null Beeld

Column

Nico: “Na vijf seconden wil ik schreeuwend uit de Hully Gully en dan moet ik nog vier minuten”

Nico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn (61) woont samen met Tanja, heeft twee kinderen uit een vorige relatie en een heel eigen kijk op de wereld.

Nu ik dit schrijf, hoor ik in de verte een kermis. Misschien wel het mooiste geluid op aarde, omdat het geschreeuw en gegil zulke weemoedige beelden oproept.

Jan de Bouvries van Amstelveen

Ik durfde niets op een kermis. Al mijn vriendjes verheugden zich op het zweven, het slingeren en het botsen, maar ik zag alleen het gevaar. Een metalen constructie op mijn achterhoofd, iemand die tijdens het fotoschieten opzij zou vallen en mij door mijn haargrens zou schieten, een hap nemen van een suikerspin en de hele week met harde, roze wenkbrauwen naar school moeten, aan een touw trekken en een meisjespop winnen, heel hard naar een botsautootje hollen en net te laat zijn.

Vooral dat laatste is mij vaak overkomen. Ik was als twaalfjarige enorm de Jan de Bouvries van Amstelveen aan het uithangen. Ik wilde specifiek een autootje met mooie kleuren. Ik zat blijkbaar graag in een botsauto die goed bij mijn trui kleurde.

Mooi geluid

Nu ben ik 61 en luister met de balkondeur op een kiertje naar schreeuwende mensen die met 140 kilometer per uur naar de grond vallen en erop vertrouwen dat de kermisexploitant de schroefjes ’s ochtends allemaal goed heeft aangedraaid. Een mooi geluid. Doodsangst vermengd met levensvreugde en daar dwars doorheen het mannetje achter de microfoon, die op klassieke wijze de rit vocaal begeleidt. “Jaaa, zwierezwaaien, pierewaaien en daar gaaaaan we weer, ja hoorrrrr, heen en weer, op en neer, dames en heren in de Hully Gully, jaaaa, daar gaan we weer!”

Hully Gully

Dat is het engste apparaat waar ik ooit in ben geweest. De Hully Gully. Na vijf seconden wilde ik er schreeuwend uit en toen moest ik nog vier minuten. Ik herinner me dat ik me aan het hoofd van een wildvreemde man vasthield. Na de rit heb ik bijna een uur doodstil voor het spiegeldoolhof gezeten, met achter me het ritmisch gebonk van hoofden tegen glas.

Toen ik voor het eerst met Tanja naar een kermis ging, wist ik al dat ik haar enorm zou gaan tegenvallen. Ik wilde nergens in. Tanja wilde overal in. Ik had verkering met een kermismeid. Ik had het zo graag gewild, samen met mijn vriendin, mijn arm om haar heen, in een wild toestel minutenlang heel hard gillen. Maar ik durfde het niet. De mensen die ik nu hoor durven alles en gaan een schitterend leven tegemoet.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden