Juul Beeld Libelle
JuulBeeld Libelle

Juul: “Ik zeg tegen Fleur dat ze een veel leukere man kan krijgen dan mijn machozoon”

Juul is met haar kersverse echtgenoot Aaron en hond Willem naar Amsterdam verhuisd. Haar zoon Jan woont op zichzelf.

Els RozenbroekLibelle

Els Rozenbroek schreef jarenlang ‘Het dagboek van Juul’ voor Libelle, dat deels gebaseerd was op haar eigen leven. Els is overleden op 30 augustus 2022 aan de gevolgen van kanker.

Zes dochters in roze

Het is nog lekker warm als we na ons keukenavontuur neerstrijken op een terrasje aan de Amstel. Er worden drankjes besteld en we bestuderen de menukaart. Jan kiest voor ribeye, Fleur en Aaron hebben zin in spareribs en ik wil graag kaasfondue. De eigenaar van het eetcafé tikt onze wensen in op zijn zakcomputertje en wij leunen achterover in het zonnetje. De stemming is hilarisch. Aaron en Jan raken er niet over uitgepraat dat Fleur en ik bijna een knalroze keuken hadden gekocht, wij pruilen nog na dat we onze zin niet hebben gekregen. Jan vraagt Aaron of hij spijt heeft dat hij met me is getrouwd. “Nog niet”, zegt hij. “Maar ik sluit niets uit.” Ik zeg tegen Fleur dat ze een veel leukere man kan krijgen dan mijn machozoon die niet eens van roze houdt. Zij wenst hem zes dochters toe die louter roze jurkjes, roze speelgoed en roze kamertjes willen. Jan bromt dat-ie zes zonen wil die met zwaarden en pistolen zwaaien en elke dag een Zorro-pak dragen.

Verbrand vlees

En dan komt het eten. De ribeye van Jan ziet er verrukkelijk uit. De spareribs van Fleur en Aaron zijn zwartgeblakerd. De eigenaar zet de borden op tafel en doet alsof het heel gewoon is om je gasten verbrand eten aan te bieden. Hij wenst ons opgewekt smakelijk eten. Als hij is verdwenen, barsten we in lachen uit. Fleur prikt in haar vlees. “Ik heb ergens gelezen dat je daar kanker van kunt krijgen”, zegt ze. “En als ik hier naar kijk, lijkt me dat heel goed mogelijk.” Aaron roept de ober. “Het spijt me, maar dit vlees is verbrand.” De goede man is hogelijk verbaasd. “Verbrand? Hoe bedoelt u?” Ik hoor een benauwd geluid naast me. Fleur probeert haar lachen in te houden. “Nou, kijkt u maar, het is zwart en ruikt smerig.” De man pakt de borden en zegt: “Zo horen spareribs eruit te zien, maar ik zal kijken wat de kok eraan kan doen.” Als hij weg is, neemt Jan een hap van zijn ribeye. “Die is heel erg lekker”, constateert hij tevreden. Ik doop een stukje stokbrood in de kaasfondue en neem een hap. “Getverderrie, wat vies”, zeg ik. De kaas heeft een zurige smaak. Ik overweeg erover te klagen, maar durf niet. Gek is dat toch. Als je in een restaurant klaagt over het eten voel je je al snel een zeur. Gelukkig smaken de frietjes verrukkelijk en is de salade vers en knapperig.

In de herhaling

Daar is de eigenaar. Hij zet trots twee borden op tafel met spareribs die zo mogelijk nog verbrander zijn dan de vorige. “Ik vrees dat uw kok u verkeerd heeft begrepen”, zegt Aaron. “Het was niet de bedoeling dat hij ze nog zwarter zou blakeren, maar dat we een nieuwe portie zouden krijgen.” Dat vindt de eigenaar niet leuk om te horen. “Ik krijg nooit klachten”, zegt hij. “U bent de eerste.” Waarop hij verdwijnt en niet meer terugkomt. Jan neemt het laatste stukje van zijn ribeye, veegt zijn mond af en neemt een grote slok van zijn bier. “Dat was heerlijk”, grijnst hij. “Maar ik vind het heel erg zielig voor jullie hoor, daar niet van.” De kaasfondue staat treurig op het brandertje. De frietjes en salade zijn op. Mijn maag rammelt. Als de rekening komt, staan de spareribs er niet op. Dat is nou weer prettig. Vijf minuten later zitten we in de auto. “We beginnen gewoon opnieuw”, zegt Aaron. “Waar zullen we gaan eten, jongens?”

De naam Juul is gefingeerd.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden