‘Paradise lost’, een zinderende herfstdetective  Beeld Libelle
‘Paradise lost’, een zinderende herfstdetectiveBeeld Libelle

Libelle lekker lezen

‘Paradise lost’, een zinderende herfstdetective

Elise heeft alles wat ze wil: een fijn gezin en een goede baan als rechercheur. Op een netwerkborrel ontmoet ze Jordi. Zijn geur, zijn ogen… ze bezwijkt voor zijn charmes en dat blijft niet zonder gevolgen. Kan ze de zaak nog redden?

Joyce SpijkerLibelle
null Beeld Libelle
Beeld Libelle

I had a dream
I got everything I wanted
And if I’m being honest
It might’ve been a nightmare
– Billie Eilish

‘Ik wil je zien’. Elise staart naar haar scherm. Ze staan er echt. Zwarte letters in grijze wolkjes. Snel klikt ze het venster weg en opent ze haar mailbox als acceptabele screensaver. Haar vingers zweten, schichtig scant ze de ruimte. Aan privacy doen ze hier niet, ze voelt de ogen van collega’s in haar rug. Open office, de kantoorhel van iedereen die er ooit een stap zette. Ze vist een elastiekje uit haar broekzak en bindt haar haren in een staart. Moet ze reageren? Ze reageert altijd. Al drie weken, zelfs als ze zich voorneemt om dat niet te doen. Waar ze vroeger vooral op social media rondhing om routinematig updates van vriendinnen te liken, heeft sinds kort het zakelijke netwerk haar bijzondere interesse.

“Hoe heet je?” Hij vroeg het terloops, toen hij haar ongevraagd een glas wijn inschonk op de netwerkborrel van de provincie, waar ze ’s ochtends nog ruzie over had gehad met Bas. Het overlapte met Lexi’s zwemles en een van zijn vergaderingen. Een eeuwige discussie. De man die haar de wijn gaf, droeg een wit hemd met opgerolde mouwen en een donkere jeans. Zijn stoppelbaard en twinkelende ogen verraadden dat hij meer plezier in het leven had dan zij. Geen overheidstype. Ze had zich meteen truttig gevoeld in haar outfit, die ze al jaren als uniform droeg. Het was donderdagmiddag vier uur. Ze dronk niet door de week. “Elise. Coenen.” Ze stak haar hand uit en schudde de zijne. Warm, krachtig. Zijn naam ontging haar, zijn geur bleef hangen. Ze praatten, lachten, de zinnen stegen haar naar het hoofd. Toen ze aan het eind van de borrel afscheid wilde nemen, was hij opgelost in het niets. Ze slikte haar teleurstelling weg en propte een paar kauwgompjes in haar mond om de alcoholwalm te verdrijven. Slecht voorbeeldgedrag, maar dat moest maar voor een keer. Toen ze thuis de oprit opdraaide, was de roes verdwenen. Alles stond weer op z’n plek. Tot ze de sleutel uit het contact trok en een mailtje zag van LinkedIn met zijn foto. Jordi. Ze proefde zijn spaarzame woorden op haar tong. ‘Was leuk. Tot snel’. Geen vraag, een mededeling.

“Lies, kun je even komen. Ik heb jouw kijk nodig op die Paradijs-zaak, we zitten in de afrondende fase.” Karin wenkt haar zonder te kijken. Het is dat ze elkaar al jaren kennen, anders zou Elise dat bazige gedrag niet pikken. Als Lexi groter is, wil zij die baan wel, maar dan moet ze eerst nog wel een paar keer promotie maken. Hij wil haar zien. Dat stond er. Echt zien. Zonder borrel deze keer, zo veel is duidelijk. Anders had hij dat wel gezegd, toch? “Lies?” Haar chef kijkt haar met een scheef hoofd aan. “Is er iets?” “Nee. Even naar de wc, kom zo.” Nog voor Karin haar kan tegenhouden, draait ze zich om. Geen telefoons, geen vragen waar ze niet op zit te wachten, geen korpschef die alles volgens de procedure wil doen. Deur dicht. Nadenken. Zou ze het kunnen? Doen? Nee, natuurlijk niet. Ze moet een antwoord verzinnen dat boeiend genoeg is om door te praten, maar dat geen bevestiging is van zijn vraag. Ze kan niet afspreken. Nooit niet. Wat dan? Als ze de deur van het toilet op slot draait en tegen de kille muur leunt, weet ze precies wat dan. Ze ziet het voor zich, voelt zijn vingers op haar huid, precies zoals hij haar heeft geschreven. Gesprekken die na twee dagen al alle zakelijkheid verloren.

Maar het kan niet, niet bij haar. Ze opent de app op haar telefoon. Nog een keer kijken, misschien heeft ze het zich verbeeld. ‘Vanavond’. Een adres niet ver uit de buurt. Haar vingers trillen. Met ‘Lijkt je dat slim?’ wint ze tijd. ‘Dat bepaal jij’. Shit. Stilte. Drie minuten lang. Geen puntjes die typen verraden, niets. De tl-lamp aan het plafond flikkert, als een aanmoediging. Ze trekt haar nieuwe spijkerbroek omhoog die strak om haar billen zit, vorige week besteld, in haar oude maat van vóór de komst van Lexi. Bas had er niets van gezegd toen ze hem trots had dichtgeritst. Wat als ze een keer, maar één keer…Ze typt, rukt de deur open en houdt haar polsen onder de koude kraan. Het duurt niet lang voor haar scherm op de wastafel oplicht als beloning voor haar moed. ‘Ik verheug me’.

“Nee, Lexi, kom op. Papa leest voor vanavond.” Elise kijkt haar dochter waarschuwend aan vanuit de deuropening en werpt een blik op haar telefoon voor de tijd. Haar stem klinkt barser dan nodig. Kwart voor, geen tijd meer. Het maakt de vierjarige niet uit wie haar voor de zoveelste keer over Rupsje Nooitgenoeg vertelt, als het maar diegene is die niet aan haar bed zit. Ze is de koningin van het uitstelgedrag. Heeft ze van haar vader. Bas kijkt haar goedkeurend aan. “Je ziet er mooi uit, schat. Wat was dat ook alweer vanavond?” Ze houdt zich vast aan de deurstijl. Bas registreert hoe ze eruitziet? Vermoedt hij iets? Is het overdreven wat ze heeft aangetrokken? Ja, ze heeft net iets meer make-up op dan normaal, een mooi setje uit de la gevist en haar favoriete outfit aan, maar ze dacht dat het wel kon. Ze slikt de twijfel weg. “Ik ga nog even naar kantoor. Karin wilde met wat mensen een lastige zaak doornemen. We zitten tegen een doorbraak aan, maar door alle hectiek blijven er overdag dingen liggen. Daarna drinken we nog wat samen. Het wordt niet laat”, ratelt ze ter verdediging. Als Bas gealarmeerd opkijkt, sluit ze snel haar mond om de zenuwen te onderdrukken. Ze staart naar haar man en dochter. Alles wat ze heeft. Alles wat ze ooit wilde. “Ga maar gauw,” wuift Bas, “anders kom je nog te laat.”

In de auto typt ze trillend het adres in. Het komt haar vaag bekend voor. Een nieuwbouwwijk, het is niet ver. Ze heeft tien minuten bedenktijd. Het hoeft niet, ze kan nog terug. ‘Ik verheug me’. Die drie laatste woorden dreinen door haar hoofd. Zij ook, maar ze geeft bijna over van angst. “Niet doen dan”, fluistert ze zichzelf streng toe. “Niet doen, Lies.” Nummer 14 is een witte villa aan het eind van een doodlopende weg. Woont hij hier? Alleen? Het huis is te groot voor één persoon. Ze heeft het hem gevraagd. Werk, vriendin, hij wilde er niet veel over kwijt.

Hij vroeg vooral naar haar. Naar wat ze lekker vindt, wat ze nodig heeft. Hij legde de vinger direct op de zere plek en aangemoedigd door zijn beloftes, gaf ze millimeter voor millimeter haar verlangens prijs. Anoniem, op afstand, risicoloos. Zo leek het. Ze tikt met haar voeten op de grond, ze moet plassen. “Niet nu”, zegt ze hardop. De villa is gehuld in de invallende schemer en wordt verlicht door spotjes in de vloer. Ze scant de omgeving, beroepsdeformatie. Hier kan ze niet ongezien naar binnen. Gelukkig is er niemand in de buurt. Toch? Niemand die haar ziet. Het zweet breekt haar uit. Ga naar kantoor, doe wat je Bas hebt gezegd. Weer die stem. Het is maar één keer. Zachter, maar niet minder dwingend. De buikpijn die ze al uren voelt, neemt toe. Ze moet er een einde aan maken, dat is de enige manier. Eén keer, voor altijd uit haar systeem.

Bij de grote zwarte voordeur houdt ze stil. Rechts licht een blauw cirkeltje op en de deur zoemt uit het slot. Ze duwt het gevaarte open en zet een stap op de witte marmeren vloer. Voor ze goed om zich heen kan kijken, pakt een arm haar vast en zet haar klem tegen de muur. Ze schrikt van de plotselinge kracht en het kille stucwerk tegen haar rug, maar als ze zijn geur ruikt, ontspant ze onder zijn greep. Jordi trekt haar sjaal af, duwt zijn lichaam tegen het hare, streelt met zijn neus haar oor, haar nek. Warmt haar met zijn adem. Als hij zijn heupen tegen de hare drukt en haar nek kust, trilt ze zacht. Voor haar lippen houdt hij stil. “Fijn dat je er bent.”

“Spijt?” Jordi strijkt met zijn vingers langs haar schouders, over haar borst, naar haar tepel. De aanraking doet de lust weer oplaaien in haar buik. Een gevoel waarvan ze was vergeten dat het bestond. Elise schudt haar hoofd. Het was te perfect om spijt te hebben, te troostend, te spannend, te compleet. Maar het is ook voorbij. Eén keer. Ze heeft het zichzelf beloofd. Niet meer. “Douchen?” Deze man raadt haar gedachten. Loom laat ze zich meevoeren naar de badkamer, waar het warme water al gauw op haar schouders valt. Schoon worden, dat moet ze. Praktisch denken, de geur van seks van zich afspoelen, niet meer dromen. Nog voor ze is uitgedacht, voelt ze hem alweer tegen haar billen. Gewillig duwt ze haar achterwerk naar achteren. Dit is technisch gezien nog steeds één keer, maakt ze zichzelf wijs terwijl hij moeiteloos bij haar binnendringt en alle bezwaren lamlegt.

“Spijt?” Jordi strijkt met zijn vingers langs haar schouders, over haar borst, naar haar tepel. De aanraking doet de lust weer oplaaien in haar buik. Een gevoel waarvan ze was vergeten dat het bestond. Elise schudt haar hoofd. Het was te perfect om spijt te hebben, te troostend, te spannend, te compleet. Maar het is ook voorbij. Eén keer. Ze heeft het zichzelf beloofd. Niet meer. “Douchen?” Deze man raadt haar gedachten. Loom laat ze zich meevoeren naar de badkamer, waar het warme water al gauw op haar schouders valt. Schoon worden, dat moet ze. Praktisch denken, de geur van seks van zich afspoelen, niet meer dromen. Nog voor ze is uitgedacht, voelt ze hem alweer tegen haar billen. Gewillig duwt ze haar achterwerk naar achteren. Dit is technisch gezien nog steeds één keer, maakt ze zichzelf wijs terwijl hij moeiteloos bij haar binnendringt en alle bezwaren lamlegt.

Van het tien minuten durende ritje naar huis maakt ze twintig, door steeds verkeerde afslagen te nemen. In flarden komt Jordi bij haar terug. Haar nagels in zijn rug, zijn tong rond de hare. De dashboardklok geeft tegen elven aan. Als ze nog even wacht, kijkt Bas zijn favoriete tv-programma en kan ze zonder uitleg zo naar bed. Ze parkeert twee straten van huis en zet het raam open om de warmte van zijn lichaam op het hare te verdrijven. Het duurt even voor ze tot rust is gekomen. Dan vliegt de eenzaamheid van wat er net is gebeurd haar naar de keel. Ze kan het hier nooit over hebben, niet één keer, zelfs niet met vriendinnen. Eén verkeerd woord en haar relatie met Bas is aan flarden, daar is ze zeker van. In sneltreinvaart verschijnen horrorscenario’s op haar netvlies die ze in haar werk al vaker is tegengekomen. Gezinsdrama’s, getraumatiseerde kinderen in de armen van hulpverleners, mannen die met tientallen messteken om het leven zijn gebracht, vrouwen bewerkt met een bijl. Dat gebeurt mij niet, dacht zij altijd bij zoiets. Maar dat dacht ze bij overspel ook.

Nog even, dan kan ze thuiskomen. Veilig, haar warme bed in. Zou Bas haar willen aanraken vanavond? Ze hoopt van niet en schrikt van die gedachte. Vroeger was dat wel anders. Ze vond hem meteen aantrekkelijk toen ze elkaar ontmoetten. De eerste klik was fysiek, de rest kwam later, zoals alles op die leeftijd. Ze trouwden jong, net als haar ouders. De zijne hadden geen gelukkig huwelijk gehad en hij was van plan om te laten zien dat hij het wel kon. Een leven lang samen, ongeacht hoe. Ze zucht. “Er is niets veranderd”, prevelt ze. “Niets veranderd.”

Niemand hoeft dit te weten. Ze was op het werk. Nergens anders, dat komt wel vaker voor. Een waterdicht alibi, iedereen weet dat dat het eerste is wat wordt gecheckt. Met hernieuwd zelfvertrouwen stuurt ze de auto naar huis. Als ze de straat in rijdt, trapt ze hard op de rem. Er staat een dienstauto op haar plek. Shit, er is toch niets? De beelden van net dringen zich weer aan haar op, maar in huis lijkt het rustig. Alleen de deur staat open. Bas kijkt zijn favoriete programma niet. Niet vandaag. Naast hem staan haar collega’s in uniform. Als ze uitstapt, staart hij haar met grote ogen aan.

“Wat is er?” Elise zakt bijna door haar benen van de spanning, maar houdt haar stem onder controle. “Toch niks met Lexi?” Bas schudt zijn hoofd. “Waar was je?” Zijn stem is hees. “Hoe bedoel je?” Ze houdt haar tas stevig vast bij gebrek aan beter. “Op kantoor.” Ze wendt zich tot haar collega’s. “Tom, wat doen jullie hier? Wat is er aan de hand?” “Crisisoverleg op het bureau. In de Paradijs-zaak. Karin kon je niet bereiken. Je nam je telefoon niet op. Ze heeft ons gestuurd.” Elise slikt de ene halve waarheid na de andere weg. Bas’ blik brandt gaten in haar huid. “Ik kom net van kantoor. Ik heb geen gemiste oproepen.” Ze grabbelt naar haar telefoon als bewijs. “Vanavond wordt iedereen opgepakt. Karin wil dat je bij de verhoren bent.” “Natuurlijk, ik ga mee. Bas, het wordt dus toch laat. Het spijt me.”

Hij knikt en haalt zijn schouders op. “Doe wat je moet doen. Ik ga naar bed. Als er wat is, kun je me bellen.” Zonder kus of gedag laat hij de deur achter zich in het slot vallen. Elise bijt op haar lip. Hij weet het, galmt het door haar heen. “Rijd maar met ons mee”, wijst Tom naar het achterportier. Ze schudt haar hoofd. In controle blijven. “Ik rijd zelf.”

Op het bureau is het een drukte van belang. Printers ratelen, whiteboards staan vol geplande acties en de fotomuur wordt stap voor stap gevuld met nieuwe gezichten. Precies wat ze Bas vertelde, alleen drie uur later dan haar leugens hadden voorzien. Met hem moet ze later dealen. Eerst dit. “Hier.” Karin duwt een bekertje koffie en een dossier onder haar neus. “Kom zitten.” Als een robot luistert Elise naar Karins uiteenzetting. De Paradijs-zaak. Een mooie naam voor de handel en productie in duizenden kilo’s harddrugs. Het team dat al maanden op de zaak zit, is bijna zover. Vanavond was er een levering, waarbij ze de kleine jongens hadden ingerekend. Nu wordt de sleutelfiguur opgehaald en is hun hulp nodig. Normaal is ze gek op dit soort zaken. Vandaag kan ze haar aandacht er nauwelijks bij houden. “Lies, ik wil dat wij hem samen ondervragen, direct als-ie binnenkomt. Desnoods de hele nacht. Hij zal willen wachten op een advocaat. Dat moeten we vóór zijn.” Elise knikt. “Hij is geen frisse jongen. Manipulatief, slim. We moeten uitvogelen waar hij op een aantal tijdstippen was.” Ze wijst op het dossier voor haar. “Lees je in.” En dan zachter: “Als we voor morgenvroeg een bekentenis hebben, regel ik die promotie waar je al maanden op aast.” Elise kijkt haar met een schuin oog aan. Dan gaat de telefoon. Haar baas neemt op en knikt voor ze neerlegt. “Ze gaan ’m oppakken, we kunnen meekijken.” Ze zet een ander scherm op haar laptop op dat levensgroot wordt geprojecteerd op de beamer. Elise drukt haar rug in de stoel als ze begrijpt wat ze ziet. Een witte villa, verlicht door spotjes in de donkere nacht. Een grote, zwarte deur. Nummer 14.

Op het scherm speelt zich een film af die ze in andere varianten al honderd keer heeft gezien. Het scenario is eenduidig als altijd: het Arrestatie Team valt binnen, man wordt onder dwang en schaars gekleed in een politieauto geduwd. Het huis wordt veiliggesteld en doorzocht op bewijs. De beelden die elk journaal krijgt om uit te zenden als een zaak succesvol is opgelost. Het pr-materiaal van de politie. Elise kijkt aangeslagen naar het scherm. Genoegdoening. Recht tegen onrecht, de reden waarom ze van jongs af aan bij de recherche wilde. “Wie is dit?”, vraagt ze toonloos. Karin wijst op het dossier voor haar neus. “Jordi Bovenkamp. Baas van het Nederlandse deel van de organisatie. Ik ben ervan overtuigd dat hij meer met het buitenland werkt dan we weten. Voordat we hem straks moeten overdragen, wil ik precies van hem horen waar en hoe vaak welke leveringen in onze regio zijn geweest. En als het meezit ook even een bekentenis van de moord op Linda Janssen, zijn ex. Lies, hoor eens, wil je nog een kop koffie? Waar ben je met je gedachten?” Karin zet een nieuw bekertje neer. “Drink maar op, we hebben het nodig. Ik zie je over een uur beneden.”

De letters uit het dossier dansen voor haar ogen. Niets van wat ze leest dringt tot haar door. De feiten laten zich wegduwen door recentere herinneringen; zachte, tedere. “Laat je niet afleiden”, zegt ze tegen zichzelf. Vanavond moet ze haar werk doen.

Als ze de verhoorkamer binnenloopt, treft ze Jordi in de kleding waarin ze hem nog geen twee uur geleden heeft achtergelaten. Om zijn mond speelt een trieste glimlach. Geen verrassing of verwarring. Wist hij dat zij hier zou zijn? Ze slaat haar ogen neer als Karin de situatie aan hem uitlegt, drukt ze haar emoties weg en slaat het dossier open. Haar beurt. Ze probeert haar stem onder controle te houden. De antwoorden hoort ze nauwelijks. Dan komt ze bij de laatste vraag van haar lijstje. Die van de levering vandaag. Haar hartslag versnelt. Snel neemt ze een slok water. “Waar was je deze avond tussen 21.00 en 22.00 uur?”, klinkt haar stem zacht. Zijn blik indringend. Zo fijn als ze dat uren geleden vond, zo hinderlijk is het nu. Ze kijkt hem aan. Spijt? Of is het iets anders? “Waar was u tussen 21.00 en 22.00 uur, meneer Bovenkamp?” Karin slaat met haar vlakke hand op tafel. Zijn ogen glinsteren. “Ik was thuis”, zegt hij toonloos. “Elise was bij me. Zij kan dat bevestigen.” Elise schrikt op. Hij negeert haar en kijkt Karin gekwetst aan. “Ze verleidde me. Ik viel voor haar. Mijn fout. Ik had niet verwacht dat jullie undercover-acties zo ver zouden gaan. Blijkbaar is de politie van alle markten thuis.”

“Het is niet waar! Wat hij zegt klopt niet! Ik zweer het.” Elise wrijft over haar slapen. Zij hem verleid, wat een onzin. Zo was het niet gegaan. Karin loopt ijsberend door de gang buiten de verhoorkamer. Zelf blijft ze verloren staan. Hier kan Jordi hen niet zien en hopelijk niet horen. De wangen van haar leidinggevende zijn vuurrood, vloekend bij haar rossige haren. “Elise, was je daar of niet? Verdomme, zeg op!” Ze haalt diep adem. De deurbel, de blauwe ring. Een camera. Het observatieteam. Ze was niet alleen geweest, haar gevoel klopte. Het is een kwestie van tijd voor de beelden en verklaringen binnenkomen.

“Ik was daar, maar… ik wist niet…” “Je wist niet wat? Dat we al weken op hem jagen? Weet je wat ik denk? Dat je precies wist met wie je te maken had en dat je op eigen houtje bent gaan rechercheren!” “Wat? Nee, natuurlijk niet! Ik wist niet wie hij was!” Tranen zitten hoog, maar ze weigert er een te laten. Niet tegenover haar. “Bullshit. Natuurlijk wist je dat, wat moest je daar anders.” Elise klemt haar kaken op elkaar. Schaamte verlamt haar schouders en mond. Karin wrijft met haar hand over haar gezicht. “Je moet open kaart spelen, Lies. Anders kan ik je niet beschermen. Dan kan ik je niet eens meer vertrouwen”, zegt ze vermoeid. Elise knikt. Ze moet eerlijk zijn, er zit niets anders op. Karin kent Bas ook goed, maar misschien houdt ze wel haar mond als ze het goed uitlegt. Haar leidinggevende vouwt haar armen over elkaar. “Hoe en hoelang ken je hem?” Het verhoor is verplaatst. Ze voelt de druk van het beklaagdenbankje. “Een kleine maand. Ik kwam hem tegen op een bijeenkomst bij de provincie. Sindsdien hadden we vooral online contact. Het ging niet over werk, echt niet, geen seconde. Ik wist niet wat hij deed, het interesseerde me ook niet. Vanavond heb ik hem voor het eerst weer gezien. Het was…” Ze bijt op haar lip. “Privé. Eenmalig. Niks tegen Bas zeggen, alsjeblieft.” “Jezus. Wist hij dat je bij de politie werkt?” LinkedIn! Haar functie! “Heb je met apparatuur van kantoor met hem gechat? Je telefoon, computer?” Ze voelt haar gezicht rood worden. Allebei. Ver van Bas. Veilig. Dacht ze. “Shit.” Karin haalt diep adem. “Goed. Je gaat nu naar Theo en laat hem inloggen op jouw computer, op je account, zodat we kunnen zien wat de schade is. Als Jordi heeft kunnen meekijken in ons systeem en die kennis heeft gebruikt, dan hangen we. Je chatgeschiedenis wordt aan het vertrouwelijke dossier toegevoegd, daarin kan ik geen uitzondering maken. Daarna ga je naar huis. Je bent per direct van het onderzoek afgehaald. Afhankelijk van de uitkomst kijk ik naar disciplinaire maatregelen. Tot die tijd ben je geschorst.”

Elise parkeert haar auto in een verlaten parkeerhaven. Hard huilen. Dat zou ze moeten doen, alles er in een keer uit huilen, een plan maken en doorgaan. Maar het lukt niet. Naar huis, niet werken. De kans dat ze het onderzoek heeft verpest, is groot. Zou Jordi haar met opzet hebben aangesproken die dag? Was ze in een truc getrapt die zo oud is als de mensheid? Hoe dom kun je zijn? Toen ze solliciteerde op haar eerste functie als rechercheur moest ze een van haar goede eigenschappen noemen. “Mensenkennis”, had ze genoemd. Ze was er nota bene op aangenomen. En nu, de eerste de beste vent die haar een drankje inschonk en haar verlangens blootlegde, doorzag ze niet. Hoewel het gesprek destijds in haar geval een formaliteit was, voelde het alsof ze zich moest bewijzen. Dat bewijzen was nooit opgehouden. Altijd meer, vaker, zwaardere zaken. Het uitstelgedrag had Lexi dan misschien wel van Bas, Rupsje Nooitgenoeg had ze van haar. Was dat haar valkuil geweest? Had dat ervoor gezorgd dat ze nu alles kwijtraakte wat ze had? Haar mensenkennis was ver te zoeken.

Ze veegt haar wangen schoon met haar mouwen. Het wordt al lichter. Lexi wordt over een uurtje wakker, klimt in hun bed en vraagt Bas waar mama is. Ze moet terug. Terug en morgen niet gaan werken. Bas vertellen dat ze is geschorst. Misschien wel dat ze te ver ging in een verhoor. Iets wat hij gelooft, wat haar behuilde gezicht verklaart.

Dan is ze misschien alleen haar baan kwijt. Als de zon al de voordeur raakt, doet ze haar sleutel in het slot. Binnen ruikt het naar pannenkoeken. Het is donderdag. “Mama, kijk!” Lexi komt op haar af gedribbeld. Ze neemt haar in haar armen. Niet huilen, niet huilen, bijt ze zichzelf in stilte toe. “Panneboeke.” “Lekker zeg”, glimlacht ze. Bas verschijnt in schort in de deuropening. “Hebben we iets te vieren?” Hij knikt. “Dat je voorlopig thuis bent.” Ze verstijft. “Wat?” “Ik weet wat er gebeurd is. Kom hier.” Hij loopt op haar toe en neemt haar in haar armen. De spatel nog in zijn hand. “Wat? Hoe?” “Karin zei dat je van de zaak gehaald bent. Je was undercover de afgelopen maand, toch? En je bent ontmaskerd gisteren. Ik weet dat je dat soort dingen niet kunt vertellen, maar het verklaart wel een hoop. Je deed anders de laatste tijd. Tot de zaak is opgelost, ben je hier.” Hij drukt een kus op haar lippen. “Dat vind ik fijn. Kom je eten? Ze zijn nog warm.” Elise laat zich op de bank vallen. Under-cover. Jordi’s onzinargument. Karin had het gebruikt om haar te redden.

In het doodstille huis kan Elise de slaap niet vatten. Haar gedachten ballen zich samen tot een niet te negeren orkaan van frustratie. Stap voor stap probeert ze terug te redeneren. De feiten. Was het Jordi om haar te doen geweest of om haar functie? Dacht hij echt dat zij hem erin had geluisd of was dat een truc? Hoe belangrijk is het? De man is een crimineel die precies weet wat hij doet. Als hij wist dat zij een agente is, had hij een voorsprong die ze nooit had kunnen inhalen. Zou hij meegekeken hebben, zoals Karin vermoedde? Ging de zaak waar mensen maanden aan gewerkt hadden in rook op omdat zij zo nodig na jaren weer eens het gevoel wilde hebben om vrouw te zijn? Ze wrijft in haar ogen. Genoeg. Ze moet Karin helpen, een bekentenis afdwingen. De zaak nog redden. ‘Hoe gaat het? Is er nog iets te redden?’, appt ze haar. Er komt geen reactie. Ze had moeten bellen, dan had ze antwoord gehad. Maar nu iedereen weet dat ze is geschorst, is dat niet de juiste route. Ze loopt naar de keuken voor koffie. Slapen komt wel. Twee espresso’s later komt er een antwoord. ‘Goed en slecht nieuws. Hij heeft niet kunnen meekijken, maar we konden hem voor nu niet langer binnenhouden’. Elise leunt tegen het kookeiland. Niet kunnen meekijken. Dat is een geluk. ‘Hoe weet je dat? Van dat meekijken?’

Karin begint te typen. ‘Hij heeft het wel geprobeerd. Sorry, Elise’. Hij heeft het geprobeerd. Dus toch. Het ging niet om haar, geen seconde. Hoewel ze dat al wist, bijt teleurstelling zich vast in haar buik. ‘Het komt goed. Rust uit’. Ze denkt na. Het meekijken is niet gelukt. Dan betekent het concreet dat haar inbreng de zaak niet heeft geschaad. En dat de disciplinaire maatregelen misschien wel meevallen. Karin had haar vanochtend al gematst door bij Bas het onder dekmantel-verhaal te gebruiken. Ze zou het misschien nog eens doen. Ze slikt. In dat geval komt ze ermee weg.

Elise kijkt naar de auto van Bas op de oprit. Op de achterbank zit Lexi in het stoeltje. Hij pakt haar er moeiteloos uit. Ze staart wazig voor zich uit. Had ze moeten koken? Ze heeft er niet aan gedacht, nog geen seconde. Als ze binnen zijn, loopt Elise terug naar de voordeur. Op straat staat een glanzende Jeep. De knoop die sinds enige uren verdwenen was, komt terug als ze de bestuurder herkent. Jordi. Even wil ze de deur dichtgooien en op slot draaien. Dan zet ze de dictafoon op de telefoon aan en loopt met ferme passen de straat op. “Wat doe je hier?”, sist ze. Hij grijpt naar de bijrijdersstoel en pakt haar lichtblauwe sjaal. “Was je vergeten. Je vriendjes hebben hem bij de huiszoeking niet meegenomen.” Vriendjes. Ze bijt haar kiezen op elkaar. “Mijn vriendjes hebben jouw vriendjes wel meegenomen. En als ik mijn baas moet geloven, loop jij ook niet lang vrij rond.” Hij haalt zijn schouders op. “We zullen zien.” “Wat doe je echt hier, Jordi?” Hij ruikt aan haar sjaal. “Ik wilde je nog even zien. Zeggen dat ik het leuk vond. Misschien kunnen we nog eens…” “Natuurlijk niet! Je hebt me vals beschuldigd, in onze computers proberen in te breken, wat denk je wel?” “Dat laatste is niet gelukt. En je was er zelf ook bij. Wist ik veel dat je zo snel zou toehappen.” Toehappen. Ze kan hem wel slaan. “Wat deed je daar? Die borrel.” “Ik kwam voor iemand anders. Een ambtenaar. Ik had nog iets van hem tegoed. Dat ik jou tegenkwam was een gelukje.” Een gelukje. Zo kon je het ook noemen. Ze snuift en denkt aan de opname. Ze moet iets belastends hebben. “Waarom zit je in die troep, Jordi?” Hij haalt nogmaals zijn schouders op. “Waarom?” “Als je er te lang in zit, kom je er niet meer uit. Zo werkt het.” Ze knikt. “Je komt er niet mee weg, dat weet je toch?” Weer die schouders. “Niks geeft me meer pijn dan eenzaam in het paradijs te zijn”, zegt hij gelaten. Elise laat de woorden op haar inwerken. Dan leunt ze voorover, grist de sjaal uit zijn handen en beent weg. Eenmaal binnen luistert ze de opname af en stuurt hem naar Karin. Zij heeft haar gematst bij Bas, dit is het minste wat ze nog kan doen.

“Lies, is alles goed? Wie was dat?” Bas wijst naar de straat waar net nog de zwarte Jeep stond. Ze aarzelt. Zijn blik is hard. Mensenkennis. Hij heeft het ook. “Niks.” “Hoe komt die man aan jouw sjaal?” Ze schraapt haar keel. Jordi’s woorden dreunen na. Als je er te lang in zit, kom je er niet meer uit. Zo werkt het. Ze zucht. “Ga even zitten, ik moet je iets vertellen.”

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden