interview henny huisman

“Opgeven ligt niet in mijn aard”

null Beeld  Petronellanitta
Beeld Petronellanitta

Voormalig kijkcijferkanon Henny Huisman (70) nam nooit een blad voor de mond. Ook in zijn biografie is hij open over zijn successen, blunders en hang naar aandacht. “Ik voel me net zo hongerig als toen ik dertig was.”

Op een stralende lentedag zit Henny Huisman in een van de fraai verbouwde stallen van Het Ruiterhuys, het restaurant van zijn dochter en schoonzoon, vlak bij het huis waar hij met zijn vrouw Lia woont. Aanleiding voor het gesprek is Henny, de aanstekelijke biografie van Kevin Kraan, geschreven met de volledige medewerking van het voormalige kijkcijferkanon. Voor dit boek werd hij ruim een jaar door Kraan gevolgd en natuurlijk geïnterviewd over zijn leven. Tijdens die interviews nam hij, zoals altijd, geen blad voor de mond. Ze gaan over de televisiewereld in de jaren tachtig en negentig (torenhoge kijkcijfers, ontmoetingen met de groten der aarde), over het verschil tussen Joop van den Ende en John de Mol (Henny is duidelijk team Joop), over successen en blunders, paniekaanvallen en de huidige dagelijkse dosis antidepressivum, over plastische chirurgie (alleen zijn wenkies) maar bovenal over zijn niet aflatende hang naar aandacht.

In het boek komt, naast jou, haast iedereen met wie je privé en professioneel te maken hebt aan het woord. Alleen je vrouw ontbreekt.

“Nee, dat zat er niet in. Het gaat niet om haar, zegt ze altijd. Als ze weleens meegaat over de rode loper bij een of ander event, dan doet ze dat voor mij. Zelf glipt ze liever door een zijdeur naar binnen. Het is fijn dat ze mij met beide benen op de grond houdt, al vind ik het soms ook jammer dat ze er niet meer van genoten heeft. Ze heeft er gewoon niks mee.”

null Beeld

Dat is een groot verschil tussen jullie.

“Een heel groot verschil. Misschien zijn we juist daarom al bijna vijftig jaar bij elkaar. Zij is sportief, ik helemaal niet, zij richt zich naar binnen, ik naar buiten. Lia is voor mij een soort vastigheid. Ze is er. Het is geen vrouw die flirt met anderen of interessant doet. Als ik melkboer was geworden, was zij zonder problemen de vrouw van de melkboer geweest. Natuurlijk heb ik momenten gehad waarop ik dacht: kijk eens, dit is toch heel bijzonder? Dan remde zij me af door te zeggen: ‘Verheug je nu maar niet, je zal zien dat…’

Het is goed dat ze me waarschuwt, in dit vak ga je makkelijk op je smoel. En we laten elkaar vrij. Het heeft geen zin om elkaar te veranderen. Het soort huwelijken waarin de een tegen de ander zegt: ‘Ik vind dat je een ander kapsel moet nemen’, vreselijk. Of: altijd samen in hetzelfde windjack op pad. Dat soort burgerlijkheid is niks voor mij. Ik ben een volksjongen, maar niet ordinair. Ik heb bijvoorbeeld geen tattoo, terwijl dat tegenwoordig onder volksmensen heel gewoon is.”

De tijden zijn veranderd…

“Ik blijf het niet mooi vinden. Ik heb vroeger een oorbelletje gehad, maar dat kon je weer uitdoen. Er moeten toch ook mensen zijn die spijt hebben van zo’n tattoo? Zo’n André Hazes met die verlovingsdatum in zijn nek terwijl hij nu met een ander is? Daar moet ik een beetje om lachen. Zet die dan op je bil of zo. Wesley Sneijder met Yolanthe haast levensgroot op zijn romp, man, dat is dubbel pijn. Eerst je vrouw weg en dan die aanblik iedere keer als je in de spiegel kijkt. Nee, met tattoos heb ik niks. In die zin ben ik ouderwets.”

Vind je het vervelend om ouderwets te worden genoemd?

“Integendeel. Ik ben deels opgevoed door Joop van den Ende, in feite ook een conservatieve man. We deden ons werk goed, geen gelazer, geen rare dingen. Je moest bij Joop wel kunnen incasseren. Op het moment dat je dreigde te gaan zweven na een geslaagde show zei hij iets als: ‘Je wordt wel erg breed’, om je bij de les te houden. Hij belde zelfs op Eerste Kerstdag als de kijkcijfers iets minder waren. Dan zei ik: ‘Maar Joop, het is Kerst!’ Niks mee te maken, vond hij. Het was niet zo goed als vorige week. De Joop van den Ende Academy, zoals ik het weleens noem, was hard. Maar Joop is ook een heel lieve man.”

Je hebt veel aan hem te danken.

“Alles. Je kunt wel talent hebben, maar er spelen zo veel andere dingen mee. Waar je bent geboren, welke kansen je krijgt. En dan: wat doe je met dat talent?”

null Beeld

Wat is jouw talent?

“Mensen vermaken. Mensen voor me winnen. De stem van het volk zijn. Dat klinkt een beetje pathetisch, maar dat hoor ik wel vaak: ‘Jij zegt de dingen die wij thuis denken.’ Als iemand zich uitslooft, zeg ik: ‘Jij bent wel een uitslovertje, hè?’ Dan denken de mensen thuis: inderdaad! Ik maak het ook weer goed met degene tegen wie ik dat soort dingen zeg, hoor. Maar talent is niet genoeg, je moet ook kansen creëren en de kansen die er zijn met duizend handen aanpakken. Ik heb zo veel aangepakt. Het was niet alleen maar leuk, maar het levert wel ervaring op. Mijn vrouw zal nooit zeggen: ‘Wat heb jij een talent!’ Ze zegt: ‘Jij hebt veel doorzettingsvermogen.’ Daar bewondert ze me om. Opgeven ligt niet in mijn aard.”

Daar komt vaak commentaar op: Henny Huisman moet zo nodig.

“Dat is zo. Het is not done om te zeggen dat je van je werk houdt. Krankzinnig, maar waar. Jan Slagter antwoordde een keer op de vraag of ik niet geschikt zou zijn voor Omroep Max: ‘Henny wil te graag.’ Mijn schoonzoon Frank, die negentig man personeel heeft, zei toen: ‘Ik wou dat ik er één had die zo enthousiast was over zijn werk!’ Zo is het toch? Er zijn hartstikke leuke mensen op televisie, maar presentatoren als Ron Brandsteder, Jos Brink en ik, mensen die door het televisieglas heen de huiskamers binnenkomen alsof ze familie zijn, die zie ik niet zo veel.”

Is daar wel behoefte aan?

“Daar zal altijd behoefte aan zijn. Toen ik in 2002 werd ontslagen bij RTL4 zeiden ze: ‘De tijd van talentenjachten is voorbij.’ Een jaar later was Idols een gigantisch succes. Ja, maar dat was dan een ander soort talentenjacht. Nou, ik zag er veel kandidaten die ik ook in de Soundmixshow had gehad. Zij visten in dezelfde vijver.”

Het grote verschil was dat bij Idols ook de audities werden getoond. Dat wilde jij niet.

“Ik deed toen een aantal programma’s, ook met oudere mensen. Ik zou mezelf verloochenen als ik de ene dag een mooie familiereünie organiseer van mensen die uit Iran zijn gevlucht en elkaar na jaren in de armen vallen, terwijl ik de volgende dag een jongen uitlach die op klompen staat te dansen. Dat is niks voor mij.”

Heb je er spijt van?

“Nee, het had mij niet gepast. Humor prima, maar iemand in de maling nemen: nee. Ik kan ook niet lachen om een filmpje van iemand die valt of van een kind dat een schommel tegen zijn hoofd krijgt.”

null Beeld

Ik begreep dat je nooit naar programma’s als The Voice kijkt.

“Ik hoef dat niet te zien, zonde van mijn tijd. Het is misschien ook wel een jaloers trekje, dat geef ik eerlijk toe. Dan denk ik…”

Daar had ik willen staan.

“Ja, zoiets. Maar het is ook zo: je denkt dat de zoon van de banketbakker altijd slagroomtaarten eet, terwijl hij in werkelijkheid een bruine boterham lekkerder vindt. Zo is het met mij ook. Het soort programma’s dat ik maakte, is niet wat ik zelf graag kijk.”

Is dat wat je mist: het maken van televisieprogramma’s?

“Ja, dat mis ik het meest. Mijn manager vraagt altijd: ‘Hoe populair wil je nog worden? Iedereen in Nederland kent je toch?’ Dat is ook niet waarom ik graag nog aan de bak wil. Ik wil samen met anderen iets moois maken. Ideeën genoeg. Maar voordat het beeld ontstaat dat ik triest thuiszit omdat ik even geen programma’s meer heb: zo is het niet. Echt niet. Ik heb een hartstikke leuk leven. Maar ik vind mijn vak óók heel leuk. Ik heb er lang over gedaan om het onder de knie te krijgen, dus ik wil het liever niet kwijtraken. Ik ben niet de enige, hoor. Televisiemensen die zeggen dat het voor hen niet meer hoeft geloof ik niet.”

Dus jij zegt weer wat anderen alleen maar denken?

“Als je bezeten bent van de aandacht die bij televisie maken hoort, gaat dat niet opeens voorbij. Het is onmogelijk dat je ineens uitgekeken raakt op iets wat je je hele leven fantastisch hebt gevonden, alleen omdat je 52 bent geworden. Zou oud was ik toen ik bij RTL werd ontslagen.”

Je bent net zeventig geworden, dan zijn de meeste mensen toch wel met pensioen?

“Het voelt niet goed als ik nu zou zeggen: ik stop ermee. Misschien zou het slim zijn als ik dat wel deed. Mijn vrouw zegt vaak: ‘Je moet gewoon zeggen dat je er helemaal mee stopt. Eens kijken wat er dan gebeurt.’ Maar dan ben ik niet eerlijk tegenover mezelf. Ik weet dat ik zeventig ben, maar ik voel me hetzelfde als toen ik dertig was. Net zo hongerig.”

Jij wist op je elfde al dat je beroemd zou worden…

“Ja, dat vind ik zelf ook raar, maar ik heb er nooit aan getwijfeld. Zoals andere kinderen straaljagerpiloot of brandweerman willen worden, zo wilde ik beroemd worden.”

null Beeld

Enig idee waar die enorme behoefte aan aandacht vandaan komt?

“Een psycholoog verklaarde ooit dat het kwam vanwege mijn babytijd. Mijn ouders moesten trouwen, dat was natuurlijk al een schande. Mijn moeder mocht niet in het wit, maar moest in het lila. Daarna woonden ze bij mijn grootouders in. Nadat mijn zus was geboren werd mijn moeder snel opnieuw zwanger, dat kwam niet helemaal gelegen. In de onderste la van een kast in de badkamer werd een bedje voor mij gemaakt. Een maand na mijn geboorte brak brand uit in de verffabriek waar de broer van mijn moeder werkte. In paniek sprong hij van dertien meter hoogte uit het raam. Hij was op slag dood.”

Wat vreselijk!

“Er had zich een drama voltrokken, iedereen in dat huis was in de rouw en niemand had tijd of aandacht voor de baby, een kind dat toch al niet de bedoeling was. Ik lag maar te janken in die badkamer. Ik ben liefdevol opgevoed, maar het begin was moeilijk. Dat neem je kennelijk met je mee. Op de lagere school was ik een beetje het kneusje dat niet serieus werd genomen. Dus als ik aandacht krijg, voelt dat goed: zie je wel, ik kan wat. Ik doe mee.”

Op een gegeven moment zal die aandacht van de buitenwereld toch ophouden, ben ik bang.

“Natuurlijk zal het ooit ophouden. Als ik tegen die tijd ook een beetje doodga, heb ik er geen last van, haha! Maar vertel eens: heb je ook moeten lachen om het boek?”

Ja.

“Gelukkig. Dat vind ik het belangrijkste. ‘Je bent heel gewoon gebleven!’, zeggen mensen vaak. Ja, wat had ik anders moeten worden? Ik ben maar een schakeltje in een groter geheel. Wat ik deed en meemaakte was vaak fantastisch en soms ontluisterend, maar uiteindelijk stelt het niet veel voor. Het is allemaal gebakken lucht, die showbusiness. Je kunt er maar beter om lachen.”

HENNY IN ‘T KORT
Henny Huisman (1951) is televisiepresentator. Hij begon zijn carrière als drummer bij de band Lucifer. In de jaren tachtig en negentig presenteerde hij succesprogramma’s als de Playbackshow en de Surpriseshow. Vorig jaar was hij te zien in het SBS-programma Waar is dat feestje? Binnenkort verschijnt Henny, het boek dat journalist Kevin Kraan over en met hem schreef. Henny Huisman is sinds 1975 getrouwd met Lia. Ze hebben twee dochters en zeven kleinkinderen.

null Beeld

Henny hebben?

Libelle mag 5 gesigneerde exemplaren van het boek Henny (uitgeverij Inside) weggeven. Kans maken? Ga naar libelle.nl/henny.

  • Styling: Maartje Bodt. Visagie: Djolien de Kreij. M.M.V.: Het Ruiterhuys
Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden