Michel en Suzan zien met lede ogen aan hoe hun dochter (21) afglijdt: “Niemand helpt ons!” Beeld Getty Images/iStockphoto
Michel en Suzan zien met lede ogen aan hoe hun dochter (21) afglijdt: “Niemand helpt ons!”Beeld Getty Images/iStockphoto

Michel en Suzan zien met lede ogen aan hoe hun dochter (21) in de prostitutie belandt: “Niemand helpt ons!”

Ouders willen voor hun kinderen eigenlijk maar één ding: dat ze gelukkig worden. Doemen er problemen op, dan zijn er allerlei hulpinstanties om aan te kloppen. Maar zodra je kind 18 is, raak je als vader en moeder de grip kwijt. Zo moeten Michel en Suzan nu machteloos toezien hoe hun dochter verder en verder afglijdt, drugs gebruikt en in de prostitutie is beland. “Het systeem in dit land faalt.”

Michel (58) en Suzan (56) scrollen beiden door de fotogalerij van hun telefoon. Ze zoeken een foto van Sanne (om redenen van privacy niet haar echte naam), hun dochter van nu 21. De meest recente blijken van hun laatste gezamenlijke vakantie. En dat was al weer in 2015. Ze laten een leuke, vlotte tiener zien. Maar Suzan zegt: “O, wat erg. Ik heb gewoon geen actuelere foto’s van ons als gezin.”

Michel heeft er nog een paar die een fotograaf in die periode van Sanne heeft geschoten, voor mogelijk modellenwerk. Maar weinig mensen weten - ook nu nog niet - dat achter die façade van wie-doet-me-wat een innerlijk verscheurd meisje schuil gaat. Wie Sannes verhaal hoort, wordt niet vrolijk. Ten tijde van die foto’s verminkt ze zichzelf en heeft ze een zelfmoordpoging achter de rug.

Boze buitenwereld

Michel en Suzan wonen in een ruime, halfvrijstaande woning aan de rand van Rotterdam, in een even keurige als onopvallende nieuwbouwwijk. Hier groeit Sanne op. Aan de buitenkant is het een huis, waar het gras net zo groen is als bij de buren. En dat de boze buitenwereld voor Sanne lange tijd buiten houdt.

“Op de eerste tien jaar van haar leven kijken we best met plezier terug”, zegt haar moeder. Al liep het toen ook al niet allemaal even lekker. “Van jongs af aan waren er issues. Met haar motoriek, maar vooral sociaal. Ze vertoonde afwijkend gedrag.”

Haar vader: “Ze las boeken over ons planetenstelsel, in het Engels. Oké, dat was anders.” Pijnlijker is dat ze op de basisschool vanaf dag één wordt gepest en buitengesloten. Suzan: “Sanne werd als kind nooit uitgenodigd voor een schoolfeestje, nooit.”

“Een beetje raar...”

Ze herinnert zich de dag dat haar dochter op 10-jarige leeftijd, het was direct na de voorjaarsvakantie, huilend van school thuis kwam. “Mama”, zei ze, “ik wil dood.”

Aan de keukentafel schuift Suzan een velletje papier door. Dat vond ze van de week tussen de spullen in Sannes kamer. Ze laat het handgeschreven briefje met een steek in haar hart lezen: ‘Ik ben nee geloof me maar oké. Misschien een beetje raar...’, staat er onder meer op. Haar dochter moet toen een jaar of 11 zijn geweest.

Sanne gaat naar een andere school. Dat gaat beter, maar het pesten houdt aan en neemt groteske vormen aan: eieren tegen de voordeur, telefoonterreur. Een geschikte middelbare school vinden ze een behoorlijk eind van huis, bijna in hartje Rotterdam. Er komt geen ommekeer, integendeel. In Rotterdam gaat het pas echt fout.

Op een avond loopt ze boos weg van huis. De volgende dag komt er een agent aan de deur om te vertellen dat ze haar hebben gevonden in een park. En of de ouders weten dat hun dochter automutileert? Pardon? Sanne snijdt en verminkt zichzelf. Ze is dan 13.

Een lijdensweg

Er wordt hulp gezocht, maar desondanks zien Michel en Suzan hun dochter met het jaar verder van zich verwijderd raken. Deels misschien pubergedrag, maar bij hun dochter lijkt alles extremer uit te pakken. Een lijdensweg volgt. Sanne is dan al eens onder toezicht van de kinderbescherming geplaatst. Ze gaat daarna 2,5 jaar niet naar school, belandt op een gesloten afdeling van een jeugdinstelling, onderneemt een zelfmoordpoging en wordt zwaar depressief.

Thuis ontstaan soms enorme ruzies. Suzan, eerlijk: “Sanne was soms zo kwetsend en intimiderend. Ik was af en toe bang voor haar. Ze kon me zo verschrikkelijk kwetsen dat ik op een gegeven moment haar gedrag ging overnemen. Deden we er allebei steeds een schepje bovenop. Dat was uit angst, uit onmacht. Je weet gewoon niet meer hoe je moet handelen.”

Drugs scoren

Na een overmaat aan energiedrankjes volgt uiteindelijk drugs. Als Sanne haar rijbewijs heeft, rijdt ze met haar vaders auto op en neer. Ze zegt dat ze haar pony gaat verzorgen. In werkelijkheid rijdt ze ergens heen om drugs te scoren. Tot overmaat van ramp wordt haar pony, Sannes lievelingsdier, ziek en gaat dood. Suzan: “Dat was echt een klap voor Sanne. Ze was er kapot van.”

Ze gebruikt cocaïne en GHB. Toen ze nog minderjarig was, konden Michel en Suzan bijsturen; hoe hulpeloos en radeloos zij zich soms toen al voelden. Of ze het nu met de botte bijl en harde hand probeerden (ze hebben hun dochter een tijdje uit huis laten plaatsen) of met zachte hand en de fluwelen handschoen (alles werd met de mantel der liefde bedekt) - het heeft hen noch Sanne iets verder geholpen.

Deuren gesloten

De afgelopen jaren is het van kwaad tot erger gegaan. “Als ouders van een minderjarige kun je nog iets. Nadat ze meerderjarig werd, sloten alle deuren voor ons. Het lukt ons niet instanties of hulpverleners achter ons te krijgen om de problemen op te lossen. Het is het probleem van je volwassen dochter, krijgen we overal te horen. Als zij niet wil, houdt het op...”

Waar en wanneer het fout ging, Michel en Suzan hebben er eindeloos over gepiekerd, nachtenlang. Noem een instantie en ze zijn er wel langs geweest, zegt Suzan. De huisarts, wijkzorg, jeugdhulpverlening, GGD, GGZ, de crisisopvang, politie, kinderbescherming. Ze hebben tegenover gezinstherapeuten, gezinsvoogden, psychologen, psychiaters en kinderrechters gestaan.

Lichtpuntje

Er was een lichtpuntje. Dankzij de bijna koppige standvastigheid van haar moeder heeft Sanne een mbo-opleiding afgerond, in de mode. Het had een opstapje naar een gewoner leven moeten worden. Maar door de schulden die ze door haar studie heeft gemaakt en door de drugs raakt ze in de prostitutie verzeild. “Makkelijk verdiend, mama”, zegt Sanne thuis.

Ze woont her en der, soms in Capelle aan den IJssel, soms in Vlaardingen, bij mannen met ongure gezichten en onuitspreekbare namen. “Ze is graatmager.” Zo zien Michel en Suzan het leven van hun dochter door hun vingers glippen. Ze zijn verbijsterd dat alle deuren waar ze op kloppen, dicht blijven.

Het is zo bizar, zeggen ze. “Mensen uit onze omgeving weten van niets. Je vertelt er niet over. Uit schaamte en verdriet. Bij ons in de familie komt zoiets toch niet voor”, zegt Suzan met enige zelfspot. “Familie, collega’s en vrienden”, bekent Michel, “weten van niets of een klein beetje. Het maakt je te kwetsbaar.”

Suzan: “Buren die vol trots zeggen dat hun dochter in Amerika gaat studeren. Die blij vertellen over hun eerste kleinkind. Wat moeten wij zeggen? Onze dochter zit in de prostitutie?”

Constant vragen

Er is geen thuis meer, geen huiselijkheid. Elke vorm van beschutting is weggevallen. Michel en Suzan willen verhuizen, naar Voorne-Putten. Hier wonen ze alleen nog tussen vier muren, een blokkendoos die tot aan de nok toe is gevuld met vragen. Hadden ze méér moeten doen? En wat kunnen ze nog doen? Altijd borrelt dat weer op.

‘Spiegelen’ noemen ze dat zelf; zichzelf een spiegel voorhouden om te zien of ze zelf ook niet ergens schuldig aan zijn. “Steeds maar die tweestrijd: waar doe je goed aan? Het is een constant gevecht tussen gevoel en ratio.” Bovenal worstelen ze met één vraag: wie hoort onze schreeuw om hulp nog - niet voor ons, maar voor onze dochter? Het is voor hen de reden deze stap te zetten, hun verhaal te doen als ultieme poging.

“We zijn er niet trots op de vuile was buiten te hangen, maar misschien helpt het. Raken we ergens een snaartje, is er iemand die wel iets kan doen. We blijven zoeken naar een mogelijkheid om het leven van ons kind weer op de rails te zetten.”

Noodkreten

Er stond eerder dit jaar op de AD-site een interview met oud-VVD-kamerlid Erik Ziengs wiens zoon zelfmoord pleegde. En recent een verhaal over de jeugdige Dim die overleed aan een cocktail van acht soorten drugs. Twee ouders die om aandacht en hulp vroegen voor hun kinderen die het leven niet meer aan konden. Michel en Suzan hopen met alles wat hen lief is dat hun noodkreet gehoord wordt, vóórdat er een agent met een onheilstijding aan de deur staat.

Hun meest recente actie - of beter gezegd: die van Suzan - was in maart een reeks mailtjes sturen naar burgemeester Aboutaleb van Rotterdam met als onderwerp ‘Help mijn kind uit de prostitutie (dan wel mensenhandel)’.

Het was een citaat van de burgemeester zelf op zijn website dat ze als een laatste strohalm heeft vastgegrepen. “We zeggen nu nog te vaak: de wet zegt niets over uw situatie, ik kan niets voor u betekenen”, zo schrijft hij. “Maar we zouden eigenlijk moeten zeggen: juist daarom gaan we iets regelen.”

Even hoop

Dat ‘iets regelen’, dat zouden ze het allerliefste willen voor hun dochter. De burgemeester heeft ondertussen zeker ook iets gedaan: hij heeft een Wmo-adviseur voor hen ingeschakeld. Het bood voor even hoop en perspectief.

“De gemeente heeft Sanne met een heel team een paar weken lang geholpen”, zegt Suzan. “Maar ze hield zich niet aan de gemaakte afspraken. Het laatste dat we van de gemeente hebben gehoord, is dat ze wacht tot Sanne nu zelf het initiatief neemt.”

Suzan zucht. Michel is moegestreden, zegt hij. Maar zij niet: “Ik weiger op te geven voor mijn dochter.” Weet je wat ze een van de ergste dingen heeft gevonden, vraagt ze. “Dat ik zeg: Wat zou u doen als het uw kind was? En dat zo’n meneer-van-een-instantie-die-juist-zou-moeten-helpen zegt: Het is mijn kind niet...”

Bron: AD.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden