persoonlijk

Mijn eerste vakantie...

null Beeld

Voor het eerst met je moeder, met z’n zeventienen of zonder je man. Juist omdat ze zoiets nog nooit eerder hadden gedaan, koesteren deze vrouwen de herinnering aan die onvergetelijke reis.

null Beeld

Joanneke Bleichrodt (41) heeft drie kinderen en een relatie. In 2003 nam haar moeder Wieke Biesheuvel haar mee naar Afrika.

“Eenentwintig was ik toen mijn relatie met mijn tien jaar oudere vriend met wie ik samenwoonde, eindigde. Toen ik een jaar later nog steeds liefdesverdriet had, was mijn moeder dat een beetje zat. Ze dacht: het is goed voor haar om eens wat andere ellende van dichtbij mee te maken. Dat jaar ging mijn moeder voor de Libelle Puzzelmarathon en het Liliane Fonds naar Rwanda, dus ze kocht ook een ticket voor mij en betaalde al mijn kosten. En geloof me, als je met mijn moeder ergens naartoe gaat, gebeurt er altijd wel iets. Dus ook deze keer. Terwijl we over Libië richting Nairobi vlogen, ging het vliegtuigscherm op zwart en waren de stewardessen opeens verdwenen; er zou een technische storing zijn. We landden op Malta, waar ambulances en de brandweer klaarstonden. Er bleek dus een bommelding te zijn geweest.”

Schrijnend

“Een dag later dan gepland kwamen we aan in Rwanda, waar we een aantal kinder- en revalidatietehuizen bezochten. Ik zie me daar nog op de grond zitten met al die weeskinderen om me heen: gehandicapt of zonder ouders. Toen we daarna dorpjes bezochten, met de lemen huisjes met daken van bananenbladeren, waar kinderen nauwelijks met hun rolstoel door de deuropening konden... dat overviel me enorm. Het was schrijnend en hoopvol tegelijk. Dat de kinderen hier tóch kind konden zijn, een goede plek hadden om te wonen. Opeens besefte ik dat de wereld niet draaide om mij en mijn verdriet, maar dat er nog zo veel dingen zijn om voor te leven. Zo hebben mijn ouders mijn broers en mij ook opgevoed: niet zwelgen in wat niet goed gaat, zet je schouders eronder en dóórgaan.”

Mooie gesprekken

“Mijn moeder en ik zijn altijd close geweest. We konden altijd al goed met elkaar praten. Het was fijn om haar daar even voor mezelf te hebben, om goede en mooie gesprekken te hebben. Ik vond het bijzonder om mijn moeder aan het werk te zien. Natuurlijk had ik haar als kind altijd die stukjes zien schrijven voor Libelle, maar nu maakte ik haar mee als journalist. En ik zag wat Afrika met haar deed, hoe gelukkig ze daar was. Dat mijn ouders voor zes jaar naar Zambia vertrokken toen mijn kinderen nog zo klein waren, vond ik niet altijd even geweldig. Maar door die reis begreep ik dat ze daar gewoon naartoe moest. Ja, ik ben hartstikke trots op mijn ouders, die altijd hun hart hebben gevolgd.”

Nederigheid

“Ik ben dankbaar dat we die reis samen hebben mogen maken. Helaas is het er daarna nooit meer van gekomen, maar ik zou nog heel graag eens samen met mijn moeder naar Zambia gaan. Daar ben ik, in tegenstelling tot mijn broers, nog nooit geweest. Mijn moeder heeft altijd gezegd: ga de wereld zien, dat verruimt je blik. Dat heb ik absoluut zo ervaren en dat wil ik mijn kinderen ook meegeven. Die reis was voor mij een lesje nederigheid. Plus: je moet tevreden zijn met wat je hebt, al is dat niet altijd makkelijk. Toen we terugkwamen in Nederland wist ik: en nu pak ik mijn leven weer op. Precies wat mijn moeder voor ogen had.”

null Beeld

Linda Heespelink (63) heeft drie kinderen en vier kleinkinderen. Na het overlijden van haar man Skip ging ze in 2014 backpacken in India en Nepal.

“‘Waarom nou uitgerekend naar India?’ vroeg mijn dochter vertwijfeld toen ze hoorde dat ik een ticket naar Delhi had geboekt. Terwijl zij juist degene was die, toen mijn geplande vakantie met een collega niet doorging, had gezegd: ‘Dan ga je toch alleen?’ Dat vond ik een goed idee, dus nog diezelfde avond boekte ik een retourticket. De rest regelde ik met een organisatie. Mijn allereerste vakantie alleen, vier weken lang. Mijn kinderen zijn wereldreizigers. Als zij het kunnen, dan kon ik het ook. Waar nog bij kwam dat ik altijd al naar India wilde.”

Cultuurshock

“Na het overlijden van mijn man Skip voelde ik heel sterk: vanaf nu moet ik mijn eigen slingers ophangen. Bovendien wilde ik mijn vakanties niet laten afhangen van anderen. Dus ik vertrok met mijn rugzak. Als Skip en ik op vakantie gingen, startten we op Schiphol altijd in de champagnebar met bubbels en een oester. Die traditie heb ik in ere gehouden. Daarna ging ik richting de gate. ’s Nachts kwam ik aan in Delhi en een paar uur later, om vijf uur ’s ochtends, zat ik op de fiets omdat ik een fietstocht had geboekt door Old Delhi. Het was een totale cultuurshock. Mensen sliepen op straat, geslachte dieren hingen aan gevels, kinderen speelden met darmen van een beest. Het was warm, óveral waren vliegen, de bekende witte koeien kuierden overal. De hele tijd dacht ik: Skip, kijk nou! Zie je me, zie je waar ik ben?”

Rust

“Omdat ik het niet veilig vond om in de avond op pad te gaan, bleef ik dan in mijn hotelkamer en schreef ik in mijn dagboek. Maar eigenlijk schreef ik aan Skip. Later, toen ik bij de Ganges aankwam, dacht ik veel terug aan zijn crematie, die in schril contrast stond met hoe het in India gaat. Daar is het zó geaccepteerd dat de dood bij het leven hoort. Aan de oever van de Ganges zag ik mensen met overledenen sjouwen, iedereen liep door elkaar. Soms zag je nog een stuk been van een dode onder de lijkwade steken. Ontluisterend, maar ook indrukwekkend. Er was een continu gevoel van melancholie, alles kwam zó binnen. Twee jaar heb ik voor Skip gezorgd, voordat hij aan kanker overleed. Tijdens deze reis kwam er een soort rust over me. Mijn zorgtaak was volbracht, ik voelde dat ik de kracht had om verder te gaan met mijn leven. We hadden een prachtig, liefdevol en zeer goed huwelijk met de pech dat het einde voor mijn lief veel te vroeg kwam. Maar ik ben niet blijven hangen in mijn verdriet. Alleen al vanwege mijn kinderen en kleinkinderen.”

Geen afscheid

“In India besefte ik dat ik de hele wereld aankan, ook in m’n eentje. Al hebben we die reis voor mijn gevoel ook een beetje samen gemaakt, het was alsof Skip op mijn schouder meereisde. En soms heb ik dat gevoel nog steeds. Dat is het mooie, mensen leven voort in allerlei dingen. Precies wat ik leerde in India: je leeft voort. De dood is geen afscheid. En sowieso, zolang een geliefde overledene nog wordt herdacht, is diegene er nog. Na die eerste reis heb nog meer verre reizen gemaakt, naar Indonesië en Thailand. Inmiddels hoef ik niet meer zo ver. Ik wil graag Europa ontdekken en daarom heb ik een campertje gekocht. Binnenkort ga ik ermee naar Bakkum en daarna zie ik wel waar ik uitkom.”

null Beeld

Marleen Bekker (44) is getrouwd en heeft een kat. Afgelopen jaar zou ze het eerste stuk van de Camino naar Santiago de Compostela lopen. Maar dat liep anders.

“In februari 2020, vlak voor de eerste lockdown, liep ik in Palestina met een groep vrouwen de laatste 75 kilometer mee met de pelgrimstocht van Esmeralda Heij. Het einde van haar tocht van vijfduizend kilometer van Spanje naar Jeruzalem. De eerste dagen was ik nogal in een haastmodus. Ik dacht voortdurend: schiet eens op allemaal! De tweede ochtend, nadat we binnen één uur maar liefst drie keer hadden gepauzeerd, riep ik: ‘Jongens, kom op, we gaan.’ Een van de groepsgenoten keek me aan en zei: ‘Hee! Rustig aan jij.’ Dat kwam heel erg binnen. Waarom heb ik eigenlijk zo’n haast? Hoe lekker zou het zijn als ik mezelf niet opjut en gewoon geniet, als het niet snel hoeft? Daarna was de tocht heel fijn, ik heb ’m uitgelopen zonder blessures. Ik voelde toen heel sterk dat ik ook moest gaan lopen, alleen.”

Ongetraind

“In juli 2020 kon ik twee weken weg en begon ik aan mijn eerste etappe van de Camino, oftewel de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Ik zou van Amersfoort naar de Belgische grens lopen. Ongetraind en met een bepakking van zo’n vijftien kilo ging ik op pad. Op de derde dag voelde ik een stekende pijn in mijn enkel. Ik liep langs een fysiotherapeut, ging naar binnen en ik werd meteen geholpen. Het bleek een botvliesontsteking te zijn. Doorlopen kon, maar dan zou ik continu pijn hebben.”

Nep-pelgrim

“Dit kon niet waar zijn! Ik had me voorgenomen om zacht voor mezelf te zijn. Wat moest ik nu? Huilend belde ik een vriendin die doodleuk zei: ‘Nou, dan kom ik je fiets toch brengen?’ Wat een briljant idee! Ik was helemaal blij en besloot: al fiets ik maar twintig kilometer per dag, het is prima. Toch stak het een beetje: ik voelde me een nep-pelgrim. Een echte pelgrim loopt en lijdt, dit was wel héél makkelijk. Dat bleef ik mezelf maar verwijten, tot ik in België bij een kerk een stempel haalde. Een priester zei: ‘Zal ik u zegenen?’ Wat dit betekende wist ik niet precies, maar ik vond het een mooi ritueel. Die avond keek ik eens goed in mijn stempelboekje en daar las ik dat je als pelgrim op drie manieren kunt reizen: te voet, te paard of op een fiets. Het was definitief: ik was géén nep-pelgrim, en ik voelde me stukken lichter.”

Onderweg zijn

“Ik bedacht: wat is de kern? Dat is onderweg zijn, openstaan voor de ervaring. Precies wat ik deed. Tijdens die twee weken leerde ik om veel meer op mijn gevoel te vertrouwen. Daarnaast vond ik het bijzonder om te ontdekken dat ik meer kan dan ik dacht. Ik had nooit verwacht dat ik zestig kilometer per dag kon fietsen en het was heel gaaf dat dat lukte. Als ik terugdenk aan deze reis, dan is het eerste woord dat in me opkomt liefde, daarna vrijheid. Het mooiste wat ik heb geleerd, is dat ik zacht mag zijn voor mezelf. Daardoor ben ik uiteindelijk veel verder gekomen dan ik ooit had gedacht. Fantastisch toch?”

null Beeld

Gülhan Anli-Okur (40) is getrouwd en heeft drie kinderen. In mei 2019 maakte ze met een groep van zeventien vrouwen een tiendaagse rondreis door Turkije.

“In 2019 raakte ik op mijn tantes verjaardag in gesprek met haar buurvrouw. We kregen het over de Turkse regio Iskenderun, die bekendstaat om het lekkere eten. Daar ben ik gek op, dus we bedachten: daar gaan we samen naartoe. Als kind ging ik elk jaar met mijn ouders met vakantie naar Turkije, naar hun geboortedorp. Later ging ik met mijn man naar Turkije, naar het gebied waar hij vandaan komt. Ik wilde graag ook een keer andere delen van het land ontdekken. Toen tantes, nichten, vriendinnen, buurvrouwen en mijn moeder van onze plannen hoorden, wilden zij óók mee. Uiteindelijk vertrokken we met zeventien vrouwen, in leeftijd variërend van negenendertig tot zeventig. Een aantal van onze mannen vonden dat zo leuk dat zij besloten ook weg te gaan: op sigarenreis naar Cuba.”

Vooroordelen

“Een van de vrouwen uit onze groep had goede ervaringen met een Turks reisbureau. Zij organiseerden onze reis en alles liep perfect. Op het vliegveld van Mardin stonden onze gids, chauffeur en bus al klaar. Iskenderun overtrof mijn stoutste verwachtingen. Het eten was verrukkelijk, de cultuur, natuur en muziek waren overweldigend. Al liep ik ook tegen mijn eigen vooroordelen aan. Ik dacht dat de vrouwen uit die streek onderdrukt werden, dat er veel spanningen zouden zijn tussen Koerden en Turken. Niets daarvan bleek waar. De vrouwen werden niet onderdrukt en het was juist prachtig en bijzonder om te zien hoe Joden, moslims en christenen daar in vrede met elkaar leven.”

Dansen in de bus

“Meestal bleven we ergens een, twee dagen, daarna reisden we door. De busreizen leken soms eindeloos, maar dan ging de muziek aan en dansten we onderweg. Natuurlijk is er met zo’n grote groep weleens irritatie, maar meestal was het ook snel weer opgelost. Ik zie ons nog ’s avonds in de hotelkamers in onze pyjama’s bij elkaar op visite gaan. Waren we bekaf, maar bestelden we gewoon koffie omdat het zo gezellig was. Ook vergeet ik nooit de beelden van die prachtige bergen en de sterke mensen die daar leven. Met bijna niets: er is geen elektriciteit, kinderen spelen met klei waar ze poppetjes of een bal van maken. Dan besef ik weer hoe goed we het hier hebben en hoe snel we zeuren over kleine dingen.”

Buitenlander

“Dat de gids ons prachtige verhalen en wetenswaardigheden vertelde, maakte het extra speciaal. Ik was overdonderd door de rijke Turkse geschiedenis. Als ik als kind bij Bulgarije de grens bij Turkije passeerde en ik zag daar alle Turkse vlaggen wapperen, dan ging mijn hart altijd sneller kloppen. Al zijn mijn ouders in Turkije geboren, daar ben ik toch een buitenlander. Maar in Nederland, mijn geboorteland, hoor ik er ook niet echt bij. Ik ben wel blij met alle kansen die ik in Nederland heb gekregen en ik vind het fijn dat er hier meer gelijkheid is en niet zo’n extreem verschil is tussen arm en rijk. Dat neemt niet weg dat ik me ook Turkse voel. Helemaal nu ik weer zo veel meer over de Turkse cultuur te weten ben gekomen.”

null Beeld

Stella de Swart (55) is single en heeft twee kinderen. Toen ze zes jaar geleden in de schuldhulpverlening zat, kreeg ze een vakantie naar Griekenland cadeau van Reis met je hart.

“Het fotoalbum van de vakantie naar Griekenland ligt bij ons in de woonkamer. Pleun, Kick en ik kijken er nog vaak in, we kregen het na onze vakantie cadeau van Reis met je hart. Steeds als ik de beelden zie van de blauwe lucht, de heldere zee, het strand, het zwembad en de zon, voel ik weer de onbezorgdheid van die week. Die hele vakantie voelde als een cadeau dat rechtstreeks uit de hemel was komen vallen, want 2015 was een naar jaar geweest. Niet alleen vanwege de schuldsanering waar ik in zat, maar ook doordat ik heel lang op krukken moest lopen vanwege complicaties na een gebroken enkel. Onze laatste vakantie was zeven jaar daarvoor geweest, toen de vader van mijn kinderen en ik nog bij elkaar waren.”

Hartjes

“In juni 2016 vroeg mijn vriendin Ingrid of de kinderen en ik zin hadden in een vakantie. Ze had gehoord over Reis met je hart, een stichting die vakanties organiseert voor mensen die door omstandigheden niet op vakantie kunnen. Op de site kwam een verhaal over ons, met onze foto en het verhaal waarom we niet op vakantie konden. Die oproep moest ik zelf ook delen op social media met de vraag of mensen wilden doneren, wat gebeurde aan de hand van hartjes. Het aantal hartjes bepaalde het bedrag, Reis met je hart verdubbelde het eindbedrag. Een mooi idee dat onze reis dus voor de helft werd gesponsord door mensen die ons liefhebben – al voelde dat ergens ook wel ongemakkelijk. Maar ik had ja gezegd, vooral ook voor de kinderen. Ik gunde die twee een zorgeloze, leuke vakantie naar de zon. Pas toen het helemaal rond was en bleek dat we naar Griekenland zouden gaan, heb ik het Kick en Pleun verteld. Ze sprongen een gat in de lucht.”

Ontzorgd

“In oktober was het zover. Alleen al dat we werden opgehaald met een taxi gaf ons het gevoel dat we koningen waren. In het vliegtuig mochten Kick en Pleun in de cockpit kijken. Op Kos werden we opnieuw opgehaald en naar een fijn hotel gebracht in het vissersdorpje Mastichari. Vanuit onze kamer waren we in vijftig stappen op het strand, vanuit ons bed hoorden we de zee ruisen. Het was een all-inclusive vakantie, dus ik was van a tot z ontzorgd. Elke dag moest ik mezelf weer knijpen om te weten dat het echt waar was. Ook zo fijn: niemand daar wist dat we deze vakantie normaal gesproken nooit hadden kunnen betalen. We hadden zelfs zakgeld. Daarvan zijn we een dagje naar de hoofdstad geweest, waar Pleuns droom uitkwam: een ijscoupe met zes bollen ijs.”

Rijk gevoel

“We hebben met elkaar afgesproken dat we ooit, als we veel geld hebben, teruggaan naar die plek. Wie weet wordt mijn boek Armoede krijg je gratis een bestseller en kunnen we volgend jaar al gaan. Toen de vakantie afgelopen was, was ik echt een beetje verdrietig. De onbezorgdheid was zó fijn geweest. Opgeladen kwamen we terug in Nederland, ik had zo veel energie van die vakantie gekregen. En de toegift was dat Kick en Pleun op school nu óók eens konden vertellen over hun vakantie met het vliegtuig. Je even niet arm voelen geeft een rijk gevoel.” ■

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden