Margreet Jonkers over haar leven met een handicap.  Beeld Frank Jansen
Margreet Jonkers over haar leven met een handicap.Beeld Frank Jansen

PREMIUM

Margreet (77) kan door polio amper bewegen, maar geniet van elke dag: “Altijd lippenstiftje op”

Margreet Jonkers (77) was nog geen jaar oud toen ze werd besmet met polio. Door het virus raakte ze verlamd aan armen en benen. Maar bij de pakken neer zitten is niets voor haar. Het leven is élke dag een feest voor deze moedige vrouw, die ervoor zorgt dat ze er elke dag op haar best uitziet. Mét op haar lippen altijd een rood lippenstiftje, haar stiekeme verslaving, vertelt ze aan het AD.

AD - Christy DollenFrank Jansen

Voor iemand die zo goed als verlamd is, heeft Margreet Jonkers toch haar make-up mooi weten te doen. Een wenkbrauwlijntje boven de ogen, rode lippenstift op. “Ik ben heel erg gehandicapt hoor. Mijn armen zijn nog slechter dan mijn benen. Maar dat kunnen mijn handjes nog net”, vertelt de Scheveningse. “En ik ben verslaafd aan lippenstift. Daarvan heb ik er eentje op elke verdieping liggen.” In totaal dus drie.

Jonkers werd geboren als vijfde kind in een Wassenaars gezin, met vier broers en een zus. Als ze elf maanden oud is, raakt ze besmet met polio. Sommige mensen merken niets van zo’n infectie, bij anderen kan het een infectie van het ruggenmerg of de hersenstam veroorzaken met verlammingen als gevolg. Helaas was dat ook bij haar het geval.

Jonkers komt nuchter over. Ze vertelt over haar leven met een grote lach. Zit in een elektrische rolstoel met bestuursknop aan de zijkant. Haar armen en handen kan ze nog een beetje bewegen. Terwijl die eigenlijk slechter zijn dan haar benen.

Naar eigen zeggen komt het door haar opvoeding en jeugd dat zij zo van het leven geniet. En zich nooit heeft laten tegenhouden door haar handicap. Met behulp van haar moeder, die Jonkers zo sterk mogelijk maakte. “Mijn opvoeding was aan de ene kant heel streng, aan de andere kant kreeg ik zo veel mogelijk ruimte om te spelen. Voor een lam kind is dat moeilijker om te ontdekken.”

Margreet in haar rolstoel, samen met vriendinnetje Conny. Beeld Privéfoto
Margreet in haar rolstoel, samen met vriendinnetje Conny.Beeld Privéfoto

Ruim zeventig jaar geleden waren er nog geen kinderrolstoelen. Dus bedenkt moeder een eigen constructie. Een kinderstoeltje gaat naar de fietsenmaker. Die maakt daar aan de zijkant twee wielen aan vast. Voor haar buik komt een tafel. “Zo kon ik met mijn lamme handjes wat beter bij de speeltjes. Toen ik 8 was, kreeg ik een echte kinderrolstoel. Dat vonden mijn broertjes helemaal fantastisch.”

Onderdeel

Margreet is gewoon onderdeel van het gezin. Wordt niet anders behandeld. Ook mogen haar broers haar gewoon pesten van moeder. “Maar mijn moeder gaf hun wel instructies hoe ze met hun lamme zusje moesten omgaan. Als ik iets liet vallen, moesten ze dat meteen voor mij oprapen.” We noemen het ‘pesten met respect’.

Het gezin woont in een groot huis in Wassenaar. Met op de eerste verdieping een grote hal met aansluitende kamers. “Daar speelden we op zondag ons eigen spelletje. Zondags-tikkertje noemden we dat. Degene die ’m was duwde mij al rennend door het huis, op zoek naar de anderen die zich hadden verstopt. Ja, die rolstoel vertaalde zich in heerlijk spelen.”

Al is dat op de andere dagen in de week wel anders. Op haar vijfde komt de moeder van Jonkers in aanraking met de zogeheten Bugnet-oefeningen. Een manier om het verlamde meisje zo sterk en goed mogelijk te maken. ’s Ochtends moet ze naar school, ’s middags naar huis om de zware oefeningen te doen. “Dat was met een ijzeren discipline. Ik werd er soms gek van. Maar het is wel goed geweest.” Ze knikt haar hoofd. “Anders was ik er slechter aan toe geweest.”

Ze doorloopt de lagere school, daarna de middelbare school. Moet van haar ouders naar schoolfeesten en sportwedstrijden. “Dat vonden ze goed voor een lam kind, het verbreedde mijn horizon.”

Margreet Jonkers over haar leven met een handicap.  Beeld Frank Jansen
Margreet Jonkers over haar leven met een handicap.Beeld Frank Jansen

Het klinkt misschien hard, maar ze begrijpt het wel. In een boekje dat ze heeft uitgebracht, dankt ze haar ouders voor de strenge én speelse opvoeding. En gebruikt ze die opvoeding om tips te geven aan ouders met kinderen met een beperking. “Zij hebben mij realiteitszin bijgebracht. Tegenwoordig leven veel mensen in een droomwereld. Ik kan nog zo graag willen lopen, feit is dat ik het gewoon niet kan. Klaar.”

Ze laat zich haar leven lang niet tegenhouden door haar handicap. Voor haar studie theologie verhuist ze naar Amsterdam, tegenover het Anne Frankhuis. Naar de universiteit kan ze niet altijd, dus maakt ze tentamens in haar kamertje. Met een briefje ‘niet storen’ op de deur. Met vriendinnen gaat ze gewoon naar feesten en op stap. “Ik had een soort trapliftje. Daar kon ik in zitten. En twee jongens of vier meiden konden mij dan de trap op- of aftillen. En dan met de taxi naar het dispuut. Sommige chauffeurs waren aardig, die hielpen met tillen. Anderen zeiden nee. ‘Die lamme nemen we niet mee’.”

In haar tweede studiejaar geeft ze samen met haar broer een huisconcert bij een zangleraar thuis. Met op de eerste rij alleen mensen die zij niet kent. Een paar weken later staat een jongen met een grote bos rode rozen voor haar kamerdeur. Hij zat op die eerste rij. En raakte verliefd. “We kwamen er achter dat we allebei theologie studeerden. Maar de muziek is onze diepste band. Toen onze dochters bij ons 50-jarig huwelijk een puzzeltocht hadden uitgezet, was één van de vragen: ‘Papa, bij welk lied werd je op mama verliefd?’ Hij wist het meteen: bij Traum durch die Dämmerung van Strauss!’’

Twee keer zwanger

Het stel komt in Den Haag terecht. Jonkers raakt twee keer zwanger. De zwangerschappen vallen mee, maar twee kinderen opvoeden is vaak zwaar. “Als ik met mijn oudste (in de peuterleeftijd) naar het bos dicht bij ons huis ging, had ik haar als een hondje in een tuigje.” Haar hulp wordt haar beste vriendin én een tweede moeder voor de dochters.

Met een glimlach kijkt ze op haar 77ste terug op haar leven. Het is tijdens de coronapandemie dat ze beseft hoe goed ze het heeft. Het resulteert in het boekje Leven is spelen dat ze heeft uitgebracht. Nooit baalt Jonkers van haar handicap. Daarvoor dankt ze haar ouders. “En daarom schreef ik dat boekje. Ik denk dat kinderen met een handicap er baat bij kunnen hebben. De meeste gehandicapten hebben meer last van hoe anderen naar hen kijken, dan van wat ze zelf niet kunnen. Daar heb ik geen last van. En geen tijd voor.”

De bruiloft van je kind is voor iedereen een bijzonder moment, maar voor deze vrouw extra speciaal:

Bron: AD

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden