Phaedra interviewt vader Vadim in Oekraïne, de dochters kijken toe op de achtergrond. Beeld Freddy Schinkel - De Stentor
Phaedra interviewt vader Vadim in Oekraïne, de dochters kijken toe op de achtergrond.Beeld Freddy Schinkel - De Stentor

PREMIUM

Phaedra bracht vier meisjes terug naar Oekraïne: “Waar we reden was later een raketaanval”

Als journalist van de krant de Stentor volgde Phaedra Werkhoven vier Oekraïense meisjes die in Nederland verbleven. Toen zij terug naar Oekraïne reisden, ging Phaedra mee. Van dichtbij zag zij de impact van de oorlog. Op de vier meisjes, op hun ouders, op hun doodsbange grootouders, op hun buurtgenoten. En op zichzelf.

Eva BredaFreddy Schinkel - De Stentor

“Ik zag blokkades op de weg en her en der militairen. Achterin de auto hoorde ik de vier Oekraïense zusjes kwetteren. Het was een wereld van verschil met hoe ik ze de afgelopen maanden meemaakte. Stil, ingetogen, biddend voor hun oma, bellend met hun ouders in Oekraïne, terwijl zij zich in Nederland groot hielden, geen traan lieten. Ook al is hun land nog steeds in oorlog, voor deze meisjes blijft het hun thuis. Nog een paar kilometer.”

Vier Oekraïense meiden

“Het was heftig om voor mijn werk als journalist naar Oekraïne te gaan. Ondanks alle berichtgeving over raketaanslagen en luchtalarmen, reed ik er plotseling naartoe. Ik reisde samen met vier Oekraïense meiden en het Nederlandse koppel dat hen maandenlang opving in Nederland: Geja en Jan. In het voorjaar ontvingen zij een wanhopig telefoontje van Vadim, een oude bekende uit Oekraïne. Na een maand niet slapen van de stress en raketaanvallen die steeds dichterbij kwamen, besloot hij dat zijn kinderen weg moesten uit West-Oekraïne. ‘Weten jullie een plek waar ik mijn vier dochters veilig kan onderbrengen?’ Tien minuten later besloten Geja en Jan: we halen ze zelf op.

Voor mijn werk volgde ik de vier meiden die Geja en Jan opvingen: Victoria (23), Mira (15), Sola (13) en Ira (10). Ik zag van dichtbij hoe zij probeerden te aarden in Nederland. Want hoewel ik hen vaak hoorde zeggen hoe dankbaar ze waren om hier te mogen verblijven, zag ik vooral gemis. Op de muren van hun tijdelijke kamers schreven ze het Oekraïense volkslied, in hun vrije tijd deden ze vrijwilligerswerk bij een Oekraïense organisatie, ze belden hun ouders iedere dag, in de hoop terug te mogen naar Oekraïne. Ze hoopten dat dit alles twee weken zou duren. In plaats daarvan hoorden ze steeds hetzelfde: ‘Nog niet. Leer de Nederlandse taal en werk hard.’ Plek voor emoties was er niet. Over de oorlog moest ik het op aanraden van Geja maar niet te veel hebben, om de meiden niet overstuur te maken.”

Terug naar Oekraïne

“Na een vijf maanden lange afweging tussen heimwee en veiligheid, mochten ze eind augustus terugreizen samen met Geja en Jan. Omdat ik hen al maandenlang volgde en het Oekraïne-conflict razend interessant vind, mocht ik mee. Om mezelf te beschermen, bekeek ik mijn reis vooral als een werkproject. Ik bleef tegen mezelf zeggen: ‘Er gebeurt vast niets. In West-Oekraïne is het tot nu toe veilig. De kans dat het misgaat is klein.’ Maar ik voelde dat die kans er was. Dat mijn trip naar Oekraïne tijdens de gevaarlijke onafhankelijkheidsdag zou vallen, waarop raketaanvallen verwacht werden, nam ik voor lief. Ik moest en zou met eigen ogen zien hoe het land eraan toe was, hoe de mensen zich staande hielden, hoe dit Oekraïense gezin herenigd werd.”

De greep van de oorlog

“Ira, de jongste, vloog in haar vaders armen. Sola volgde haar voorbeeld. Al die maanden had ik gedacht aan hoe hartverscheurend het als vader moest zijn om je dochters bij de grens af te geven, niet wetend wanneer je ze terug zou zien. Of je ze terug zou zien. Het was prachtig om ze in elkaars armen te zien. Maar de hereniging was ook gek. De oudste twee dochters waren terughoudend, gaven een zakelijke knuffel aan hun ouders. Ineens realiseerde ik me dat wat ik daar zag, de greep van de oorlog was: de rug recht houden, geen emotie willen tonen. ‘Als je eenmaal begint met huilen, dan stop je niet meer’, zei vader Vadim die dag tegen me.

Oekraïne is een andere wereld. Vadim en zijn vrouw wonen in Karpylivka, een klein dorp. Als huisartsen hebben ze een riant huis, maar het leven is eenvoudig. Ze eten uit de moestuin en toiletteren op een gat in de grond. Maar de mensen uit Karpylivka zijn gehecht aan het leven dat ze leiden. Ze laten zich niet wegjagen en zijn bereid daar ver voor te gaan. Nat als Vadim, vertelde ook een andere man die ik sprak dat hij zijn kinderen naar Polen had gebracht en dat hij ze al maanden niet had gezien. ‘Ik heb geen keuze’, zei hij. ‘Zij moeten veilig zijn, maar ik mag Rusland niet laten winnen.’ Ik dacht aan Jan, die toen hij de vier meisjes bij de grens ophaalde als oud-zedenrechercheur met buikpijn toekeek hoe jonge meisjes in auto’s stapten bij volwassenen mannen.”

Strijdbare bevolking

“We lunchten bij de opa en oma van de vier meisjes, twee uur richting het binnenland. Grootmoeder huilde sinds het begin van de oorlog alleen maar om het luchtalarm dat continu loeide. Maar ook zij gaf zich niet gewonnen. Als afleiding van haar slaaptekort haakte ze. Geen bloemetjes, maar gevechtsvliegtuigen. Stil verzet. En ondanks al hun zorgen, maakten ze me stil met hun gastvrijheid. De tafel stond vol lekker eten en er werd ook gelachen.

Geja omarmt de grootouders van de meiden, terwijl Phaedra het geheel filmt. Beeld Freddy Schinkel - De Stentor
Geja omarmt de grootouders van de meiden, terwijl Phaedra het geheel filmt.Beeld Freddy Schinkel - De Stentor

Met evenveel respect keek ik naar een schooldirecteur die me rondleidde langs de schuilkelders die hij bouwde in het schoolgebouw, in de hoop dat kinderen hopelijk weer onderwijs konden volgen. Geld was er niet, middelen ook amper, maar dankzij hulp wist hij het voor elkaar te krijgen. En toch, steeds als ik zei dat ik uit Nederland kwam, kreeg ík een blijk van respect. ‘Wauw, Nederland, jullie helpen ons zo goed. We zijn heel dankbaar.’ Maar wat wij doen is niets vergeleken met wat deze mensen moeten opofferen.”

Oorlogsmoeheid

“4000 kilometer en twee dagen later kwam ik uitgeput maar strijdbaar thuis. Maar terug in Nederland hoor ik de oorlogsmoeheid alweer oplaaien. ‘Ja ja, Oekraïne, we weten het wel.’ Na het zien van de bevolking daar, die zo sterk blijft, irriteert het me mateloos dat sommigen de oorlog in Oekraïne hier zien als een vermoeiend nieuwtje. We kunnen toch niet wegkijken van wat er gebeurt? De hyperinflatie, de gasprijs, producttekorten: alles is een gevolg van deze oorlog. We staan er met één been in. Daarom blijf ik betrokken en stuur ik berichtjes naar Vadim om te horen of zijn gezin nog veilig is. Niet om de minste reden dat mijn man voor zijn werk als journalist ook op het punt staat drie maanden naar Oekraïne te vertrekken. Ik vind het belangrijk, maar ook verschrikkelijk dat hij gaat en weet dat ik vast weer een paar nachten wakker zal liggen. Zeker omdat ik na mijn terugkomst in Nederland hoorde dat ik op de terugreis maar even verwijderd was van een raketaanval. Daarom probeer ik nog steeds te doen wat ik al die tijd al doe: de verhalen uit Oekraïne te zien als werk en niet te emotioneel betrokken te raken. Ik houd mijn rug recht.”

null Beeld

Hoera, Libelle is genomineerd voor Website van het jaar. Winnen kan alleen met jouw hulp! Vind jij Libelle ook zo fijn? Stem dan snel. Je maakt dan ook nog eens kans op hele mooie prijzen.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden