Interview

Marcel van Roosmalen: ‘‘Ik heb niet de indruk dat mijn moeder me mist als ik niet kom”

Marcel van Roosmalen Beeld Karlien van der Geest
Marcel van RoosmalenBeeld Karlien van der Geest

Marcel van Roosmalen (53) komt naar eigen zeggen uit een afstandelijk gezin. Samen met Eva Hoeke heeft hij twee dochters, de derde is op komst. Als vader wil hij het heel anders aanpakken. “Gelukkig neem je ook mooie dingen van je ouders over.”

RedactieKarlien van der Geest

Marcel in 't kort

Marcel van Roosmalen (1968) is journalist, columnist en schrijver. Hij is ook regelmatig op televisie en onlangs verscheen zijn boek Mijn legendarische moeder overleeft alles (Meulenhoff). Marcel is vooral bekend vanwege zijn droge, sarcastische (onder)toon. Hij woont samen met journalist en columnist Eva Hoeke (42), met wie hij twee dochters heeft: Lucy (5) en Leah (3). Hun derde dochter is op komst.

Marcel is net terug van de fotoshoot. “Het thema was vlinders. Ik héb niks met vlinders”, zegt hij. De toon waarop hij dat zegt, laat zich raden. “Ik stond als een soort Frénk van der Linden in een bloemetjeshemd in een kas.”

Een nieuw boek

Gelukkig is de situatie nu verbeterd, althans, dat hoop ik maar: we zitten op gepaste afstand van elkaar in een kamer van de uitgeverij, op vijftien hoog aan de rand van Amsterdam. Het afgelopen jaar schreef Marcel van Roosmalen drie keer per week een column in NRC-Handelsblad, las hij als Druktemaker columns voor op NPO Radio 1, maakte hij met Gijs Groenteman het televisieprogramma Media Inside (na de zomer weer terug) en gaf hij elke werkdag 30 seconden zijn mening over de talkshow De Vooravond, eerst als plant, later in de gedaante van een hond.

En hij schreef – na het tragikomische Het zijn de kleine dingen die het doen (2019) – weer een boek over zijn moeder: Mijn legendarische moeder overleeft alles.

Dementeren

“Toen mijn moeder begon te dementeren werd me voor mijn gevoel een onderwerp in de schoot geworpen. Veel mensen maken dit namelijk mee”, zegt hij. “Ik vond het toen ook wel spannend. Mijn moeder, die een heel geremd leven heeft geleid, ging ineens zeggen wat ze écht vond. Toen we een keer een taartje met haar gingen eten in Velp, waar ze woonde, benoemde ze alles wat ze zag. ‘Wát een dikkerd! Die eet veel te veel taart!’ Ondanks het sociale ongemak dat toen ontstond, vond ik dat grappig. Mensen zullen zeggen: dementie is echt niet om te lachen. Dat weet ik! Inmiddels lach ik er ook niet meer om. Toen brak corona uit en kwam uitgerekend mijn moeder na een val terecht in een tehuis waar het virus extreem huishield.”

Was dat ook een goed onderwerp?

“Ja. Ik vond het interessant en ik kon iets doen. Mijn moeder zat daar opgesloten in haar kamer: geen telefoon, geen tv, al het personeel ziek. Het was allemaal nog veel gruwelijker dan ik heb opgeschreven. Huisarts Marion de Bruin nam contact met me op. Haar vader zat daar ook en zij was in een beschermend pak binnen geweest. Onze ouders lagen daar in een luier op de grond, vertelde ze. We moesten iets doen en ik had met mijn column de mogelijkheid. Daarna zaten we algauw bij Op1. De vader van Marion is in dat verpleeghuis overleden, voor mijn moeder gaf ik ook niet veel meer. Ik dacht: die gaat dood. Op zichzelf had ik daar vrede mee gehad en zijzelf vast ook, maar natuurlijk niet op die manier: je wil dat iemand op een waardige manier kan sterven. Mijn moeder is geen beest. Maar goed, ze ging helemaal niet dood. Sterker nog: ze werd niet eens ziek.”

Hebben je columns bijgedragen aan verandering?

“In het grotere geheel niet, maar voor mijn moeder wel. Het tehuis werd gesloten, er kwam een onderzoek naar de situatie daar. Ik heb mijn moeders leven verlengd, daarvan ben ik overtuigd. Dat is wel wrang, want in die maanden van verhuizen van tehuis naar tehuis is ze sterk achteruitgegaan. Er is een groot verschil tussen wie ze was toen ze werd opgenomen en wie ze nu is. Haar en ons is door het falend beleid tijdens die eerste coronagolf een goede tijd ontnomen. Dit boek over mijn moeder is daarom relevanter dan het vorige; het gaat ergens over.”

Wat vond je moeder ervan dat je over haar schreef?

“In de kantlijn van mijn krantencolumns over haar schreef ze vaak haar commentaar: ‘Wat een onzin!’ Of: moet dit wel bekend worden? Dan zei ik: kom op zeg, het gaat over je mixer. Dat was het soort gesprekken dat we erover hadden. Toen ik een keer moest voorlezen in Velp, zat ze met drie vriendinnen in de zaal. Zij vonden het allemaal fantastisch, en ineens vond mijn moeder het ook heel leuk. Ik moest haar steeds nieuwe exemplaren sturen, zodat ze die kon weggeven. Daarna begon ze ook zelf interviews te geven, waarin ze zei dat ik zo bloemrijk schreef. Het was bizar, maar ik proefde uit dit alles wel een soort goedkeuring. Ik weet niet wat ze van dit boek zou vinden, maar ik sta er zelf volledig achter. Het is een integer boek.”

Waarin je jezelf ook niet ontziet…

“Ik zeg inderdaad dat ik niet vaak meer bij mijn moeder op bezoek ga. Daar vinden mensen dan iets van, vooral mensen die het boek niet hebben gelezen, trouwens. Dat is ook te danken aan het AD, waar op de site een interview met mij werd aangekondigd met de tekst: ‘Marcel van Roosmalen ergerde zich al jaren aan zijn moeder. Nu zij in een verzorgingshuis zit, heeft hij alle contact verbroken’. Dat is helemaal niet waar, maar toen ging het los. Ik kreeg honderden woedende mensen over me heen: je bent het niet waard dat je op aarde bent, enzovoorts.

Wat kan ik zeggen? Het is deels zelfbescherming dat ik er niet vaak naartoe ga, omdat het zo naar is allemaal. Ik kan het niet aanzien. Maar het is óók omdat ze ruim 220 kilometer verderop woont en ik helemaal niks uit zo’n bezoekje haal. Vorige week was ik er en toen wist ze wie ik was, dat was leuk. Ik liet haar op mijn telefoon foto’s van mijn dochters zien. Die vond ze allemaal prachtig. Of ze hen herkende, weet ik niet, want ze vroeg daarna hoe het met de hond en de varkens was. Ik heb helemaal geen hond of varkens. Vervolgens hadden we het over het antieke kastje in haar kamer. ‘Ja, jongen, het zijn hier mooie woningen.’ Wat heb ik daaraan?”

Misschien ga je er ook wel niet naartoe om voor jezelf iets te halen?

“Nee, maar in dit geval ga ik er ook niet naartoe om iets te brengen. Ik hoop dat ze het leuk vindt dat ik er ben, maar ik heb niet de indruk dat het lang beklijft of dat ze me mist als ik niet kom.”

Misschien is voor haar zo’n uurtje met jou…

“Een kwartier, hoor. Meer niet.”

Zo’n kwartier dan, misschien is dat gewoon wel prettig, zonder dat je daar verder iets aan moet verbinden.

“Het is ook wel prettig. Maar het is ook niet meer dan dat. Ik wil niet pathetisch overkomen. Hoe raar het ook klinkt: ik heb me ermee verzoend. Met dit boek heb ik het afgerond. Mensen die zeggen dat dit boek geen recht doet aan haar, snap ik weer wel. Dat is zo. Mijn moeder is niet het type dat wilde dat er een boek over haar zou worden geschreven. Als ze had mogen kiezen, had ze vast voor een andere fase in haar leven als thema gekozen. Als er ooit een boek over mij wordt geschreven, hoop ik ook dat het over deze tijd gaat waarin het me redelijk voor de wind gaat.”

Wie was je moeder voordat ze ziek werd?

“Een goedbedoelende vrouw uit een arm boerengezin uit Brabant. Ze verloor al jong haar moeder, waaraan ze een soort trauma heeft overgehouden. In de bus van Oirschot naar Middelbeers – beweerden mijn ouders – leerde ze als logopediestudent mijn vader kennen. Hij had een dominante moeder en wilde weg uit Brabant. In Arnhem, waar ze gingen wonen toen hij daar werk vond, konden ze totaal niet aarden. Mijn moeder had moeite met de hardheid en de afstandelijkheid van de Arnhemmers en heeft altijd heimwee gehouden naar Brabant.”

Wat was haar gelukkigste tijd?

“Misschien wel toen wij klein waren. En daarna, toen zij zich een beetje losmaakte van mijn vader door les te gaan geven en een eigen leven buiten het gezin op te bouwen, naast het huisvrouwschap dat haar benauwde. Als ik de foto’s bekijk die ik bij het leegruimen van haar huis heb meegenomen, zie ik dat er in onze nieuwbouwwijk in Velp destijds veel gemeenschappelijk werd gedaan. Er waren feesten met optredens, door mijn moeder geschreven liedjes… Dat soort belangstelling vond zij leuk, maar daar was mijn vader helemaal geen type voor. Hij vond iedereen stom.”

“Daarin herken ik mezelf wel, tot mijn ongenoegen. Ik projecteer het op iets groters, maar mijn vader had het in het klein. Als mijn moeder vriendschappen aanging met mensen in de buurt, had hij daar altijd wel iets op aan te merken. Er kwamen weinig mensen door zijn subtiele ballotage, waardoor zij nauwelijks aanloop hadden. Het was een klein leven.”

Marcel van Roosmalen Beeld Karlien van der Geest
Marcel van RoosmalenBeeld Karlien van der Geest

Jij wilt het anders.

“Ja, hoewel… Binnenkort heb ook ik drie kinderen, ik ben net zo oud vader als mijn eigen vader is geworden, ik ben in net zo’n dorp gaan wonen als mijn ouders. Het is schrikbarend: nog maar een paar stappen en ik leid hetzelfde leven als zij! Mijn vader zat – net als ik – ook altijd op zijn kamer te werken. Ik begin zelfs heimwee te hebben naar Velp. Alleen die tv-carrière – die hadden mijn ouders dan weer niet. Dat is een grapje. Ach, waarschijnlijk is het normaal: iedereen gaat uiteindelijk op zijn ouders lijken. Met een beetje geluk heb je dezelfde onhebbelijkheden in verminderde mate, maar dat is het.”

Hoe zit dat bij jou?

“Nou, ik heb wel dingen overwonnen. Mijn vader had veel moeite om in de openbaarheid dingen te doen. Volgens mijn moeder wilde hij het liefst vergeten worden. Dat is toch een bizarre wens? Die heb ik niet. Ik heb mezelf gedwongen om zichtbaarder te worden, omdat ik daarmee mijn werkterrein vergrootte. Mijn vader had wél een goed gevoel voor humor. Mijn moeder hield, net als Eva, niet van vakanties.”

Jij wel?

“Dat maak ik mezelf wijs. Mijn vader deed dat ook. Toen hij eindelijk had doorgedrukt dat we elk jaar met vakantie gingen, bleven we lang in eigen land. Maar wij wilden ook weleens naar het buitenland, dus regelde hij via een collega een huisje in Zwitserland. Daar gingen we vervolgens tien zomers achter elkaar naartoe, totdat we er kotsziek van waren. Nu heb ik de neiging om naar datzelfde plaatsje in Zwitserland te gaan: Wilderswil. Het lijkt me heerlijk: lekker wandelen met Eva, de kinderen… Dus je neemt ook mooie dingen van je ouders over.”

Je zegt vaak dat je uit een afstandelijk gezin komt. Hoe is dat in je eigen gezin?

“Mijn dochters zijn 5 en 3 jaar oud en het tegendeel van afstandelijk! Ik zie wel in dat dit misschien de leukste en in elk geval makkelijkste fase is. Er is nog sprake van een zeker overwicht. Als ik op mijn veertiende op vrijdagavond naar de Korenmarkt wilde, deden mijn ouders de deur op slot en verstopten ze de sleutel – zo veel overwicht hadden zij. Ik doe maar wat als vader, het resultaat zullen we zien. Mijn kinderen brengen hun eigen karakter in, zie ik nu al, en ik doe de opvoeding natuurlijk ook niet alleen. Dus het gaat zonder meer anders.”

Is dit het laatste boek over je moeder, denk je?

“Ja, dat ontluisterende allerlaatste proces ga ik ons besparen. Als ze doodgaat, zal ik daar waarschijnlijk wel over schrijven, maar dat moet eerst maar eens gebeuren. De titel van het boek luidt niet voor niks Mijn legendarisch moeder overleeft alles. Dat moet afschuwelijk zijn: alles in haar lichaam is vervangen, iedereen in haar omgeving is dood, maar zij leeft nog. Ik weet niet hoe ik zal reageren als het onvermijdelijke gebeurt. Dan is het helemaal voorbij.”

Er is al best veel voorbij.

“Ja. We hebben haar huis leeggeruimd, haar spullen verdeeld en voor het grootste deel weggedaan. We kunnen er nu heel somber bij kijken, maar we hebben het hier over een vrouw van negenentachtig die niet heel veel kwaliteit van leven heeft, zoals dat heet. Je moet het wel in perspectief blijven zien. Alleen haar omhulsel is er nog.

En af en toe nog een pijnlijk, helder moment waarin ze haar dementie beseft. Ik had mijn moeder de dood vijf jaar geleden al gegund, zodat we goed afscheid van haar hadden kunnen nemen. Nu zullen we toch vooral denken: hè hè, fijn voor haar.”

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden