null Beeld

Column

José: “Amalia lijkt me een verstandig meisje dat beter dan haar ouders de tijdgeest verstaat”

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Ik ging naar het Amsterdam Museum om de gouden koets te zien. Die omstreden koets met zijn slavenpaneel, die de afgelopen jaren is gerestaureerd en die nu op de binnenplaats van het museum staat te shinen. Ik had er een half uurtje voor uitgetrokken, want hé, hoe lang kun je kijken naar een koets waar je niet eens eventjes in mag zitten?

Pièce de resistance

Uiteindelijk bleef ik er ruim anderhalf uur, want de koets bleek het slot- en pronkstuk van een uitgebreide tentoonstelling die niet alleen over de geschiedenis van de koets ging, maar ook over die van Nederland, het koningshuis en de koloniën in de tweede helft van de negentiende eeuw. Voordat je het pièce de resistance te zien kreeg, moest je eerst een sliert zalen door. Daar hadden niet alle bezoekers - die overigens zonder uitzondering wit en veelal grijs waren - zin in. Een vrouw riep dreinend als een kind vanonder haar mondkapje naar haar man dat ze metéén naar de koets wilde. Ze keek rond alsof ze in Ikea de kortste weg naar de bankstellen zocht.

Ik liep de eerste zaal binnen die knalroze was geschilderd als de slaapkamer van een kleuter in haar prinsessenfase. Er hing een metershoog portret van de achttienjarige Wilhelmina in haar hermelijnen mantel, een mooi meisje met lange blonde haren en een kalme blik. Zij kreeg in 1898 ter gelegenheid van haar inhuldiging als koningin de koets aangeboden van de Amsterdamse bevolking. Daartoe was een crowdfunding gestart waarbij elke Amsterdammers werd gevraagd 25 cent te geven. Ter vergelijking: een arbeider in de fabriek waar de koets werd gemaakt verdiende een kwartje per uur.

Verscheept

De vrouwen die de zijden binnenbekleding naaiden en borduurden kregen tien cent per uur – ook toen al was de loonkloof diep. Meest ontroerend vond ik het portret van een jonge zwarte vrouw in een witte jurk, haar schouders zijn bloot, haar hand ligt op haar borst. Ze heette Elisabeth Moendi, op de foto is ze 23 jaar. Samen met haar eenjarige dochtertje Henriette en 26 andere mensen werd ze uit Suriname verscheept om de Wereldtentoonstelling van 1883 op te luisteren. Daar werd gepronkt met de rijkdommen uit de koloniën.

De anderhalf miljoen (!) bezoekers die de tentoonstelling trok, mochten zich ook vergapen aan deze ‘Surinaamsche inboorlingen’. In Elisabeths blik bespeur ik peilloze angst en eenzaamheid. En dan eindelijk het binnenplein met de koets waar het allemaal om draaide. Die bleek heel erg groot, heel erg goud en heel erg bling. Ik heb lang staan kijken naar het paneel met de ‘Hulde der koloniën’ waarop zwarte mensen in lendendoeken en sarongs vol devotie hun schatten aanbieden aan de ‘Hollandse maagd’. Hoe langer ik keek, hoe onbegrijpelijker ik het vond dat Willem-Alexander niet allang heeft geroepen dat hij nooit meer met deze koets wil toeren.

Ik kan me niet voorstellen dat hij daar nog één seconde over twijfelt. Maar mocht dat zo zijn, dan moet Amalia luidkeels stampij trappen in Huis Ten Bosch. Ze lijkt me een verstandig meisje dat beter dan haar ouders de tijdgeest verstaat.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden