null Beeld

Rosita (41): “Ik stond als kind zelf op en maakte mezelf klaar voor school”

Rosita (41) groeide op bij haar verstandelijk beperkte moeder en haar stiefvader. Toen ze broertjes en zusjes kreeg, nam zij de zorg op zich.

Online redactie Libelle

"Ik was mijn moeders pop. Ze trok me mooie kleertjes aan en was op haar manier trots op me. Maar ze kon me ook zo in de hoek leggen en vergeten. Mijn opa en oma, bij wie we woonden, hielpen. Ze gaven me ook af en toe een knuffel, fluisterden een paar lieve woorden. Ik was 6 toen mijn moeder op zichzelf ging wonen. Ik was geboren na een korte affaire die mijn moeder had gehad met een buitenlandse man. Ze hebben nooit samengewoond en ik heb ook nooit contact met hem gehad. Maar nu had mijn moeder een nieuwe man ontmoet. Ze kenden elkaar van de sociale werkplaats. Mijn moeder droomde van huisje, boompje, beestje, en ik paste perfect in dat plaatje. Ik kon mezelf heel goed vermaken. Als mijn ouders tv keken, scharrelde ik er wat tussendoor. Maar ik werd nooit voorgelezen, niet geknuffeld en mijn ouders vroegen nooit aan me hoe het op school was. Ik stond ‘s morgens zelf op, kleedde me aan, ontbeet. Ik redde me, op mijn manier. Toen ik 9 jaar oud was, kreeg ik een halfbroertje. Met zijn geboorte werd niet alleen mijn moeder opnieuw moeder, maar ik werd dat ook. Mijn moeder en haar vriend konden de zorg niet aan. Dus probeerde ik steeds te voorkomen dat er thuis gescholden werd of dat er klappen vielen. Mijn moeder sloeg mijn vader, mijn vader sloeg haar, ik werd ook soms geslagen."

Verraad

"Met de jaren werd het ook steeds erger. Als mijn broertje ‘s nachts huilend wakker werd, maakte ik een flesje en suste hem zodat mijn ouders konden doorslapen. Na school racete ik naar huis om te zien of mijn broertje geen honger had. Al toen ik een jaar of 8 was, begreep ik dat ik slimmer was dan mijn ouders. Mijn stiefvader had dat ook door. Hij gooide boekjes die ik voor school las stiekem weg. Ik denk dat het hem stak dat ik mijzelf ontwikkelde. Mijn opa en oma vroegen wel regelmatig hoe het thuis was, maar dan deed ik altijd alsof er niets aan de hand was. Het voelde als verraad naar mijn ouders toe als ik zou zeggen hoe het er écht aan toe ging thuis."

Alles-gaat-goed-verhaal

"Toen ik 11 was, kreeg ik nog een broertje. Ik deed mijn uiterste best om ook voor hem te zorgen, maar redde het niet. Ik was op, leeg. Er was altijd ruzie in huis, de deurwaarders stonden in de rij en altijd huilde er een ontevreden baby. Het liep uit de hand en Jeugdzorg merkte het ook: binnen een jaar haalden ze allebei mijn broertjes weg. Ik voelde me eenzaam en onzichtbaar, wilde stiekem dat ze mij ook hadden meegenomen. Maar waarschijnlijk was het te moeilijk om door mijn alles-gaat-goed-verhaal, heen te prikken. Mijn moeder zei: ‘Ze hebben 2 kinderen van mij afgepakt, dus nu gaan we 2 nieuwe maken.’ Toen ik 15 was, kwam er weer een baby. Een jongetje en daarna nog een meisje. Mensen vroegen naar mijn broertjes, naar mijn moeder, maar nooit naar mij."

In een pleeggezin

"Toen ik op een dag een goed rapport kreeg op school, durfde ik niet meer naar huis: nu stond het zwart op wit dat ik slimmer was dan zij, dat ik dingen kon die zij niet konden. Hoe zouden ze reageren? Ik was bang en wilde niet meer naar huis. Ik was zo moe. Ik was het helemaal zat, het schelden, het geweld, het totale gebrek aan aandacht. Op school brak ik en toen ik eindelijk mijn verhaal deed, kwam ik bij een maatschappelijk werker terecht. Mijn familie wilde me niet opvangen, dat voelde voor hen als verraad naar mijn moeder toe. Dus kwam ik als 16-jarig meisje in een pleeggezin terecht. Vanaf dat moment ging ik nadenken, over mijn jeugd, mijn ouders. Ik besefte dat het niet normaal was dat ik nog nooit van mijn moeder had gehoord dat ze van me hield. Toen ik haar daar een keer naar vroeg, begon ze te lachen: ‘Ik ben toch niet lesbisch.’ Dat was het moment dat ik begreep dat ik niets meer van haar hoefde te verwachten."

Trots

"Sinds mijn 25e hebben we geen contact meer. Om mijn eigen leven op te kunnen bouwen, wist ik dat ik afstand moest nemen. Boos mag ik niet zijn, vind ik zelf, want mijn moeder kan er niets aan doen. Maar wat kan ik haar bieden? Niets, toch? En zij mij ook niet. Mijn grootste droom is altijd geweest om los te komen van mijn achtergrond en dat is gelukt. Al heb ik lang heel weinig eigenwaarde gehad. Wie was ik? Wat kon ik? Niets, toch? Ik was de aandacht van een ander niet waard. Soms steekt dat nog de kop op. Het is heel wat dat ik dat gevoel nu kan herkennen en dat kan herleiden naar mijn jeugd. Inmiddels heb ik lieve mensen om me heen en een fijn gezin. Na school wacht ik met een kop thee op mijn dochter van 12. Gelukkig kan ik haar geven wat ik altijd heb gemist: liefde, warmte, interesse. En de zekerheid dat ik er altijd voor haar ben. Daar ben ik trots op."

BEKIJK OOK DEZE VIDEO: In Zeg nou zelf vertellen vrouwen wat ze écht denken. In deze aflevering is de stelling: 'Kind 18? Hup, het huis uit.' Wat vind jij?

Interview: Renée Lamboo-Kooij. Beeld: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden