Dakloos Beeld Getty Images
DakloosBeeld Getty Images

Lila (44) raakte dakloos na haar scheiding: “Ik ‘woonde’ in mijn auto”

Na haar scheiding had Lila (44) niets meer. Geen huis, geen geld en geen bankrekening. Ze ‘woonde’ in haar auto en was haar kinderen kwijt.

Lila: “Toen ik 17 jaar geleden mijn geboortedorp in Indonesië verruilde om in Nederland samen te wonen met de man op wie ik verliefd was geworden, kon ik niet bevroeden dat het zo zou eindigen. Ik had alles achtergelaten, om uiteindelijk alles te verliezen.

Eenzaam

Ik was 27 toen ik introk bij een Nederlandse man en zijn kind uit een eerder huwelijk, toevallig ook met een Indische vrouw. Ik sprak geen Nederlands en nam de fulltime zorg op me van zijn oudste zoontje met een beperking. Ik deed mijn best om gelukkig te zijn, maar ik voelde me verdrietig en eenzaam. Overdag zag ik niemand; we woonden op een afgelegen bedrijventerrein zonder buren, vrienden had ik niet en mijn familie woonde duizenden kilometers ver weg. Zelfs mijn man was weinig thuis; hij had een eigen timmerbedrijf en ging iedere ochtend om vijf uur de deur uit om pas tegen elf uur ’s avonds thuis te komen. Hij snapte niet waarom ik me ongelukkig voelde en veel huilde.

Geef niet op

We kregen kinderen. Ik hoopte dat er gelukkigere tijden zouden aanbreken maar helaas, naast de gebruikelijke ruzies en onbegrip liepen mijn man en ik tegen cultuurverschillen aan die werden versterkt door de uiteenlopende inzichten over de opvoeding. Er was niemand met wie ik hierover kon praten, behalve mijn familie in Indonesië en dus bracht ik uren bellend met hen door. ‘Kom op, Lila, wees sterk. Geef niet op’, zeiden zij. En ik gaf niet op. Integendeel, na iedere ruzie probeerde ik er weer iets van te maken. Geleidelijk nam de eenzaamheid af en werd mijn wereldje groter; ik leerde Nederlands en maakte vrienden binnen de Indonesische gemeenschap waarmee ik, samen met de kinderen, leuke uitjes kon maken. Voor het eerst lachte ik weer en kon ik me verheugen op dingen. Tot ongenoegen van mijn man. Als mijn vrienden langskwamen sloeg hij heel hard met zijn vuist op tafel om ze weg te jagen.

Ik had niets meer

Toch voelde ik me sterker worden. Ik ging solliciteren en vond werk als kok in een restaurant. Het geld dat ik verdiende stortte ik op onze gezamenlijke rekening. Maar iedere keer wanneer ik mijn vleugels probeerde uit te slaan probeerde mijn man mij kort te houden; hij belde mijn baas om te zeggen dat ik minder moest werken. Uiteindelijk was de maat vol. Ik wilde niet langer onder de duim worden gehouden en kondigde aan dat ik wilde scheiden. Mijn man smeekte me om te blijven en toen dat niet werkte dreigde hij dat ik alles zou kwijtraken als ik toch zou gaan. Ik zwichtte en bleef. Ik gaf hem nog één kans. Achteraf bleek dat hij deze extra tijd alleen maar had gebruikt om mij achter mijn rug om zwart te maken. Heimelijk had hij alle instanties benaderd en zijn ‘aanval’ in stelling gebracht, zodat ik, toen we een jaar later écht uit elkaar gingen, geen poot meer had om op te staan. Hij wist precies hoe dat moest, want met zijn eerste vrouw had hij hetzelfde gedaan. Het resultaat: hij won alles – de kinderen, het huis - en ik had niets.

Slapen in mijn auto

De brief waarin stond dat de rechter had bepaald dat ik op zondagavond het huis uit moest had ik nooit gekregen. Dus toen mijn man op zaterdag aankondigde dat ik de volgende dag weg moest dacht ik: maar waarhéén dan? Waar ga ik in godsnaam heen? Ik had geen huis, geen geld; ik had geeneens een eigen bankrekening. Die paar spullen die ik bezat verzamelde ik, ik pakte wat kleding en griste een deken en kussen mee. Vrienden boden mij aan om voorlopig bij hen te slapen. Maar ik weigerde. Ik mijn cultuur word je opgevoed met het idee dat je niemand tot last moet zijn. Liever pakte ik mijn deken en kussen en sliep ik in mijn auto. Natuurlijk voelde ik me wanhopig en waardeloos, maar ik wist dat de ruzies alleen zouden ophouden als ik niet meer thuis woonde. Alleen op deze manier konden de kinderen in stabiliteit opgroeien. Weggaan was de ultieme opoffering die ik als moeder kon maken.

Ik blijf sterk

Drie weken lang ‘woonde’ ik in mijn auto. Ik probeerde er het beste van te maken; van vijf uur ’s middags tot elf uur ’s avonds werkte ik in het restaurant, na mijn shift sliep ik in mijn auto en overdag, als mijn vrienden wakker waren en naar hun werk gingen, kon ik bij hun koffie drinken, iets eten en douchen. Totdat het tijd was om weer naar werk te gaan. Mijn maatschappelijk werker vond het geen goed plan dat ik in mijn auto sliep en regelde een plek in een nachtopvang. Daar heb ik een paar nachten gelogeerd, maar dat was niets voor mij. Ik vond het er eng, al die mannen daar. Er waren problemen met alcoholisme en op de gang was lawaai. Ik durfde mijn kamer zelfs niet te verlaten om naar de wc te gaan. Uiteindelijk heb ik nog een paar nachten in mijn auto geslapen voordat ik met subsidie van de gemeente een maand in een kamer van een bed & breakfast kon wonen. Sinds een paar weken heb ik nu een eigen plek. Ik voel me er veilig en er is ruimte voor de kinderen, al denk ik niet dat ze op korte termijn bij mij zullen wonen. Maar ik blijf sterk, ik zet kleine stapjes vooruit, ik zet door. Ik kan dit. Het lukt mij wel. Ook ik heb recht op een gelukkig leven.”

Tekst: Paulijn van der Pot. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden