maarten van rossem

Maarten van Rossem: “Ik heb nooit de behoefte gehad om populair te zijn”

null Beeld Bart Brussee
Beeld Bart Brussee

Naar eigen zeggen was hij vroeger maar een raar ventje dat werd buitengesloten en geplaagd. Toch heeft het historicus Maarten van Rossem (77) iets opgeleverd: “Ik ben minder geneigd me iets aan te trekken van wat anderen over me zeggen en denken.”

Merkt u het op straat als er een nieuw seizoen van De slimste mens op de buis is?

“Ik word sowieso voortdurend aangesproken. Ook veel door jonge mensen, dat is wel het sterke punt van De slimste mens: er kijken ook kinderen naar. Laatst fietsten twee jongetjes langs, die riepen: ‘Hé slimste mens! Wilt u mijn huiswerk maken?’”

Vindt u het leuk om beroemd te zijn?

“Ik zou het woord ‘beroemd’ niet gebruiken, eerder ‘bekend’; Elvis Presley is beroemd. Ik heb er soms wel gemak van. Als je naar een helpdesk belt, zeggen ze weleens: ‘Dé Maarten van Rossem? Nou, dan ga ik echt mijn best doen.’ Prima toch? Daar ben ik erg voor. Maar ik word soms ook uitgescholden. Dat is altijd een lichte schok, maar niets aan te doen. Ik ken de sociale media en weet hoe ik daar word bejegend. Wat was ik ook alweer? O ja, een stalinistische pedofiel. Of ze schrijven: ‘Gaat die man ooit dood?’ In tal van variaties komt die thematiek langs. Ik zit nu in een podcast over dinosauriërs en dan is het natuurlijk: ‘Wat leuk dat er ook een dinosaurus aan meewerkt.’ Ouderdomsdiscriminatie komt op grote schaal voor, hè.”

Krijgt u er ook meer aandacht van vrouwen door?

“Het is een algemeen breed gedragen idee dat als je succesvol bent op televisie, je waarschijnlijk een min of meer onbeperkt aanbod van intens charmante vrouwen van diverse leeftijden krijgt, die je opbellen en zeggen: ‘Kunnen we niet eens ergens gaan eten of wat gezelligs doen?’ Daar is geen sprake van, kan ik je verzekeren. Mensen willen met mij vooral op de foto, terwijl ze zeggen: ‘Wat een leuk programma maakt u.’ Dat is het wel zo’n beetje. Oneerbare voorstellen van vrouwen hebben mij eerlijk gezegd nooit bereikt.”

null Beeld

Wat vindt uw vrouw van uw media-optredens?

“Ze zegt weleens dat ik iets stoms heb gezegd op tv. Ze vindt mijn gerelativeer ook vaak nogal overdreven, omdat ik altijd meteen zeg: ‘Nou, dat valt wel mee, dat zal zo’n vaart niet lopen.’ Maar ja, dat is mijn instelling. Zij is trouwens hoofdredacteur van Margriet geweest, dus toen ik vertelde dat jullie mij gingen interviewen, vond ze dat ook al onzin. Bij ons thuis was Libelle toch wel de vijand. Wat ze vooral met enige regelmaat zegt, is: ‘Kan het niet ietsje minder?’ Ze vindt dat ik veel te veel doe. Ik doe ook wel veel, maar ik vind het heel fijn dat ik iets te doen heb. Dat is eigenlijk mijn hoofdoverweging om aan van alles mee te werken.”

U heeft nog nooit zo veel verdiend als sinds uw pensioen.

“Ja, ik ben een van de weinige mensen in Nederland die na zijn pensioen aanzienlijk veel meer is gaan verdienen dan toen hij nog werkte. De universiteit is, zoals je weet, geen ruime betaler.”

Dat extra geld, vindt uw vrouw dat ook belangrijk?

“Nou, ik denk wel dat ze het waardeert. Ze heeft het liefst dat ik het allemaal aan onze kinderen besteed. Daar zit veel in. Ik ben in dat opzicht ook niet tekortgeschoten, vooral wat de behuizing betreft. Net wat extra’s is de manier om toch nog heel aardig te kunnen wonen voor jonge mensen in Nederland, want dat is een gigantisch probleem.”

Waar heeft u uw vrouw Winnie ontmoet?

“Op een sinterklaaspartijtje voor studenten. Dat was vrij specifiek georganiseerd met de bedoeling dat dames- en herenstudenten elkaar gingen ontmoeten. In die tijd waren dat nog gescheiden verenigingen. Het idee was dat je een afspraak maakte als je iemand zag die je wel aardig vond. Zo is het geschied.”

Hoe ging dat?

“Ik geloof dat ik haar naar huis heb gebracht, en ik moet zeggen: ik vond haar heel aardig. Ik ben helemaal niet iemand die onmiddellijk totaal door het lint gaat en aan een soort van amour fou lijdt. Bij mij gaat het allemaal even langzaam en traag. Ik moet een hele tijd nadenken voordat ik concludeer: zij is eigenlijk wel leuk. Ze vertrok al heel snel voor een halfjaar als au pair naar Engeland. Toen was er nog niks gebeurd. Daarna hebben we her en der een afspraak gemaakt en kwam van het een het ander. In 1969 zijn we getrouwd.”

Moest u haar echt versieren?

“Nee, dat ging vanzelf, er zat niets spectaculairs bij. Ik ben niet op de knieën gegaan met een ring. Ik herinner me niet dat ik ooit heb gevraagd: ‘Zullen we gaan trouwen?’ En ik kan me ook niet herinneren dat zij dat zei. Om een of andere geheimzinnige reden was er toch een bruiloft in 1969.”

Was Winnie uw eerste vriendin?

“Nee, mijn tweede. Ook op dit punt heb ik geen complexe geschiedenis. Ik heb eerst gedurende enige jaren gevreeën met de dochter van een notaris uit Opheusden. Wie weet zou het wat zijn geworden, maar haar vader vond mij een brutale jongen. Dat kwam doordat ik hem weleens tegen sprak, de ongelukkige tendens die ik mijn hele leven heb gehad. Hij zei allerlei volstrekt onnozele en onjuiste dingen. Ik kon het niet laten om dan te zeggen: nou meneer, dat is helemaal niet waar, want dat zit eigenlijk zus en zo in elkaar. ‘Within this decade, we will put a man on the moon’, zei Kennedy, en ik hoor die man nog zeggen: ‘Dat gaat niet gebeuren.’ Waarop ik zei: ‘Ik wil er wel een wedje over afsluiten dat dat wél gaat gebeuren, zo ingewikkeld is het namelijk niet.’ Op een goede dag zei hij weer iets waarmee ik het helemaal niet eens was, en toen riep hij: ‘Nu is het afgelopen, de deur uit!’ Ik vroeg nog of iemand me naar de bus kon brengen, maar ook dat viel heel slecht. Daarna hebben we de affaire nog een tijdje in het diepste geheim voortgezet. Of ze dat ooit hebben ontdekt, weet ik niet, maar ineens werd ze door haar ouders naar Amerika gestuurd. We hebben nog enige tijd op van dat ongelukkige luchtpostpapier lange brieven naar elkaar geschreven, maar uiteindelijk is het lichtje toch uitgegaan. En toen ontmoette ik Winnie. Nou ja, na enige tijd bleek dat wel te kloppen.”

null Beeld

Wist u toen al dat u graag vader wilde worden?

“O, dat is ook wel een interessant verhaal, dat gebeurde vijf jaar later pas. We hadden elk jaar onderhandelingen: zullen we dit jaar een kind bakken, ja of nee? ‘Nou nee,’ zei Winnie steeds, ‘het gaat net lekker bij Margriet.’ Ze maakte daar een vrij vlotte carrière op weg naar het hoofdredacteurschap. Ik had altijd tegen Winnie gezegd: ‘Luister eens even, als je geen kinderen wilt, dan kan ik daarmee leven. Als jij kiest voor de carrière, vind ik dat uitstekend. Ik heb niks met kinderen.’ Ik vond mijn neven en nichtjes allemaal verdomd vervelende, schreeuwerige kinderen. Ten slotte zei Winnie: ‘Ik wil wel kinderen.’ Achteraf moet ik zeggen dat ik als kinderhater volledig ben omgeturnd. Ik vind kinderen hartstikke leuk, terwijl ik er geen moer van verwachtte. Probleem is dat heel veel mensen het paradijs verwachten en vervolgens bitter teleurgesteld zijn. Kinderen braken over dekentjes, zijn altijd gevallen, hebben rare ziektes en kampen vier jaar lang met een snotneus. Dat valt mensen dan rauw op hun dak. Mij niet, want ik had geen verwachtingen. We hebben een zoon en een dochter gekregen, met wie ik enorm tevreden ben. Ik kan je wel vertellen – waarom ook niet, het is immers voor Libelle – dat toen nummer twee was geboren, ik tegen mijn vrouw zei: ‘Zullen we er nog één doen?’ Maar dat wilde ze niet, dus toen is het bij twee gebleven.”

Vond u het vaderschap meteen leuk?

“Nee, dat larvale stadium vond ik niks. Maar vanaf het moment dat ze zo’n beetje gingen lopen en praten, vond ik het echt ontzettend leuk. Met mijn kleinkinderen ook weer.”

Was u goed in ‘vader zijn’?

“Niet bijzonder. Ik was een goede voorlezer. Wat ik niet allemaal heb voorgelezen. Ik heb ook vrij veel overhoord en geholpen met huiswerk. Mijn dochter kan, net als ik, makkelijk dingen uit haar hoofd leren die ze niet interessant vindt. Mijn zoon verzette zich altijd. En je weet: als je je tegen leren verzet, is dat het vervelendste wat een mens kan doen. Als hij moest leren of het le of la château was, begon hij een heel pleidooi dat hij toch niet van plan was om later Frans te gaan spreken. Maar ja, zo gaat dat nu eenmaal op de middelbare school. Je moet zorgen dat je daar goed van af komt, anders heeft dat heel vervelende consequenties voor de rest van je hele leven.”

Werden uw kinderen gepest vroeger?

“Dat zou ik niet heel fijn hebben gevonden. Ik ben zelf behoorlijk geplaagd en buitengesloten in mijn jeugd, ik was een raar ventje. Daar hebben mijn kinderen gelukkig nooit last van gehad, zij waren hartstikke populair. Net als mijn broer en zus, die minstens even gek zijn als ik. Maar mijn broer was heel populair en ik niet.”

Denkt u dat het ook voordelen heeft om niet bij de populairen te horen?

“Gedurende die situatie is het niet leuk, maar het wapent je wel een beetje. Ik denk dat je minder geneigd bent je iets aan te trekken van wat anderen over je zeggen en denken. Ik heb wel altijd precies gezegd wat ik dacht dat er gezegd moest worden, zoals ook bij die schoonvader. Die plagerij verdween gelukkig op het gymnasium. Daar zaten allemaal van die bleke, clevere jongens. Wij vonden die leraren voor een gedeelte ook ongelooflijk stom, eerlijk gezegd. Ik paste daar beter dan bij de voetballende jongens op straat, die er bij een conflict op los sloegen. Toen ik een jaar of zes was, zei mijn opa: ‘Die jongen is nu al oud.’ Ik moest van mijn grootvader op hockey. Met zo’n stok en de hele bliksemse boel, afschúwelijk. Zodoende heb ik een jaar gehockeyd. Mijn kostbare zaterdagmiddag werd opgeofferd aan die levens-gevaarlijke rotsport.”

Levensgevaarlijk?

“Dat mijn gebit het heeft overleefd, is een wonder. Na een jaar heb ik tegen mijn ouders gezegd: ‘Als ik erop moet blijven, dan loop ik weg.’ Vreselijk. De populaire kinderen hockeyden allemaal, maar ik heb nooit de behoefte gehad om populair te zijn. Sterker nog, ik wil niet zeggen dat ik erop neerkijk, maar ik wil er liever niet al te veel mee te maken hebben. Ik heb ook altijd gevonden dat meisjes en jongens een verbazingwekkend slechte smaak hebben. Ik zie vrouwen mannen interessant vinden, van wie ik denk: het criminele druipt ervan af. Ik begrijp niet wat vrouwen zien in zo’n vlotte boy. Ik zou zeggen: dames, zorg dat je nooit iets te maken krijgt met van die vlotte, sportieve kletsmajoors in een mooie cabriolet.”

Maakt kennis gelukkig volgens u?

“Mij maakt het wel gelukkiger, ja. Ik ben altijd een ontzettend weetgierig ventje geweest, vanaf het moment dat ik kon lezen. Zo vond ik astronomie heel interessant. Op de middelbare school had ik een kijkertje om bij nacht en ontij naar de sterren en de planeten te kijken. Mijn interesse in geschiedenis is er ook altijd geweest.”

Hoe kijkt u naar de jongeren van nu, die steeds kortere berichten consumeren?

“Mijn indruk is dat de meeste mensen sowieso al heel lang heel weinig weten. Ik heb me altijd verbaasd over hun totale gebrek aan nieuwsgierigheid naar de wereld waarin ze leven. Dat geldt ook voor veel academici, hoor. Ik ben ook wel zo arrogant om te denken dat, als iedereen ongeveer wist wat ik weet, ook over de politiek, de wereld er wel iets beter zou uitzien dan nu. Deels worden wij geregeerd door een werkelijk verpletterende domheid.”

null Beeld

Wat heeft u opgestoken over de liefde?

Wat is het geheim van een goed huwelijk? “Voor elk huwelijk geldt een ander recept. Bovendien is een goed huwelijk lang niet altíjd goed. Het heeft zijn ups en downs. Het idee dat je een halve eeuw hartstochtelijk verliefd bent en elke dag bloemen geeft, gaat voor mij in elk geval niet op. Hoewel ik veel bloemen meebreng – maar die krijg ik, en dan geef ik ze aan mijn vrouw en zij zet ze dan in een vaas. Mijn recept is: niet scheiden en proberen de mindere momenten te overwinnen. Je ziet vaak dat mensen gaan scheiden, waarna die man met een veel jongere vrouw trouwt. Na een tijdje blijkt dat ze eigenlijk precies nummer één is. Een net iets andere editie, maar in feite ongeveer hetzelfde karakter.”

Ze zeggen: liefde is een werkwoord. Zit u er weleens echt aan te werken?

“Nooit. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit dacht (wrijft in zijn handen): ik ga eens even lekker werken aan de liefde.”

Even de geurkaarsen aansteken.

“Nee! Geen geurkaarsen! Nee joh, ik heb helemaal geen romantische inslag.”

Waarin hebben jullie elkaar gevonden?

“Ik vond haar intelligent, we konden lachen om dezelfde gekkigheid en de seks ging goed. Tel dit allemaal bij elkaar op en je denkt: nou, dit is misschien toch een heel redelijke propositie.” ■

MEER MAARTEN
Maarten van Rossem werd geboren in Zeist op 24 oktober 1943. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en schreef in 1983 zijn proefschrift over Amerikaanse politiek. Van 1996 tot 2008 was hij bijzonder hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2008 is hij hoofdredacteur van het tijdschrift Maarten! Al bijna tien jaar vormt hij in zijn eentje de jury in de tv-quiz De slimste mens. Samen met zijn broer Vincent en zus Sis (Mary) presenteert hij het programma Hier zijn de Van Rossems, waarin ze een bezoek brengen aan een stad in Nederland. De slimste mens is er elke werkdag om 20.40 uur op NPO 2.

  • Productie: Charissa Macnack. Met dank aan: Loft 88. Kleding: eigen bezit
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden