null Beeld Getty Images/EyeEm
Beeld Getty Images/EyeEm

Column

Janneke & het hospice: “Van alle herinneringen die ik heb, zijn er maar paar die er werkelijk toe doen, zegt meneer B”

Na een bezoek aan de huisarts besluit Janneke Siebelink (46) vrijwilligerswerk te gaan doen. Nu kookt ze elke week in een hospice en schrijft erover in Libelle. Haar doel: het verhaal vertellen van de bewoners van het hospice, die veelal in hun laatste levensfase verkeren. Zodat niemand ongezien in de vergetelheid raakt. Dit keer schrijft ze over de 97-jarige meneer B. die ze vraagt of hij ergens spijt van heeft.

portret column janneke_groter Beeld janneke
portret column janneke_groterBeeld janneke

Aan het eind van zijn leven zegt de mens de meeste spijt te hebben van datgene wat men niet heeft gedaan. Ik probeer naar deze wetenschap te leven, maar loop regelmatig tegen de beperkingen van de uren in een dag aan. Het verschilt per dag welke actie op mijn to do-wensenlijstje van die dag het onderspit moet delven, maar met grote regelmaat tikt Het Grote Schuldgevoel naar mijn ouders me op de schouders. Het kan ook mijn gezin zijn, werk, sport, vrienden, broer, zus of geliefden. Dat voortdurende, zeurende gevoel van tekortschieten.

Meneer B.

Meneer B. komt de woonkamer/keuken binnen (97, “geen sigaretten en geen alcohol, alleen een kopstootje, eentje, en soms een oranjebittertje”, vertelde hij toen ik enkele weken geleden mijn verbazing kenbaar maakte over zijn leeftijd en zijn voorkomen, dat meer overeenkomt met een 77-jarige). Meneer B. is hier om te herstellen. Hij heeft een gebroken been.

“Door het tennissen.”

“Sport u veel?”

“Ja, maar tien jaar geleden brak ik mijn andere been. Daarom zit ik in deze rolstoel. Het is wat broos. Maar ik kom er wel weer uit, hoor.”

“En dan gaat u weer tennissen?”

“Ja, dat zou fijn zijn.” Het kan mijn verbeelding zijn, maar er klinkt weinig vertrouwen door in zijn woorden.

“Aan mijn kant is schaduw. Mag ik hier even zitten?”

Ik drapeer een dekentje om hem heen en zet een van de balkondeuren open, zodat de zon hem kan verwarmen en hij de prille, zachte lentelucht kan ruiken. Op verzoek maak ik een “hoe heet dat nou toch ook alweer, met zo’n melkkraagje”-cappuccino voor hem.

Spijt

Het is 11:30. Nog een uur voor de lunch begint. Meneer B. heeft zijn hoofd naar de zon omhoog gericht, zijn ogen gesloten. De tomaten-venkelsoep en frittata met groene asperges zijn zo goed als gereed. Een vraag brandt op mijn lippen.

“Meneer B., mag ik iets vragen?”

“Natuurlijk”, zegt hij vriendelijk, zijn ogen blijven gesloten.

“Heeft u ergens spijt van?”

“Spijt?” Hij laat zijn hoofd zakken en opent zijn ogen.

“Ik heb nergens spijt van.”

“Van helemaal niks?”

“Spijt is zonde van de tijd.”

“Maar iedereen doet toch weleens iets waar je achteraf sorry voor zegt?”

“En dat is ook heel netjes, om te zeggen dat het je spijt, dat je iemand verdriet hebt gedaan. Maar dan is het ook klaar. Dan heb je ervan geleerd en ga je verder.”

“Gaat dat makkelijker als je ouder bent?”

Herinneringen

“Van alle herinneringen die ik heb, zijn er maar paar die er werkelijk toe doen. En de belangrijkste zijn de herinneringen met mijn vrouw. We dansten vroeger, weet je. Ze was heel mooi. Donker, een beetje zoals jij. Misschien is dat mijn spijt: dat ik daar niet meer van heb genoten.”

“Leeft ze niet meer?”

“Ze is vijf jaar geleden overleden. Ik mis haar.”

We zitten samen in de zon, met onze ogen dicht. Denkt hij nu aan haar? Ziet hij haar voor zich?

Nabokov zei: ‘Het leven is een klein spleetje licht tussen twee eeuwige perioden van duisternis.’ Een klein ogenblik in de onmetelijke hoeveel tijd die ons omringt. Dat is inderdaad veel te weinig om te verspillen aan spijt. Ik bewaar de woorden van meneer B. zorgvuldig in mijn gedachten. Ik vermoed dat ik ze nog vaak nodig zal hebben. Thuis bel ik eerst mijn ouders. Daarna neem ik een glas wijn en waarschijnlijk twee en proost op meneer B..

In het kader van privacy blijven de namen van de personen ongenoemd.

Janneke Siebelink (46) schreef over boeken voor Margriet, Linda, Wendy en KPN, schoof aan bij Tijd voor Max, had zitting in de Boekenraad van de Volkskrant en in verschillende jury’s. Nu legt ze de laatste hand aan haar debuutroman Soms sneeuwt het in april en kookt ze een dag per week als vrijwilliger in een hospice.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden