Frans geluk

Mijn Franse familiehuis, droom of drama

null Beeld

Veel mensen dromen van een tweede huis in Frankrijk. Journalist Miloe van Beek krijgt het in de schoot geworpen. Maar niet iedereen in haar gezin is blij met deze bijzondere erfenis. En zelf ziet ze ook nog wel wat beren op de weg.

De zonnestralen schijnen door de halfgeopende blauwe luiken en maken minuscule discolampjes van de ronddwarrelende stofdeeltjes. Het is de ochtend van ik weet niet meer welke dag en ik lig met mijn negenjarige dochter op een matras op de grond. Zij slaapt hier in Frankrijk bij mijn man en mij op de kamer omdat ze het iets te spannend vindt in de slaapkamer beneden, al deelt ze die met haar broer.

Ik snap dat wel. Toen ik vroeger in dit huis logeerde, durfde ik ’s nachts niet naar de wc. De duisternis, een ontmoeting met spinnen of andere insecten, de vreemde schaduwen, onbekende geluiden: ik kwam mijn bed niet uit tot het licht werd.

null Beeld

Als mijn dochter vraagt of ze mag schilderen, knik ik enthousiast. “Je móet hier zelfs schilderen”, zeg ik lachend. Ze gaat rechtop zitten. “Dat is niet zo, mama. Dit is een leeshuis. Kijk maar.” Ze wijst naar het krakkemikkige kastje naast de wastafel en de planken achter ons hoofd, gevuld met tientallen Nederlandse en Franse boeken. Ook in de andere kamers zijn volle boekenkasten te vinden. Ik, bezig met het schrijven van een boek over mijn grootmoeder die dit huis in de jaren zeventig kocht, moet mijn dochter gelijk geven: “Het is een lees-, schrijf-, schilder- en tekenhuis. Een soort kunstenaarshuis. Het houdt van mensen die iets maken.”

Dammen bouwen

Tien jaar ben ik al niet meer in ons familie-huis in de Franse Ardèche geweest. Die afwezigheid had allerlei redenen. Toen de kinderen klein waren, zagen we het niet zitten om te logeren in een huis met open balkons, steile trappen, dito afgronden en glibberige paden. We hikten ook aan tegen de lange autorit. Ik had meer zin in een zomer met strand en zee. Of er was geen plek in de door ons gekozen periode – ik deel het huis immers met drie neven, mijn zusje, vader en een aantal tantes.

In de zomer van 2020 besluiten mijn man en ik wél te gaan. Niet alleen omdat de plek deels van mij zal worden, ik vind het ook tijd dat mijn kinderen er kennis mee maken. Die behoefte deelt mijn twaalfjarige zoon overigens totaal niet. Al weken voor vertrek moppert hij over deze ‘extreem saaie’ vakantie: het familiehuis heeft geen wifi of zwembad, er zijn geen andere tieners, er is geen tv, laat staan

Netflix, geen tafeltennistafel, spelcomputer, zelfs geen tafelvoetbal. Ik vertel hem over onze laatste vakantie daar, toen hij een baby van acht maanden was en zijn vader en ik hem in de rugdrager meenamen op avontuurlijke tochten door de beek. Hij kan in die beek nu met zijn zusje dammen bouwen, van een rots springen, we zullen potjes scrabble spelen, met Orangina en chips erbij. Misschien kunnen we gaan kanoën. Mijn argumenten breken zijn verzet niet, dus ik besluit het te negeren. Ik verlang naar het uitzicht op de eindeloze, groen beboste bergen, naar het kalmerende geluid van de kabbelende beek. Bovendien is het in coronatijd een ideale vakantiebestemming: het huis ligt zo afgelegen dat je er sowieso al min of meer in quarantaine zit.

null Beeld

Naderend gebrom

Al heb ik het huis als kind zelf maar twee keer bezocht, op de terugweg van een Spaanse strandvakantie, toch is de Ardèche onderdeel van mijn jeugd. Alle brieven en kaarten die ik tussen april en september naar mijn grootmoeder schreef, moesten geadresseerd worden aan grandmère, gevolgd door een lang adres met een reeks cijfers, eindigend met LA FRANCE, om onduidelijke redenen drie keer door mij onderstreept. Mijn grootmoeder bracht veel tijd door op deze robuuste plek in de bergen, die haar deed denken aan de vakanties in haar jeugd en de tijd die ze doorbracht op kostschool in Zwitserland. Ze bivakkeerde er soms samen met mijn opa, maar ook maandenlang alleen. Altijd leefde ze volgens een strak ritme: vroeg opstaan, in de tuin werken, eten, rusten, lezen. Ze hield van het simpele, wat eenzame bestaan midden in de natuur. Redenen voor mijn moeder om de plek zelden te bezoeken. Naast de eindeloze hoeveelheid haarspeldbochten die we onderweg moesten nemen en de bijpassende misselijkheid op de achterbank van onze oude Citroën, herinner ik me mijn moeders gemopper. Over de krakkemikkige badkamer waar je de douchekop in de hand moet houden, over het lange rijden naar een restaurant, supermarkt of überhaupt naar de bewoonde wereld, en vooral over de vele insecten die enorme rode bulten veroorzaakten. Borrels in de namiddagzon werden inderdaad regelmatig bruut verstoord door een naderend gebrom, waarna mijn vader ons paniekerig naar binnen dirigeerde en we achter de deur toekeken hoe hij wapperend met een krant een hoornaar wegjoeg. Naast deze mega-wesp krioelen er in en om het huis ‘gewone’ wespen, dazen, mestkevers, muggen, mieren en spinnen in alle kleuren en maten, die bij voorkeur in het bad of de wasbak vertoeven. Tijdens een wandeltocht/zwempartij in de beek worden met regelmaat adders gespot en tussen de kieren van het dak leeft een familie woelmuizen, schattige, marmotachtig beestjes, die ’s nachts uitgebreide schranspartijen en hardloopwedstrijden houdt. Gelukkig trekt een verwilderde
natuur ook veel moois aan: zachte hommels, kleurige vlinders, honingbijen en groenblauwe libellen. In het kraakheldere water van de beek – waar je ook in je nakie kunt poedelen, want er komt hier toch niemand – zwemmen talloze visjes. Soms staat er een hert in de tuin.

null Beeld

Schuldgevoel

Mijn vader en zijn vier zussen erfden het huis halverwege de jaren negentig van hun ouders. Een jaar of vier geleden meldde mijn vader dat hij het huis officieel aan mij en mijn zusje wilde overdragen. Hij is de zeventig gepasseerd en vindt het tijd om de erfenis door te geven aan de volgende generatie. Twee neven die er als kind elke zomer heen gingen, die de plek door en door kennen en ervan houden, kregen het huis een tijd geleden al officieel van hun moeder.

Hoewel een ‘eigen’ Frans vakantiehuis voor veel mensen de ultieme droom is, waren mijn zus en ik niet meteen enthousiast. “Iedereen aan wie ik het vertel, vindt het fantastisch”, zei mijn zusje. “Maar ik weet niet zo goed wat ik ermee moet. Ik heb er niet om gevraagd. Ik zou zelf – als ik de middelen had – een vakantiehuis dichterbij kiezen, waar je ook een weekendje naartoe kan. Tegelijkertijd voel ik me daar schuldig over, alsof ik ondankbaar ben.” Ik herken wat ze zegt. Elk jaar dat we niet naar de Ardèche gingen, had ik het idee dat ik mijn vader en de rest van de familie teleurstelde. Toen ik eens met mijn vader besprak wat het (deels) bezitten van een tweede huis mijn man en mij belastingtechnisch zou kosten, riep hij boos dat hij het aan iemand zou schenken die er wel blij mee was. Een pijnlijke opmerking die het schuldgevoel verder aanwakkerde.

De twaalfhonderd kilometer tussen mijn Nederlandse en het Franse huis, een autorit van zo’n twaalf uur waarvan een uur of drie door de bergen, is een van de belangrijkste obstakels om de plek regelmatig te bezoeken en er dus volop van te genieten. Daar komt bij dat we allemaal schoolgaande kinderen hebben, waardoor de weken dat we erheen kunnen beperkt zijn en de planning een gepuzzel kan zijn. Zo ziet mijn zusje haar kinderen vanwege co-ouderschap maar de helft van de vakanties. Zij heeft dan niet zoveel zin om bijna vier dagen in de auto te gaan zitten en geeft de voorkeur aan een vakantie dichter bij huis. We zouden er samen heen kunnen gaan, maar voor drie volwassenen en vier kinderen zijn er net te weinig slaapplekken. Een van de drie slaapkamers is zo muffig en spinnerig (bovendien de plek waar de woelmuizen hun grootste feesten vieren) dat-ie eerst verbouwd zou moeten worden. Maar dat schuiven we vooralsnog op de lange baan.

Klussende neven

Dat we het huis delen met drie neven, en dus het onderhoud en de kosten samen moeten dragen, maakt het soms ook tot een hoofdbreker. Ik sta niet te springen om in mijn vakantie aan de slag te gaan met maaimachines, kwasten en hamers. Mijn neven doen dat wel. Moet ik dan meer huur betalen? En hoe zit het met de verschillende wensen en voorkeuren? Investeren we in een nieuwe douchecabine, knappen we de slaapkamers op, kan het atelier worden opgedoekt en opnieuw ingericht? Wie betaalt dat dan? Los van deze niet-noodzakelijke verbouwingen is het huis niet aangesloten op de Franse riolering. Wat door de wc wordt gespoeld, komt terecht in een septic tank onder het huis die eens in de zoveel jaar moet worden geleegd. Ook dat kost geld. Net als het verplaatsen dan wel verdelgen van de feestende woelmuizen voordat ze het huis opeten, en het maaien van het weiland rond het huis. Ook de vraag of we het zullen verhuren om meer inkomsten te genereren biedt stof tot nadenken. Of verhuren we alleen aan bekenden, en zo ja hoe ‘bekend’ moeten die dan zijn? Gelukkig lopen de discussies niet zo hoog op als in de generatie van onze ouders, waar het huis geregeld tot wrevel leidde. Omdat we allemaal een druk leven leiden, verkeren we al een tijd in een ‘we zien wel’-toestand. We willen er best mee aan de slag, erover nadenken en erover praten, maar op de een of andere manier blijft het onder aan de takenlijst bungelen.

null Beeld

Robuust versus aangeharkt

“Ik ga brood halen”, zeg ik op de ochtend van ik weet niet meer welke dag in de zomer van 2020 tegen mijn dochter. “En croissants!”, roept ze me na.

Als ik een half uur later met twee baguettes en twee croissants onder mijn arm terugloop naar het huis, constateer ik dat mijn overvolle Nederlandse leven vol prikkels, keuzes en afleiding hier langzaam is gereduceerd tot het overzichtelijke bestaan van mijn grootmoeder: wandelen, lezen, zwemmen, koken, eten, afwassen, scrabbelen en slapen. Ik kijk naar de blauwe luiken, de stenen in verschillende vormen, het cement dat er in dikke lagen tussenuit stulpt. Het huis is vanbinnen en vanbuiten verre van perfect. Heel anders dan de gemiddelde Nederlandse woning met keurig op elkaar passende bakstenen en glad afgestreken muren. Het is net als het brood, bedenk ik. In Nederland kopen we een halfje bruin dat een machine in keurige plakken van dezelfde afmetingen heeft gesneden. Hier wikkelt de bakker baguettes met hun grove korst in bruin vloeipapier. Robuust versus aangeharkt, hoeken, randen en hobbels versus geperfectioneerd. Het onaffe en rauwe is wat deze plek zo magisch maakt, besluit ik als we ontbijten met het geluid van de beek en het uitzicht op de bergen.

null Beeld

Om de tafel

Een paar dagen later springt mijn zoon juichend op de achterbank, we gaan eindelijk naar een camping met wifi. Met een licht gevoel van weemoed sluit ik de blauwe luiken. Geen idee wanneer ik weer terugkom, maar ik weet wel dat het geen tien jaar zal duren. Een paar weken na de vakantie zit ik met een neef, mijn zusje, baguettes en camembert om de tafel. We praten vooral bij en slaan nog weinig echte spijkers met koppen, maar het is een eerste stap. De volgende is dat ik op zoek ga naar een notaris die ons kan helpen bij het uitzoeken van de technische details. “Ik zou het zo fijn vinden als het geregeld is”, verzucht mijn vader opgelucht als ik het hem vertel. Ik realiseer me dat het familiehuis voor hem een grote emotionele waarde heeft, maar ergens ook een last is. Alleen al daarom zet ik het een stuk hoger op mijn takenlijst.

Help, ik krijg een Frans vakantiehuis!

Kandidaat-notaris Desiree van den Hoonaard heeft ze geregeld aan tafel: ouders die hun Franse vakantiehuis willen overdragen aan de volgende generatie, terwijl die er niet zo op zitten te wachten. Bijvoorbeeld vanwege verschillende financiële situaties. Van den Hoonaard werkt bij Verhees Notarissen, een kantoor met een speciale sectie Frans recht. Zij bespreekt in dit soort besprekingen ook altijd de doemscenario’s en onderlinge relaties. Wie mag bijvoorbeeld wanneer in de woning zijn? Hoe zit het met de onderhoudskosten? “Niet leuk, wel belangrijk, zeker bij een tweede huis.” Ze merkt dat er sowieso veel onduidelijk is rondom de overdracht van een vakantiehuis, mede dankzij de taal-, cultuur- en rechtsverschillen tussen Nederland en Frankrijk.

“Ouders willen vaak graag bij leven de Franse woning aan de volgende generatie overdragen om zo (erf)belasting te besparen. Maar dat is niet altijd voordeliger.” Zo geldt in Frankrijk een vrijstelling voor de schenkbelasting van € 100.000,- per kind, in Nederland is dat (in 2021) ‘slechts’ € 6604,-. “De belastingen, de kosten voor de taxatie en de Franse notaris, het kan alles bij elkaar best oplopen. Wel adviseer ik om bij leven naar het totale bezit te kijken.” Wanneer iemand met een tweede woning in Frankrijk overlijdt, moet de nalatenschap overigens in Frankrijk worden afgewikkeld. Een notaris maakt of kijkt de Franse akte na, of regelt een volmacht die klanten kunnen tekenen. “Daardoor hoeven ze niet zelf naar Frankrijk af te reizen, zeker in coronatijd een praktische en makkelijke optie. De hulp inschakelen van een goede adviseur betaalt zich altijd terug.”

  • Tekst Miloe van Beek Fotografie Getty Images (opening), privébeeld
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden