PREMIUMPraten over de dood

Marloes (38): “Het doet pijn dat ik niet weet hoe mijn vriend zijn afscheid had gewild”

Praten over de dood Beeld Getty Images
Praten over de doodBeeld Getty Images

Hoe belangrijk het is om op tijd over de dood te praten, werd Marloes (38) en Mikki (31) pijnlijk duidelijk. Marloes lukte het níet om met haar partner te praten over zijn naderende dood, Mikki deed dat wél. Wat dat met ze deed, lees je hieronder.

Eva BredaGetty Images

Als je níét praat over de dood

Marloes (38): “Mijn vriend Yasin had altijd het gevoel dat hij niet oud zou worden. Toch hadden we het in de 18 jaar dat we samen waren nooit over de dood. Dat wilde hij niet, hij was koppig. Maar toen het einde echt daar was, deed het me pijn dat ik geen idee had hoe hij het allemaal had gewild. En het maakt rouwen ook heel moeilijk.

Yasin was 37 jaar toen hij na een auto-ongeluk in juli 2020 ernstige hoofdpijnklachten kreeg. Een hersenbloeding?, dacht ik nog. Na onderzoeken bleek dat hij longkanker had - hij rookte - en dat deze was uitgezaaid naar zijn hersenen. Mijn grote liefde was opgegeven.”

De dood niet accepteren

“Yasin weigerde te accepteren dat hij dood ging en besloot, na smeken van zijn Turkse familie, naar Turkije te gaan. Daar zouden artsen misschien wel nog iets willen proberen. We hielden hoop, maar ook in het Turkse ziekenhuis kwam er geen verbetering. Yasin ging in een paar maanden sterk achteruit. We videobelden regelmatig, zodat hij mij en zijn dochter kon zien. We hielden ons groot. Yasin wilde niet praten over de dood. En ik wilde niet dat mijn 6-jarige dochter een trauma zou overhouden aan dit alles, dus we praatten vooral over gezellige dingen en speelden mooi weer. Maar soms, als ik Yasin alleen sprak, kon ik dat niet. ‘Kun je onze dochter een afscheidsbrief schrijven zodat ze later nog iets heeft om op terug te kijken?’, smeekte ik hem maandenlang. Ons kind en ik moesten straks onze grote liefde al missen, ik wilde die pijn verzachten. ‘En als je toch overlijdt, hoe wil je je uitvaart dan?’ Het antwoord kreeg ik nooit. Yasin bleef koppig. Praten over de dood voelde voor hem als opgeven. Toegeven dat zijn situatie hopeloos was. ‘Het maakt me niet uit. Kijk maar’, was vaak zijn antwoord.

Ik respecteerde dat, maar ik had wél behoefte om te praten over zijn einde. Ik was zijn vrouw! Ik had voor hem willen zorgen tot het laatste moment. Maar dat kon al niet omdat hij zo ver weg was. Kon ik op zijn minst hem een mooi afscheid geven? Maar het gesprek kwam er niet meer. Ik heb hem nog twee keer kunnen zien. De laatste keer, een paar dagen voor zijn overlijden, mocht ik slechts één minuut bij hem. ‘We zullen altijd van je houden’, zei ik door mijn tranen heen. Iets terugzeggen kon hij al niet meer.”

Niet bij de uitvaart

“Het bleek het enige afscheid dat ons was gegund. Omdat Yasin moslim was, moest hij namelijk worden begraven in zijn land van herkomst. Als ik had geweten dat hij andere wensen had, had ik daar nog voor kunnen vechten. Maar ik wist niets. Zijn familie ging dus over de uitvaart, die in Turkije plaatsvond. Het zou een ceremonie worden met voor mij onbekende gebruiken en onverstaanbare toespraken. Ik heb ervoor gekozen daarbij niet aanwezig te zijn. Mijn dochter en ik zouden ons een buitenstaander voelen op de uitvaart van de persoon die we júíst zo goed kenden. Dat voelde naar.”

Rouwen is moeilijk

“Wat ook naar voelt, is dat we dus nooit goed afscheid hebben kunnen nemen. Ja, ik heb Yasin vaarwel gekust in het ziekenhuis. Maar zijn kist heb ik nooit gezien, een uitvaartceremonie nooit meegemaakt, een afscheidsbrief nooit gekregen. Dat maakt rouwen moeilijk. Het gaat goed met mij en mijn dochter, maar ik denk dat dat simpelweg is omdat we ons nog niet realiseren dat Yasin echt weg is. Juist zijn ontkenning van de dood maakt het moeilijk om het nu binnen te laten komen. We zijn het te lang uit de weg gegaan.

Binnenkort gaan we naar Yasins graf en hopelijk komt het dan. Maar het was makkelijker geweest als we het wél over de dood hadden gehad. Als ik had kunnen wennen aan hoe het is om zonder hem te zijn, juist door mét hem daarover te praten. Maar dat maakt praten over de dood soms zo moeilijk: als iemand het niet wil, moet je dat accepteren. Hoe moeilijk dat ook is.”

Als je wél praat over de dood

Mikki (31): “We waren jong: ik 28 en mijn vriend Robby 35. We hadden ons leven nog voor ons, zouden later willen reizen, misschien proberen een tweede kindje te krijgen. Over de dood praatten we nooit. Als een van ons zou komen te overlijden, zou de ander achterblijven met een grote hypotheekschuld en een boel vraagtekens. Maar daar waren we niet mee bezig. We waren twee gezonde mensen. Ons kon niets gebeuren, dachten we.

Tot ik gebeld werd. Robby hing hijgend aan de telefoon vanuit de sportschool. ‘Mikki, ik voel me niet goed.’ Ik dacht eerst dat het wel meeviel. Hij was waarschijnlijk iets te ijverig geweest met zijn dieet. Te weinig gegeten, te hard gesport, dat werk. ‘Neem een dextrootje, schat’, zei ik hem. En ik hing op. Maar het voelde niet goed. Zou hij echt voor zoiets onzinnigs bellen? Ik racete naar hem toe en bij het zien van zijn verkrampte lijf en witte gezicht, belde ik direct 112.”

Extra van het leven genieten

“In het ziekenhuis werd Robby’s hartslag van 220 met een defibrillator omlaag gebracht. Drie weken opname en onderzoeken volgden. Hij had een hartritmestoornis en ging met medicatie terug naar huis. Doodeng, als het hart niet werkt zoals het zou moeten. Voor mij voelde het alsof hij op het randje had gebalanceerd. We besloten nu extra van het leven te genieten, het kon zomaar over zijn. We gingen voor een kindje, ik werd zwanger van de tweede en we kochten een huis. Het kon niet op!

Dichtbij de dood

Maar Robby werd zieker en zieker. Een second opinion wees uit dat zijn hart nog lang niet goed was. Hij had een lekkende hartklep en een vergrote hartkamer. Mijn man van 35 had het hart van een 70-jarige. Hij kreeg een risicovolle openhartoperatie. Op zo’n moment is iemand er klinisch even niet meer. Robby’s dood kwam ineens eng dichtbij. Om het luchtig te houden, vierden we zijn ‘laatste avond’ voor de operatie met een galgenmaal, voor de grap. Maar vanbinnen voelde het niet als een grap. Ik kon mijn grote liefde gaan verliezen.”

Gesprek over de dood

“Gelukkig gebeurde dat niet. De operatie ging goed, maar alles zette me wel aan het denken. Waarom hadden we het nooit over de dood? Het is misschien geen gezellig gesprek, maar Robby en ik zijn er toch voor gaan zitten. Wat als wél een van ons plotseling verongelukt, ziek wordt of op wat voor manier dan ook overlijdt? Hoe wil diegene afscheid nemen? En hoe gaan we het praktisch en financieel doen? Qua afscheid had Robby weinig wensen. ‘Geef me op zijn minst een lievelingsnummer’, eiste ik. Ook dacht ik na over mijn eigen afscheid. Daarna gingen we naar de notaris om het een en ander vast te leggen. De helft van de hypotheekschuld vervalt als één van ons overlijdt. We hebben een spaarrekening geopend voor de kinderen die tot hun beschikking komt als ze 21 zijn. Eerder niet, wat als ze na het overlijden van hun ouder ontspoord raken en alles verbrassen? Ook bespraken we met familie waar de kinderen terecht zouden kunnen als wij beiden zouden komen te overlijden.”

Ruimte om te rouwen

“Het zijn zware gesprekken, maar nodig. Toen Robby slecht was, realiseerde ik me dat ik tijd en ruimte zou willen hebben om te rouwen. Financiële problemen en regelzaken, daar heb ik dan echt geen ruimte voor. Dat we dat nu allemaal hebben afgehandeld, voelt goed. Het was een ‘fijne’ bijkomstigheid van de ellende die we hebben meegemaakt. Een ander mooi gevolg van Robby’s hartproblemen is dat we nu heel anders naar het leven kijken. We hielden al van het leven, maar nu op een andere manier. Ik raak niet meer in de stress om kleine dingen. ‘Dat kan ook morgen wel’, denk ik dan. Maar wat ik mensen op het hart wil drukken, is om wel vandáág nog over de dood te praten, voor als morgen onverhoopt niet meer komt.”

Sire startte een campagne om ons meer over de dood te laten praten. Want wie dat niet doet, krijgt vaak spijt als het te laat is.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden