klinkt er doorheen. Ik geniet. Na Ramses volgt ‘De Heer is mijn herder. Hij is alles wat ik nodig heb. Hij brengt mij tot rust.’

“Wat zingt u mooi”, merk ik op. Verschrikt kijkt ze om.

“Dat is een mooi liedje, toch?”, vraagt ze vrij dwingend en ik stel me haar voor aan de bestuurstafel. Ferm en daadkrachtig, geen spelletje mee te spelen.

“Een heel mooi liedje”, beaamt mevrouw A. die ik in haar rolstoel naar de tafel heb gebracht. “Zingt u nog iets?”

“Ik heb dit vroeger zelf bedacht, hè?” Ze wuift met haar armen om haar heen. “Als ik toen wist wat ik nu weet...”

“Zingt u nog iets?” Ik herhaal de vraag van mevrouw A., terwijl ik wegslik, iets dat pijn doet, iets hardnekkigs. Iets dat voelt als machteloosheid. Iets dat het zorgpersoneel dag in dag uit moet voelen: het is nooit genoeg.

De dood staat boven alles. Daarna eenzaamheid. Hand in hand met verveling. Maar onderschat nooit een te groot diamond painting canvas.

Een week later ligt het er nog. Er zijn geen steentjes bijgekomen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden