null Beeld

column

José: “Heb je kanker of andere narigheid? Praat erover, zegt mijn zieke broer”

José Rozenbroek

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Elke week schrijft ze voor Libelle een column over wat haar opvalt en waarover ze zich opwindt.

Mijn broer heeft kanker. Hoewel prostaatkanker bij de meeste mannen niet dodelijk is, heeft uitgerekend hij een agressieve soort die te vuur en te zwaard moet worden bevochten en waarvoor alles uit de kast wordt gehaald: hormoontherapie, operatie, bestraling, nog een operatie; de hele rataplan. Daarnaast heeft hij ook nog alle pech die een man kan treffen. Ik zal je de details besparen, maar het valt niet mee. Gelukkig heeft hij een dijk van een vrouw die hem dag en nacht bijstaat en die hem ook streng toespreekt als hij in haar ogen zich een beetje loopt aan te stellen. Ze zijn al veertig jaar bij elkaar en hun huwelijk kan wel een stootje hebben.

Niet lullen maar poetsen

Mijn broer heeft zijn leven lang keihard gewerkt, hij is van het type ‘niet lullen maar poetsen’, maar ik ben verbaasd hoe open hij over zijn ziekte is. We bespreken alle dirty details met elkaar, en we zijn elkaar nabijer dan ooit. Ook zijn uitgebreide vrienden- en kennissenkring en zijn voormalige collega’s – hij was net een paar maanden met pensioen toen de ziekte zich openbaarde – houdt hij uitgebreid op de hoogte.

Verloren gevoel

In NRC stond deze week een stukje van Japke D. Bouma over hoe je om moet gaan met collega’s die kanker hebben of andere ellende doormaken. Wat kun je tegen ze zeggen, hoe moet je ze steunen? Ze interviewde daarvoor een directeur die vertelde dat toen hij na maanden weer terugkwam op het werk, bijna niemand hem vroeg hoe hij zich voelde. ‘Daardoor voelde het alsof het leven was doorgegaan zonder mij, en kreeg ik een heel verloren gevoel.’ Dat lag ook aan hemzelf, zei de man spijtig, misschien had hij een aantal collega’s moeten vertellen wat er gebeurd was, want wat simpele woorden, al was het maar: ‘Wat erg wat je is overkomen’ hadden hem vast goed gedaan.

Het beter-worden-proces

Ik vraag mijn broer hoe zijn oud-medewerkers reageren op het feit dat de best wel autoritaire baas die met stevige hand het bedrijf leidde, zich opeens zo openstelt. ‘Als je het woord kanker laat vallen, schrikt iedereen zich kapot’, vertelt hij. ‘Ze durven nauwelijks nog een vraag te stellen.’ En dan blijkt dat hij ook dit proces nauwkeurig managet. De meeste mensen stuurt hij bij elke grote stap in het beter-worden-proces een appje waarin hij globaal vertelt hoe het ermee staat. De meesten appen meteen terug, of sturen een kaartje naar zijn huis. Daar blijft het bij, ze vragen niet door, hebben aan deze informatie voldoende.

Maar al die appjes en kaartjes doen hem wel oneindig goed. En dan heeft hij daarnaast nog een handjevol intimi aan wie hij ook vertelt over zijn zwartste uren, over zijn pijn en zijn angst. Die kwetsbare opstelling betaalt zich uit in een niet aflatende stroom belangstelling en liefde. Mijn broer, de man die zijn privacy altijd zo angstvallig bewaakte, vindt het héérlijk. Hoe meer aandacht, hoe liever, en hoe meer hij opkikkert. Grijnzend: ‘Nooit geweten dat ik zo hard andere mensen nodig heb.’

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden