null Beeld Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Maria verloor haar man en kinderen: "Ik dacht dat ik nooit meer gelukkig zou zijn”

Maria’s echtgenoot en hun toen achtjarige zoon Mark kwamen om bij een ongeluk met een veerpont, haar andere zoon Michiel overleed jaren later door zelfdoding. “Lang durfde ik niet te denken aan het gezin dat ik had.”

Maria van Rijsewijk (75): “Het liefdesverhaal van Theo en mij begon met carnaval, ruim vijftig jaar geleden. In een dansclub kwam Theo op me af gelopen. Zodra we begonnen te praten, was ik om. We hebben de hele avond aan de bar zitten kletsen, en in de maanden daarna stuurden we elkaar twee brieven per week. Na een tijdje stiekem bij elkaar te hebben gelogeerd – ik kom uit een katholiek gezin – trouwden we.

“Onze relatie was ontspannen, we maakten ons nooit zo druk. Maar toen ik zwanger bleek van een tweeling,was het aanpoten. Theo studeerde nog, ik was docent op een hbo. Ik weet nog dat ik in paniek was: twéé? Maar na een dag kwam er een oergevoel: dit komt goed. We vonden een groter huurhuis en er werden twee prachtige baby’s geboren: Mark en Michiel, een eeneiige tweeling. Ze waren net zo onafscheidelijk als in mijn buik.”

Nooit overbezorgd

“Het leven was goed, we hadden een onbevangen gezin waarin veel kon. De jongens verkleedden zich vaak – hoedje op, grote herenonderbroek aan. En ik weet nog hoe Mark en Michiel een keer emmertjes vol klei mee naar binnen namen, daar mochten ze van mij kunstwerken van kleien. Mark en Michiel hadden nooit ruzie, voelden elkaar haarfijn aan. Het waren ook weglopertjes, hoe vaak ik niet met het hart in de keel mijn zonen heb staan roepen. Maar ik was nooit een heel overbezorgde moeder. Ook niet op 5 oktober 1980.

Het was zondag, we hadden vrienden op bezoek. Michiel was altijd de knuffelkont, maar dit keer was het Mark met zijn armpjes om mijn nek hing, dicht tegen me aan. Normaal zou ik zeggen: ‘Nu niet, we hebben visite’. Achteraf ben ik zo dankbaar dat ik dat niet heb gedaan.

’s Middags wilde Theo even de hort op, met het pontje zouden we vanuit onze woonplaats Zwijndrecht het water oversteken, naar Dordrecht. Ik voelde me niet lekker en wilde niet mee. Michiel wilde bij mij blijven, dus Theo en Mark vertrokken. Ze waren niet op tijd thuis voor het eten, niets voor Theo. Michiel en ik waren maar vast gaan eten.

Om acht uur ’s avonds had ik het niet meer, waar bleven ze?! Ik belde de politie, die zouden het noteren zeiden ze, alsof ik mijn portemonnee kwijt was. Dat deed pijn, ik werd niet serieus genomen, terwijl ze toen al wel wisten dat er een veerpont was overvaren door een olietanker. Later bleek dat zeven opvarenden waren omgekomen. Het was zelfs al op het nieuws geweest – maar ik wist dat niet, want ik had de tv niet willen aanzetten, ik wilde Mark en Theo horen thuiskomen.”

Ze zijn dood

“Om twaalf uur ’s nachts dacht ik: ze zijn vast dood. Ik belde de politie weer, en – dit verzin ik niet – kreeg van de agent te horen: ‘Hebt u het nieuws gekeken?’ Ik mocht niet naar de plek waar het was gebeurd, ik wist niet waar mijn zoon en man op dat moment waren, ik wist niets. Onbegrijpelijk. En ik kon ook niets, want ik was totáál in shock, er waren inmiddels allemaal mensen in mijn huis, en hulpverleners waar ik niets aan had want ik wilde mijn man en kind zien.

Het moeilijkste moment kwam nog, de volgende ochtend. Michiel. Hij had overal doorheen geslapen en kwam naar beneden met de woorden: ‘Mama, Mark is er niet’. Ik pakte hem vast, vertelde dat papa en Mark dood waren. Ik wist niet dat het kon bij mensen, maar ik voelde mijn kind in mijn armen krimpen. Hij gaf geen kick, hij huilde niet, maar hij werd kleiner, letterlijk. Toen is er iets in hem kapotgegaan wat nooit meer te repareren was.

Er moesten twee begrafenissen worden geregeld; het was chaos. Michiel liep verloren thuis rond. Ik was niet bezig met mijn eigen verdriet, ik vond het voor Michiel veel erger. Je gunt je kind het beste. Als je kind zijn vader en zijn tweelingbroer verliest, kan hij nooit meer het beste krijgen. De week voor de begrafenis was eenzaam. Het was gek om Mark en Theo samen in dezelfde ruimte in een kist te zien.

“Ik weet nog dat ik het zo vreemd vond dat Marks handjes niet te zien waren – die zaten onder een dekentje. Niemand heeft het me toen durven vertellen, ik hoorde het pas jaren later van een familielid: Mark heeft vermoedelijk nog zo’n tien minuten geleefd in een luchtbel in het ruim. Hij heeft gevochten voor zijn leven, daarom waren zijn handjes kapot. Toen ik dat hoorde, stortte ik in. In de jaren daarna heb ik heel vaak in gedachten zijn handjes vastgepakt, gekust. Geheeld.”

In de steek gelaten

“Mijn familie wist niet hoe om te gaan met mij. Ze dachten: ze heeft zo veel aan haar hoofd, we laten haar maar. Er kwam niemand langs. Dat heb ik later wel met ze besproken in een pijnlijk gesprek. Het voelde alsof ik in de steek werd gelaten. Ik heb in mijn eentje, samen met mijn zoon, achter die kisten aan door het middenpad moeten lopen, richting de voorste kerkbank. De dienst was liefdeloos, kil, steriel. Maar ik wílde ook geen emoties, geen lieve woorden. Ik kon het niet aan, ik was een brok steen. Nu denk ik: wáárom heeft niemand me toen bij de hand genomen? Maar ik snap ook dat er zo veel angst is voor rouw, en onwetendheid.

Na de begrafenis ging Michiel al vrij snel weer naar school. Ik gaf niet toe aan mijn verdriet. Michiel, denk ik, ook niet – ik heb hem nooit zien huilen. Wel vertelde hij een keer over ‘het geheimpje’ dat Mark en hij hadden. Hij zei dat hij en Mark elke zondagmiddag stiekem op hun fietsjes het dorp reden en stopten bij de etalage van een interieurwinkel. ‘Dan kozen we spulletjes uit voor ons huis, later.’ Mijn moederhart brak. Mark was Michiels toekomst.

Michiel en ik waren vooral bezig elkaar het naar de zin te maken. Ik ging voor Michiel naar een pretpark, hij maakte grapjes om mij op te vrolijken. Maar het ging niet goed met hem, hij werd gepest. Hoe ouder Michiel werd, hoe meer ik de grip op hem verloor. Ik kon hem niet meer bereiken. Hij was zelfdestructief, had iets roekeloos, daagde de dood soms uit leek het wel. Dan was hij weer op pad geweest met een auto, reed hij veel te snel over de autoweg, raakte twee auto’s die daarna total loss waren. Hij ging uit huis, gebruikte drugs, belandde in de prostitutie. Als ik het zo vertel, besef ik weer wat ik allemaal met hem heb meegemaakt en hoe ongelukkig hij is geweest.”

Ik kan dit

“Een paar keer heeft hij tegen me gezegd dat hij een einde wilde maken aan zijn leven. Ik wilde dat hij afkickte, hij deed een paar pogingen maar er was geen redden aan: hij werd geplaagd door paniekaanvallen en stemmen in zijn hoofd. Ik wist dat hij een keer de stap zou zetten, mijn kind was op. Op dezelfde dag dat mijn vader op 103-jarige leeftijd overleed, beroofde Michiel, toen 34, zich van het leven. Wéér twee overlijdens tegelijk. Maar het gekke was, ik was erop voorbereid en ik wist ook: dit keer ga ik het anders doen met de begrafenissen en met mijn verdriet. Ik wilde een warme dienst, kaarsen, mooie woorden, liefde, herdenken. Het was zó anders dan met Theo en Mark. Ik weet nog dat ik over het middenpad liep, met vrienden en familie om me heen en dacht: ik kan dit. In de tijd daarna kon ik ook beter aangeven wat ik nodig had. Weet je wat het is? We leven, en we gaan dood. Aanvaard het. En als iemand verdriet heeft: ga erheen. Kook, help, luister en luister nóg eens. Dat had ik nodig.”

Bemind geweest

“Na Michiels dood ging ik heel diep. Slapen lukte niet meer, slaapmiddelen werkten niet. Ik wilde mezelf slaan om de pijn in mijn hart niet te hoeven voelen. Pas toen had ik ruimte voor mijn verdriet om Michiel, maar ook om Theo en Mark, want ik hoefde niet meer voor Michiel te zorgen. Ik trok me een half jaar terug in eenzaamheid en liet maar weinig mensen toe. Dat was helend. Wel heb ik mij afgevraagd: had ik Michiel kunnen redden? Een psychiater zei toen: ‘Een kind dat zo jong een tweelingbroer verliest, die redt het niet.’ Dat was zo’n opluchting. Therapie hielp, voor het eerst. Praten, huilen, wandelen en veel puzzelen. Het was de afgelopen jaren vallen en opstaan, proberen te genieten. Van familie, van vrienden – de mensen die me al die jaren zijn blijven steunen. En van herinneringen. Heel lang durfde ik niet te denken aan het gezin dat ik had, nu kan ik er weer om lachen. Ik ben bemind geweest, ik ben moeder geworden, ik omarm dat allemaal en nu doe ik het met de levenswijsheid die ik door al deze ellende heb gekregen.”

Geluksmomenten

“Boos ben ik niet. Die schipper had voorrang moeten verlenen aan de tanker, maar heeft dit nooit gewild. Ik heb een grote drive om te leven, heb veel gereisd, heb mijn verhaal opgetekend in een boek, De echo van het water, om steun te bieden aan mensen en te laten zien: je kunt écht weer geluk ervaren. Verdriet brengt ook opluchting, ruimte voor nieuwe herinneringen.

“Ik kan intens genieten van de natuur, etentjes met vrienden, goede filosofische gesprekken, en de liefde. Sinds anderhalf jaar heb ik een nieuwe grote liefde, de eerste man na Theo bij wie het goed voelt. We wonen niet samen, maar hij is voor mij verhuisd naar een huis vijf minuten bij mij vandaan. Hij brengt me koffie op bed, we lezen samen de krant, we fietsen en wandelen samen. Ik denk niet dat je altijd honderd procent gelukkig kunt zijn, maar ik ben gezegend met heel veel geluksmomenten. En waar ik ook ga, wat ik ook doe, hoe lang ik ook nog leef: Theo en de jongens gaan altijd me mee.”

Interview: Lisanne van Sadelhoff. Fotografie: Petronellanita

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden