null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Column

Janneke & het hospice: “Mevrouw D wilde niet meer. Ze had geen zin meer in de strijd. Geen zin meer in het leven”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover in Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. Deze keer schrijft Janneke over mevrouw D., een bijzondere dame voor wie ze altijd iets lekkers meenam...

Janneke Siebelink Beeld
Janneke Siebelink

Op maandagochtend stuur ik het boodschappenlijstje door voor wat ik nodig heb om te gaan koken die week. Vrijwel altijd soep met iets erbij. Een keer beging ik de fout om geen soep te maken, maar alleen een quiche. Voor de afwisseling, dacht ik.

‘Geen soep?’

‘Wat zeg je? Taart? Heb je geen soep?’

‘Ik wil graag soep.’

‘Maar ik eet altijd soep als lunch.’

‘Hartige taart? Mmm, nee, doe maar soep.’

De bewoners deden geen enkel moeite hun teleurstelling te verbergen. Waarom zouden ze ook. Wat hebben ze te verliezen. Sindsdien maak ik dus sowieso soep. Venkelsoep met wraps, Groentesoep met omeletrolletjes, Thaise kokossoep met loempiaatjes, Mosterdsoep met groentemuffins.

Mevrouw van D.

‘Mosterdsoep? Hoe verzin je het?’ Amsterdams accent. Een zuur mondje erbij. Mevrouw D. voelt zich misschien niet zo lekker, ze weet wel precies wat ze lekker vindt. De eerste paar keer schrok ik van haar reactie. Maar nu weet ik dat ze het altijd zegt, wat ik ook maak. Het begint vriendelijk:

‘Meis, wat fijn dat je er bent. Wat maak je vandaag?’

‘Aardappel-knoflooksoep.’

‘O.’

Zuur mondje. Nu begint het spelletje.

‘Met een salade van bietjes en feta erbij.’

‘Hoe verzin je het.’

‘U komt wel aan tafel toch? Als het niet smaakt, maak ik een boterham’, acteer ik mee.

‘Ja, we zullen weleens zien, hè.’ Klein glimlachje en weg is ze weer in haar rolstoel.

Als het 12.30 uur is, komt ze aan tafel en eet haar kommetje (‘Niet te veel hoor, meis.’) vrijwel altijd leeg.

Grijze garnalen

Omdat het budget beperkt is, neem ik vaak zelf iets extra’s mee. Ik wil geen ‘nee’ hoeven zeggen als iemand meer wil, niet op deze plek. Nooit eigenlijk, thuis puilt de voorraadkast ook uit ‘want je weet maar nooit’. Vandaag heb ik grijze garnalen bij me. Speciaal voor Mevrouw D..

‘Kind, die vind ik zo lekker’, had ze vorige week verlangend gezegd.

‘Dan zorg ik daarvoor, ik doe graag aan verzoeknummers.’

‘Maar die zijn veel te duur, kind.’

Ik verheugde ik me op vandaag, de dag dat ik ga haar mag verwennen met een garnalencocktail.

Moeilijke boodschap

Op de fiets speel ik in gedachten de scène al na: mevrouw D. vraagt wat ik ga maken, ik zeg courgettesoep, zij doet een zuur mondje, ik zeg dat ik iets extra’s heb, ze vraagt wat dat dan mag wezen en dan mag ik zeggen: grijze garnalen! Met een glimlach trap ik nog wat harder door. Zet haastig mijn fiets op slot, mondkapje op, hallo portier! Ja, ik kom koken, de garnalen branden in mijn tas, handen desinfecteren, lift naar boven, elleboogje om de deur te openen, spullen in de keuken leggen, jas ophangen, naambordje op, terug naar de keuken en daar wil iemand me iets vertellen.

Ze wilde niet meer

Er prikt iets achter mijn ogen en ik probeer te slikken, maar het gaat moeilijk. Ik kijk naar het eten dat ik als een soort mis en place uitstalde op het aanrecht, terwijl iemand tegen me praatte. Voorbereiding is immers het halve werk. Nu kijk ik naar het plastic bakje met garnalen, duw er tegenaan met mijn wijsvinger, leg het recht. Het bakje moet recht liggen. Waar hoop ik op? Dat mevrouw D. dadelijk alsnog komt eten? Dat we gewoon ons toneelstukje kunnen opvoeren, zoals we nu al weken doen? De houdbaarheidsdatum geeft aan dat de garnalen volgende week ook best nog kunnen.

‘Ze is gisteren in slaap gebracht. Ze wilde niet meer.’

Ze had te horen gekregen dat de ziekte weer aan de winnende hand was in haar lichaam. Ze wilde niet meer. Ze had geen zin meer in de strijd. Geen zin meer in het leven. Wat toch wel de essentie is van de zin van het leven. Mijn wangen zijn vochtig. Ik kan haar stem nog horen.

‘Dag meis, wat maak je vandaag?’

  • In het kader van privacy blijven de namen van de personen ongenoemd.

Janneke Siebelink (46) werkte ruim zeven jaar bij bol.com, waar ze een online platform oprichtte om lezers te inspireren. Ze organiseerde en presenteerde vele lezingen en events voor ouderen en jongeren. Janneke interviewde talloze auteurs en bekenden en schreef over boeken voor Linda, Margriet, Wendy en KPN. Ze schoof aan bij Tijd voor Max, had zitting in de Boekenraad van de Volkskrant en in verschillende jury’s. Nu werkt ze voor diverse opdrachtgevers binnen het boekenvak en legt ze de laatste hand aan haar debuutroman Soms sneeuwt het in april, die in november verschijnt bij uitgeverij Ambo Anthos. Ook kookt ze een dag per week als vrijwilliger in een hospice.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden