dit is mijn leven

Marga (68): “Na mijn bijna-doodervaring voelde ik me niet meer zo thuis op aarde”

null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Toen ze was bevallen van haar dochter had Marga van Lennep-Kernkamp (68) een bijna-doodervaring. Ze kwam op een plek die zo mooi, vredig en vol liefde was dat ze er eeuwig had willen blijven.

“Iemand vroeg me ooit : ‘Had u uw bijna-doodervaring liever niet gehad?’ Ik antwoordde: ‘Het verrijkt je, maar het belast je ook.’ De ervaring die ik had was zó bijzonder, de wereld waarin ik terechtkwam zo buitenaards mooi, het is altijd aanwezig. Er is altijd een heimwee naar die prachtige wereld. Na deze ervaring voelde ik me niet meer zo thuis op aarde. Ik voelde me anders, bijna een alien. Ik heb een andere kijk op het leven gekregen. Onder andere dat de dingen precies lopen zoals ze moeten lopen.”

Weer zwanger

“Op mijn 27e trouwde ik met mijn vriend, na 5 jaar te hebben samengewoond. We wilden een gezin stichten, het liefst met 4 kinderen. Ik raakte snel zwanger, maar verloor de baby na 10 weken. Het verdriet was groot, de opmerkingen bot en pijnlijk: ‘Volgende keer beter.’ ‘Je weet tenminste dat je zwanger kunt worden.’ Opnieuw werd ik zwanger en toen ik 26 weken zwanger was, werd er een echo gemaakt. De baby bleek te klein te zijn. Ik moest rust nemen, maar nog diezelfde middag kwamen de weeën. Ik werd opgenomen, kreeg weeënremmers, maar de baby liet zich niet tegenhouden. Toen de harttonen wegvielen, werd ik met vliegende spoed naar de operatiekamer gereden. Toen ik weer bijkwam, bleek ik een dochter te hebben. Ik kon haar niet meteen zien, ze was direct overgebracht naar het Leids Universitair Medisch Centrum: het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een IC neonatologie-afdeling. Dat we een dochter hadden, besefte ik amper. Daar was ik te ziek voor. Ik had zo veel bloed verloren dat ik een bloedtransfusie kreeg. Alleen accepteerde mijn lichaam het bloed niet. Mijn bloeddruk ging van heel hoog naar weer heel laag, waardoor ik afwisselend werd ingepakt in warme kruiken en ijszakken. Uiteindelijk zakte mijn bloeddruk helemaal weg.”

null Beeld

Eén met het licht

“Ik lag in mijn ziekenhuisbed, kwam los van mijn lichaam en zweefde naar het plafond. Ik voelde me volkomen vrij, er was geen pijn. Ik zag mezelf in bed liggen en zag de verpleegkundigen in paniek met mijn lichaam bezig. Ik voelde geen enkele emotie, dacht alleen: laat me toch, het is goed zo. Ik zag mijn arts aan komen rennen door de ziekenhuisgang. Hij liep de kamer in, keek naar mijn lichaam en vloekte hartgrondig. Ik zag dat er aan mijn lichaam werd gesjord, maar het deed me niets. Ik voelde me loom, gelukkig, giechelig, maar vooral vrij. Plots was er een grommend, zoemend, naargeestig geluid. Ik begon te draaien en werd omhoog gezogen, een tunnel in. En ineens was daar het licht. Ik zeg ‘licht’, maar dat woord is ontoereikend. Het was een levend ‘licht’: liefdevol, warm, fel maar niet schel, het mooiste licht dat ik ooit had gezien. Het licht was thuis: een ervaring van vrede, geborgenheid, erkenning. Ik was één met dat liefdevolle licht, dat me liet beseffen dat ik heel erg welkom was.

Erna ontwaarde ik een prachtig landschap, een beetje als een bergwei, met een zacht briesje. Maar bovenal was er de ervaring van een díepe vrede. Ik was thuis. Ik was één met het licht, met de weide, met de muziek die onbeschrijfelijk mooi was en die ik voelde met heel mijn wezen. Ik begreep dat iedereen gelijk is, dat iedereen met elkaar verbonden is en dat we allemaal bij elkaar horen. Dat liefde, eenheid en delen vreugde brengt, voor jezelf en voor alle mensen. In mijn beleving ben ik daar een eeuwigheid geweest. Toen hoorde ik een stem zeggen: ‘Je moet terug om liefde en harmonie te brengen.’

Pijlsnel keerde ik terug en kwam met een klap terug in mijn lichaam. Het voelde een beetje alsof ik een te kleine wetsuit aan moest trekken. Ik zag hoe blij de arts en verpleegkundigen waren dat ik terug was. Maar zelf was ik intens verdrietig. Ook al had ik een man en een dochter – ik was net een jaar getrouwd –, ik wilde maar één ding: terug naar die plek vol vrede en harmonie. Toen ik in het ziekenhuis zei dat ik terug wilde, noemde men dat een postnatale depressie. Weer later noemde men het suïcidaal. Maar dat zou ik nooit doen. Iemand die een bijna-doodervaring heeft gehad, zal nooit zijn eigen leven beëindigen omdat we in die ervaring hebben gezien dat iedereen zijn eigen leven moet afmaken, op wat voor manier dan ook. De reacties die ik kreeg, overtuigden me dat ik niet moest praten over wat me was overkomen. Men zou het niet begrijpen, ik was bang dat ik voor gek verklaard zou worden.”

Heimwee

“Drie weken na mijn dochters geboorte, toen ik genoeg hersteld was, zag ik haar voor het eerst. Ik had haar alleen op de polaroidfoto gezien die op mijn nachtkastje stond. In een rolstoel met een verpleegster erbij werd ik naar het LUMC gebracht, naar het paviljoen waar mijn kind lag. Ze lag in de couveuse, helemaal bloot, overal waren draden en piepende controlerende machines. Haar piepkleine, dunne armpjes lagen naast haar grote hoofdje waaruit een infuus stak. ‘Aai haar maar’, zei de verpleegkundige. Met mijn handen ging ik voorzichtig door de gaten van de couveuse, het voelde eng. In mijn gedachten had ik een baby, maar dit was nog een foetus. Ze was nog helemaal niet áf. Het was traumatisch. Uiteindelijk, weken na de bevalling, werd ik uit het ziekenhuis ontslagen en uiteindelijk verhuisde onze dochter naar een ziekenhuis in Delft, waar we toen woonden. Elke dag ging ik naar haar toe, langzaam werd ze steeds meer een mensje én steeds meer mijn dochter. Voor de buitenwereld leek ons leven zich weer voorzichtig te herstellen. Voor mij was het verre van dat. Ik was zó ver van de wereld geweest dat ik er geen verbinding meer mee voelde. Ik aanschouwde het leven, de wereld, zonder er zelf deel van uit te maken. Altijd had ik heimwee naar die prachtige ervaring, naar die vredige plek. Maar ik wist dat het niet de bedoeling was om terug te gaan. Ik moest immers liefde en harmonie brengen. Maar hoe ik dat moest doen – ik had géén idee.”

Extra zintuig

“Ik leidde mijn leven zo goed en kwaad als het ging. Ik was blij met mijn gezin, maar wist dat mijn dochter enig kind zou blijven. Het bleek dat ik een stofje miste waardoor de placenta te weinig voeding aan een baby zou geven en ik waarschijnlijk steeds miskramen zou blijven krijgen. Het zo gewenste grote gezin zou er nooit komen.

Naast het gezin deed ik vrijwilligerswerk. Ik probeerde te zorgen voor iedereen die in nood was. Het leek alsof ik na mijn ervaring een extra zintuig had gekregen waardoor ik de pijn, angst en verdriet van anderen voelde. Ik probeerde iedereen te helpen, maar ging daarbij vaak veel te ver. Er waren nog meer dingen veranderd. Voorheen luisterde ik graag naar klassieke muziek, maar dat kon ik nu niet meer zo waarderen omdat die volkomen in het niet viel in vergelijking met de muziek die ik had ervaren tijdens mijn bijna-doodervaring. Ik zeg expres ‘ervaren’, omdat de muziek daar voelbaar was met mijn hele lichaam. De jaren gingen voorbij, maar nog steeds voelde ik me niet meer thuis in deze wereld. Het was alsof ik op twee verschillende planeten leefde. Maar ik liet het aan niemand merken. Het was míjn bijzondere ervaring. Niemand zou mijn onbeschrijfelijk mooie, bijzondere, in mijn beleving heilige ervaring begrijpen. Erover praten, voelde te kwetsbaar.”

null Beeld

Niet de enige

“Op een avond, zo’n acht jaar na de bevalling, stond ik gedachteloos te strijken voor de tv. Er werd een BBC-reportage uitgezonden over iemand die een BDE beleefde, vanuit zijn ervaring. Je zag hem zichzelf in bed zien liggen, met mensen eromheen. Hij zweefde door de ziekenhuiskamer, ging de tunnel in, je zag hem ronddraaien en in het licht komen. Het was ongelofelijk ingrijpend in beeld te zien wat ik zelf had meegemaakt. Mijn mond viel open. Dit was míjn verhaal. Op tv. Er waren dus meer mensen die dit hadden meegemaakt. Ik was niet de enige met deze ervaring. Ik was dus niet gek. En het had een naam. Ik begon te huilen en kon niet meer stoppen. Eindelijk erkenning voor wat er was gebeurd. Dit was echt. Dagenlang heb ik gehuild. Voorzichtig begon ik, eerst aan mijn man, mijn ervaring te vertellen. In die periode was internet net in opkomst. Gelukkig hadden wij een computer en internet, dus ik begon te zoeken. Uiteindelijk kwam ik in contact met Ina Vonk, mede-oprichtster van Stichting Merkawah, een voorloper van Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen. Het voelde als thuiskomen. Eindelijk iemand met wie ik over mijn ervaring kon praten. Ze verwoordde het zo mooi: ‘Bij deze ervaring vertrek je van de dualiteit op aarde naar de eenheid die je daar hebt ervaren. Als je terug moet, wil je alleen nog maar die eenheid op aarde brengen, maar mensen begrijpen het niet. En dat maakt je hart intens verdrietig’.”

Beetje jaloers

“Toen ik eenmaal met mijn verhaal naar buiten kwam, kon ik niet meer terug. Dit hoorde bij mij, bij mijn leven. Langzamerhand vond ik mijn weg, vond ik een manier om te leven met wat ik heb meegemaakt. De vader van mijn dochter en ik zijn uiteindelijk gescheiden. Onze werelden waren te verschillend geworden. Daarna vond ik mijn grote late liefde. Na enige jaren trouwden wij. Door onze liefde voor elkaar en zijn geloof in mij kreeg ik genoeg zelfvertrouwen om lezingen over mijn ervaring te kunnen gaan geven. Na zestien jaar samen is hij overleden. Het verdriet en het gemis zijn levensgroot. Hem missen, voelt als een amputatie. Inmiddels weet ik wel hoe ik de boodschap van liefde en harmonie kan overbrengen en hoe ik anderen tot steun kan zijn. Ik ben rouw- en stervensbegeleider en krijg met enige regelmaat het verzoek om mensen die gaan sterven en die angst hebben voor de dood, bij te staan. Dan ga ik bij die persoon zitten en vertel ik het verhaal van mijn bijna-doodervaring. Daarnaast spreek ik bij de lezingen van cardioloog Pim van Lommel, schrijver van het boek Eindeloos bewustzijn, waarin hij vertelt over de bijna-doodervaringen die hij tegenkwam bij zijn patiënten. Hij vertelt het ‘technische’ deel, ik vertel mijn ervaringsverhaal. Ik weet dat iedereen zijn eigen weg moet gaan, zijn eigen opdracht heeft in het leven. Ik wil en kan er zijn om mensen te ondersteunen en te bemoedigen. Angst voor de dood heb ik absoluut niet, eerder een verlangen. Ik ben zelfs een beetje jaloers op degene die die prachtige, bijzondere ervaring gaat krijgen. Angst voor het proces dat eraan voorafgaat, heb ik ook niet. Dat sterven, net als geboren worden, gepaard kan gaan met pijn en verdriet, dat is nou eenmaal hoe het gaat. Alles is zoals het moet zijn.” ■

  • Styling: Gwendolyn Nicole. Haar en make-up: Astrid Timmer. Productie: Marije Ribbers. M.M.V.: H&M (vloerkleed), Jake*s via P&C (jurk), Zara (bloes), Dune London (schoenen)
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden