PREMIUM

Performer Babs Gons (51) over haar ervaring met alledaags racisme: “Laatst vroeg iemand of ik de schoonmaakster was”

null Beeld

Soms lacht spoken word-performer Babs Gons (51) maar om de racistische opmerkingen die vrouwen van kleur elke dag horen. Maar grappig is het niet. En dat het ‘niet zo bedoeld is’, maakt het eigenlijk alleen maar kwetsender.

Babs Gons

“Weet je nog hoe ze vroeger naar ons keken in het dorp?”
“Bleef het maar bij kijken...”
“Nou! De scheldwoorden waren niet van de lucht. Of dat ze overdreven gingen articuleren tegen ons. En dan waren ze heel verbaasd dat we Nederlands spraken.”
“Zonder accent nog wel!”
“Ik weet nog dat ik het zo vreemd vond dat mensen tegen me zeiden dat ‘jullie beter in sport zijn, jullie hebben een andere bouw’. Ik dacht dan altijd: wie is jullie?”
“Dat ‘jullie’ is ook echt een dingetje... samen met ‘wij’.”
“Ja, wie zijn ‘wij’ dan? Ik hoorde daar in ieder geval niet bij, ‘wij’ waren witte mensen. En ‘jullie’ zijn mensen van kleur. Daarmee word je dus meteen apart gezet.”
“‘Komen daar ook normale mensen?’ vroeg een collega toen ik vertelde dat ik op de Indische markt was geweest.”
“Ja, die ken ik, en als je daar wat van zegt, is het ‘Ach, je weet wel wat ik bedoel!’”
“Dan volgt er al snel een poging om aan te tonen dat zij niet racistisch zijn...”
“...want sommige van mijn beste vrienden zijn zwart.”
“Of ze hebben een Indische ex.”

Het is niet niks om te schrijven over alledaags racisme. Om een boekje open te doen over de microagressies waarmee je te maken hebt als vrouw van kleur. Niet in het minst omdat je je daarbij heel kwetsbaar moet tonen en inzicht moet geven in pijnlijke ervaringen, wetende dat deze maar al te vaak met het grootste gemak worden afgedaan. “Ach, misschien heb je het je verbeeld? Ben je niet wat overgevoelig, je kunt toch wel tegen een grapje? Is dat nou echt zo erg?”

null Beeld

Daarom heb ik mijn goede vriendin Judi bij mij aan de keukentafel uitgenodigd. We zijn opgegroeid in hetzelfde dorp. Het dorp waar wij een van de weinige bruine mensen waren. Ik zet wat chips op tafel, dat heeft het gesprek nodig. We kunnen er ook wel een wijntje bij gebruiken. We praten even bij, over de kinderen, over boeken en over guilty pleasure tv-series.

Het onderwerp houdt ons op verschillende manieren bezig: Judi doet onderzoek naar de rol van ouders in het ontstaan van vooroordelen en racisme en bij mij komt alledaags racisme regelmatig aan de orde in mijn gedichten en performances. Toch is het lastig om onze ervaringen te bespreken. Soms lachen we er maar om, en gaan we even lekker los door alle racistische opmerkingen en ervaringen achter elkaar op te dissen.
De ‘maar-waar-kom-je-écht-vandaantjes’, noemen we ze. Lachen, maar met een nare bijsmaak. Want echt grappig is het natuurlijk niet.

Het artikel gaat verder onder het kader.

null Beeld
null Beeld
  • Babs Gons is spoken word-artiest, schrijver en host. Ze won in 2018 de Black Achievement Award voor Kunst & Cultuur en debuteerde in 2021 met de dichtbundel Doe het toch maar, die haar meerdere nominaties opleverde. Door de maatschappelijke betrokkenheid en urgentie die in haar werk naar voren komt, spreekt ze regelmatig tijdens maatschappelijke initiatieven en gebeurtenissen Ze host programma’s, waaronder Babs’ Woordsalon en is columnist voor Het Parool.
null Beeld
  • Judi Mesman is psycholoog en sinds 2009 hoogleraar op het gebied van jeugd en maatschappelijke vraagstukken aan de Universiteit Leiden. In 2021 verscheen haar boek Opgroeien in kleur, geschreven voor ouders die willen bijdragen aan een wereld zonder (alledaags) racisme. In datzelfde jaar ontving zij de prestigieuze Stevinpremie voor haar wetenschappelijke werk en het belang daarvan voor de samenleving.
null Beeld

Alledaags racisme

Ik vind het makkelijker om te praten over grote zaken die andere mensen overkomen. Over wat mijn vader meemaakte bijvoorbeeld, als zwarte Amerikaan hier in het leger. Hij weet wat racisme met een grote R is, hij weet wat het is om in elkaar geslagen te worden door de portiers van een nachtclub omdat zwarte mensen niet welkom waren. Om ten onrechte te worden beschuldigd en gevangengenomen. Om geen promotie te krijgen terwijl het je beurt is. Of over mijn broer, die vroeger geregeld zonder aanleiding staande werd gehouden door de politie.

Alledaags racisme gaat niet over het zichtbare, het expliciete, niet over apartheid, segregatie, over raciaal geweld. Racisme komt niet alleen in de vorm van puntmutsen en hakenkruizen. Hoe afschuwelijk ook, die symbolen zijn wel meteen duidelijk en makkelijker te veroordelen: dat kan natuurlijk écht niet, vinden de meeste mensen. Alledaags racisme is vaak impliciet, subtiel en meestal ook ongrijpbaar. Daarover kun je twisten, ontkennen dat het racisme is. En dan is daar altijd weer het beroep op de goede intentie: “Ik bedoelde het toch niet zo...” Maar dat maakt het niet minder kwetsend. Sterker nog: het is de achteloosheid die zo storend is.

Daarnaast heeft alledaags racisme veel effect op het lichamelijk en geestelijk welzijn, zo blijkt ook uit onderzoek. Het kan verstrekkende gevolgen hebben voor bijvoorbeeld het zelfbeeld van kinderen, waardoor ze een hekel kunnen krijgen aan hun eigen huidskleur. Maar ook angst, depressie en allerhande lichamelijke klachten vinden we in onderzoek terug als reacties op racisme. Alledaags racisme dwingt je ook om vrijwel altijd alert zijn, beducht te zijn voor afwijzing, uitsluiting, een andere behandeling op basis van je huidskleur. Het zorgt ervoor dat je te allen tijde voorbereid bent op potentieel racisme. Dat je een soort van mentaal pantser draagt om je veilig te voelen.

Zo vermijd ik automatisch bepaalde plekken en situaties als ik vermoed dat ze ongemakkelijk of onveilig kunnen zijn. Plekken waar het niet toevallig is dat er bijna geen mensen van kleur zijn. Ik zoek ook altijd in een massa naar andere gezichten van kleur, dat is ingebakken. Ik ontspan meteen als ik in een onbekende stad, bus of bar andere mensen van kleur zie.

null Beeld

Eén van ‘jullie’

“Dat zoeken naar gezichten van kleur doe ik ook”, reageert Judi, “maar dat gevoel van onveiligheid heb ik minder sterk. Dat komt denk ik doordat Indische mensen hier veel minder als ‘anders’ of bedreigend worden gezien. ‘Wij mogen meedoen!’ zei mijn moeder altijd sarcastisch.” Ik schiet in de lach: “Fijn voor jullie, maar je weet ook hoe flinterdun dat is. Dan krijg je weer dat othering. Iemand subtiel tot ‘de ander’ maken. Jij hoort niet bij ons. Jij bent anders. Ik merk dat als ik ineens een van ‘jullie’ ben, ik me moet afvragen waarom ik voor iets gevraagd word. Omdat ik van kleur ben, vrouw? Of als dichter? Soms blijkt na doorvragen dat een organisatie helemaal niets over mijn werk weet.” “Ik herken dat zeker ook op de universiteit”, reageert Judi. “Zoals jij in dat rake gedicht hebt geschreven.”

Hallo,
Wij willen je uitnodigen
Op ons podium als vrouw
Zou je woensdag zwart willen zijn bij ons programma
Wij hebben een voorstelling en zoeken mensen zoals
Jij
Jullie
Bij onze show
Op ons platform
In ons tijdschrift
Bij ons debat

Fragment uit Zou je woensdag zwart willen zijn
(Doe het toch maar, Atlas Contact)

We keren weer even terug naar het dorp van onze jeugd.
Ik: “Ik vond het ook zo vermoeiend om soms in de gaten gehouden te worden in winkels. Ik wilde dan uit baldadigheid daar niets meer kopen. En dat iemand in een winkel zegt: ‘Wat jij wil kopen is heel duur, hoor!’”
Judi: “Hè? Nee joh, dat meen je niet!”
Ik: “Ja, echt. Ik had het pas nog met een heel staatslot, die ook achterlijk duur zijn, trouwens. Die mevrouw achter de toonbank benadrukte dat het echt heel veel geld kostte. Is me vaker overkomen. Eerst denk ik dan: zie ik er zo arm uit? Wat heb ik aan? En dan realiseer ik me pas dat het daar niet om gaat.”
Judi: “Dan wil je eigenlijk meteen zeggen: doe mij er dan maar tien!”
Ik: “Jaaa! Of: ‘Ik loop even naar mijn hybride Mercedes E-klasse 300 om mijn gold card te pakken...’”
Judi: “Laatst vroeg iemand me voor mijn eigen huis of ik de schoonmaakster van de familie was...”

null Beeld

Ingebakken

Wat misschien maar weinig mensen zich realiseren, is dat de schade van alledaags racisme niet alleen een individuele kwestie is voor diegene die het overkomt, maar gevolgen heeft voor de hele maatschappij. Er zijn hele sectoren waarin dit gedrag zo is ingebakken dat mensen van kleur zich er niet veilig of welkom voelen en dus afhaken en elders gaan werken. De organisatie roept dan al snel: “Ze willen niet, ze kunnen niet” en zo blijft alles bij het oude.

Als persoon van kleur word je al snel gezien als expert op het gebied van racisme. Ik maak regelmatig mee dat mensen zich tot mij wenden als het hierom gaat. Alsof ik dan even de antwoorden heb waardoor alles weer goed komt. Of ze kan verzekeren dat zij het geweldig doen. Maar iedereen zou zich hierin moeten verdiepen. Het is geen kwestie van een paar rake voorbeelden geven zodat iedereen voortaan weet hoe het niet moet en dan zijn we er.

Judi vult deze gedachte aan: “Onder alledaags racisme ligt structureel racisme, institutioneel racisme. Omgevingen waarin niemand zich echt afvraagt of de ‘gewone’ gang van zaken mogelijk mensen uitsluit, benadeelt, kwetst, onrecht aandoet.”

null Beeld

Dat beaam ik. Daarom is een artikel met alleen anekdotes over alledaags racisme niet zo zinvol. Die onrechtvaardigheid zit helaas in het DNA van veel organisaties omdat die zijn opgericht en ingericht in tijden van kolonialisme en slavernij en de erfenissen daarvan.

Judi verdiept zich al een tijdje in de inhoud van schoolboeken over dit thema: “De manier waarop hierover in geschiedenisboeken wordt geschreven laat nogal te wensen over, het taalgebruik is vaak erg bedekt en er worden te weinig verbindingen naar het heden gelegd.”

Dus, denk ik dan: we hebben meer mensen nodig die zich echt verdiepen, echt willen weten hoe het zat en zit, en zich met heel hun hart inzetten voor een rechtvaardigere samenleving waarin alledaags racisme geen plek heeft. En meer lof en ondersteuning voor hen die hier elke keer weer het gesprek over aangaan, zich blijvend inzetten om alledaags racisme aan te kaarten en te bestrijden. Ik heb enorme bewondering voor hen, het kost zo veel.

doe het toch maar
zeg dat maar tegen jezelf op die momenten
dat je niet meer weet waarvoor je het doet
waarom je telkens weer uit protest
de straat op gaat
je keer op keer het gesprek aangaat
je wilt mengen in het debat
om het te benoemen
aan te kaarten
te strijden

doe het toch maar
ook op die momenten
dat je denkt dat
niemand je ziet
blijf het doen
roer je
kom opdagen
maak een vuist
laat je horen
vertel ze
vertel de verhalen
iemand zal luisteren
iemand zal je begrijpen
doe het toch maar
blijf herhalen
wat je gisteren zei
zeg het vandaag weer
en morgen ook
doe het toch maar
ook al moet je nog honderd keer
de straat op gaan
microfoons pakken
aanschuiven aan tafels
steeds weer opnieuw beginnen
uitleggen wat zo helder lijkt
doe het toch maar
want je weet ook
dat er anders
nooit iets zal veranderen
dat dit de enige manier is om
op een dag wakker te worden
en te ontdekken
dat de wereld beter past om jouw lichaam

Fragment uit Doe het toch maar II
(Doe het toch maar, Atlas Contact)

Fotografie: Annaleen Louwes, Ruud Pos

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden