José Rozenbroek Beeld Tamar Ottink
José RozenbroekBeeld Tamar Ottink

4 mei

José Rozenbroek: “Mijn tante ontfermde zich over Engelse parachutisten die waren neergestort”

José Rozenbroek

Bladenmaker en journalist José Rozenbroek is een nieuwsjunk. Deze column is geschreven met alle oorlogsslachtoffers (en misdadigers) in gedachten.

“Aan wie denk jij vanavond tijdens de 2 minuten stilte?” Ik zit in de auto naar mijn werk en luister naar Spraakmakers van NPO Radio 1. Verslaggever Ghislaine Plag vraagt de luisteraars te reageren. En dat doen ze, in groten getale. Een half uur lang luister ik naar mensen die bellen met hun verhalen. Er belt een man die vanavond 63 familieleden zal herdenken die zijn vermoord in de vernietigingskampen van Sobibor en Auschwitz. Er is een vrouw die over haar moeder vertelt, koerierster in de oorlog. Er volgen meer verhalen over deportatie en verzet. Elke bijdrage, hoe eenvoudig ook, is indrukwekkend en ontroert me.

Doodsangst

Mijn gedachten dwalen af naar mijn eigen moeder die 18 was toen de oorlog uitbrak. Ze sprak er niet vaak over, maar als ze een borreltje ophad kwam ze weleens los. Hoe ze Joodse kinderen naar onderduikadressen in het hele land bracht, hoe soms Duitse officieren in dezelfde trein zaten, die ene keer zelfs in dezelfde coupé. De doodsangst die ze uitstond. Hoe ze met vrolijk geflirt de aandacht had proberen af te leiden van de donkere kleuter die naast haar zat.

Ik denk ook aan mijn tante Hens. Terwijl mijn vader gefrustreerd zat ondergedoken op een hooizolder om tewerkstelling in Duitsland te ontlopen, zorgde zijn zusje van 22 jaar (22! Bijna een kind nog!) voor Engelse parachutisten die op het Twentse platteland waren neergestort. Ze had zich aangesloten bij de plaatselijke verzetsgroep die zich ontfermde over deze tientallen, vaak zwaargewonde soldaten. Zelf wilde ze hier later nooit over praten met ons, neven en nichten, maar mijn ouders gelukkig wél. Nog hoor ik het ontzag in hun stem.

Eisenhower

Voor deze heldenmoed kreeg mijn tante na de oorlog een oorkonde en een lintje van generaal Eisenhower. Sommigen van deze parachutisten werden vrienden voor het leven. Voor de generatie van mijn ouders zat de oorlog tot aan hun dood in elke vezel van hun bestaan.

Het is tien voor tien, ik neem de afslag Bussum, ik ben bijna op mijn werk. Op de radio komt de laatste verteller aan de telefoon. Het is een man, met heldere, kalme stem zegt hij: “Ik herdenk vanavond de slachtoffers van mijn vader die een oorlogsmisdadiger was.”

Er valt een stilte. De radio-interviewster houdt hoorbaar haar adem in.

De man vertelt verder: hoe hij ooit een nichtje van een van hen mocht ontmoeten, hoe hij van haar hoorde hoe haar oom, een Joodse bloemenverkoper uit Amsterdam, door toedoen van zíj́n vader werd verraden, naar het kamp gedeporteerd en vermoord.

Ik parkeer mijn auto, ik blijf nog even zitten. Ik denk aan het gedicht ‘Vrede’ van Leo Vroman, aan die beroemde slotregels:

“Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen,

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Tekst: José Rozenbroek

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden