Rob Marrevee met zijn oudste zoon Zenebe.  Beeld Paul Rapp
Rob Marrevee met zijn oudste zoon Zenebe.Beeld Paul Rapp

PREMIUM

Spijt over adoptie bij vader Rob en zoon Zenebe (25): “Was liever in armoede opgegroeid”

Een betere toekomst voor de kinderen; tóch nageslacht voor westerse ouders. Adoptie klinkt als een sprookje. Maar het kan net zo goed een nachtmerrie worden, vertelt adoptievader Rob Marrevee aan het AD: “Soms dacht ik: waren we er maar nooit aan begonnen.”

Daan RiekenPaul Rapp

Hij is zo’n man die altijd wind mee lijkt te hebben. Leuke vrouw, prachtig nieuwbouwhuis vlakbij de Waal en een mooie carrière als ondernemerscoach. Als Nijmegenaar Rob Marrevee (60) zin heeft om naast zijn doorsnee werk eens een talkshowreeks te maken, doet hij dat gewoon. En o ja, hij heeft ook twee fijne zoons.

Zenebe (25) en Jarra (22) hebben alles, vindt hun vader. Sportief, aardig, intelligent, knap. Weinig om over te klagen. Toch luchtte Rob in de jaren ná de komst van zijn zoons uit Ethiopië (2001) bij vrienden geregeld zijn hart. Over de impact van adoptie. De gedragsproblemen die de jongens erdoor hadden opgelopen. En de relatiecrisis die hij en zijn vrouw Irma er gratis bij kregen.

Lang niet iedereen begreep Rob. “‘Overal is wel eens iets’, zeiden mensen. Of: ‘Onze zoon had in de puberteit ook een grote mond’.” Die reacties zetten de Nijmegenaar aan het denken. Steeds meer kreeg hij de drang om het échte verhaal over adoptie te vertellen.

Rob Marrevee, met zijn zoons Zenebe (l) en Jarra in het kindertehuis in Ethiopië tijdens de adoptie (2001). Beeld Eigen foto
Rob Marrevee, met zijn zoons Zenebe (l) en Jarra in het kindertehuis in Ethiopië tijdens de adoptie (2001).Beeld Eigen foto

“Anderen zien adoptie als een sprookje. Een voorrecht voor westerse ouders én de geadopteerde kinderen. Wij tóch kinderen; zij een betere toekomst. Mopperen over de keerzijde is taboe. Je hoort niet te praten over de negatieve gevolgen voor kinderen en ouders. Juist daarom wil ik dat wél doen.”

Pijnpunten

Om die reden komt Rob met een boek (Vaderland) en theatervoorstelling over zijn adoptie-ervaringen. Voor het AD neemt hij vast een voorschot. Door aan de hand van vier boekfragmenten zijn grootste pijnpunten te bespreken. Samen met Zenebe en Jarra.

“Hopelijk zet mijn verhaal anderen aan het denken. Het is misschien moeilijk, maar veel beter om elkaar onze eerlijke verhalen te vertellen dan de schone schijn op te houden.”

Rob Marrevee (met zijn zoons) rond de adoptie in 2001. Op de arm van papa jongste zoon Jarra. Beeld Eigen foto
Rob Marrevee (met zijn zoons) rond de adoptie in 2001. Op de arm van papa jongste zoon Jarra.Beeld Eigen foto

1. “Jij bent zijn echte vader niet”, zegt Jarra. Beneden aan de trap staat Zenebe. “Bel de politie dan! Sukkel!”
“Voor mijn gevoel heb ik een gelukkige jeugd gehad”, zegt de nu 22-jarige Jarra. “Ik was nog een baby toen ik geadopteerd werd. Aan Ethiopië heb ik geen herinneringen. Mijn jeugd in Nederland was goed, met kansen die ik in Afrika nooit zou hebben gekregen. Toch kwamen er in mijn puberteit problemen thuis. Misschien omdat ik het moeilijk vond om me te hechten.”

Net als zijn oudere broer Zenebe staat Jarra als tiener regelmatig lijnrecht tegenover zijn ouders. Hij vliegt ze naar de keel. Pakt hun spullen af. Wordt zelfs zo agressief dat de politie hem thuis moet komen ophalen.

“Zagen we Jarra als kleine crimineel ineens in zo’n wit stoffen pak op het politiebureau zitten”, zegt vader Rob. “We hebben flinke ruzies uitgevochten. Zelf ben ik ook agressief geweest. Niets om trots op te zijn. Maar het zegt iets over onze onmacht. De jongens worstelden enorm om te aarden in Nederland en wij worstelden met hoe we konden helpen. Dat escaleerde.”

De tekst gaat verder na het kader.

Piek van de adopties richting Nederland lag in de jaren ’80

Het aantal adopties uit het buitenland naar Nederland is de afgelopen decennia drastisch afgenomen. De piek lag rond 1980 toen bijna 1600 buitenlandse kinderen naar Nederland kwamen. In 2004 waren dat er nog ruim 1300. Sindsdien ging de daling snel. In 2020 vonden er nog maar 70 ‘interlandelijke adopties’ plaats.

Het adopteren van kinderen uit niet-Europese landen is pas toegestaan sinds medio jaren ’70. In die begintijd werden adoptieouders gezien als weldoeners die hun ‘nieuwe kinderen’ een betere toekomst boden. Het fenomeen kreeg veel bekendheid door een tv-programma van Mies Bouwman (1967). Daarin maakten adoptieouders Marjory en Jan de Hartog zich sterk voor het helpen van buitenlandse kinderen. Hun uitspraak ‘Al red je er maar één’ bleek illustratief voor de manier waarop over adoptie werd gedacht.

Inmiddels is er veel veranderd in de publieke opinie. De laatste jaren kwamen steeds meer problemen aan het licht. Op verzoek van het kabinet presenteerde een commissie onder leiding van Tjibbe Joustra in 2021 een onafhankelijk onderzoek naar het thema. Dat was vernietigend. Er blijken zich jarenlang structureel misstanden te hebben voorgedaan bij adopties: vervalsing van documenten, kinderhandel, fraude en corruptie. In de nasleep van het onderzoek werden adopties naar Nederland tijdelijk opgeschort. In de toekomst zijn, onder strenge voorwaarden, weer adopties mogelijk. Dat mag alleen nog als er voor de adoptiekinderen in hun herkomstland ‘echt geen passende opvang’ kan worden geboden.

2. “Ik heb altijd gedacht: je hebt maar geluk, in dit rijke land, met zulke ouders. Dat is ook wat iedereen vindt. Het is dan moeilijk om het gevoel toe te laten dat het soms allemaal kut is” –Zenebe

“Wat Rob zegt over het taboe op adoptie klopt”, zegt Zenebe. “Anderen vinden dat ik mazzel heb. Blij moet zijn omdat ik niet hoefde op te groeien in de ellende van Ethiopië. De diepere laag – over hoe lastig het is om écht te aarden in een andere cultuur – zien mensen niet. En je mag er ook niet over spreken. Dan ben je ondankbaar.”

Een kerstboom. Daar is de situatie van een adoptiekind misschien het best mee te vergelijken, knikt Zenebe. Weggehaald uit eigen grond en zonder kluit elders neer geplant. “Het duurt jaren voor je weer kunt wortelen. Je valt tussen wal en schip. Voor de familie die wij nog hebben in Afrika ben ik een westerling. Hier in Nederland ben ik een buitenstaander. De vanzelfsprekendheid van ergens bij horen, bestaat niet voor mij. Ik voel een leegte die maar moeilijk te vullen valt.”

Rob zag zijn kinderen worstelen in hun puberteit. Juist door die leegte. “Ze hebben zoveel talent, maar vinden het lastig zich echt te binden. Aan school, sport, relaties. Dat zorgde voor problemen. Ik voel me daar schuldig over. Zij hebben er niet voor gekozen in deze situatie terecht te komen. Door het vertellen van mijn verhaal hoop ik op meer erkenning voor adoptieouders, voor geadopteerden en voor mijn zoons.”

Zenebe (achter) en Jarra in hun jeugdjaren. Beeld Eigen foto
Zenebe (achter) en Jarra in hun jeugdjaren.Beeld Eigen foto

3. “Ik denk dat het tussen ons niet goed gaat omdat we onder stress staan. Al jaren. Soms denk ik dat we er nooit aan hadden moeten beginnen, aan adoptie. Het is veel te zwaar” –Rob

De adoptie van Zenebe en Jarra bleek niet alleen een fikse impact op de jongens zelf te hebben. Ook het leven van ouders Rob en Irma veranderde compleet. Ze volgden cursussen om zichzelf te ontwikkelen en beter om te gaan met hun zoons, maar ondertussen kwam hun relatie onder druk te staan.

“Kinderen krijgen, lukte niet. Adoptie leek een prachtige uitkomst. We droomden van een leven met talentvolle kinderen en een gelukkig gezin”, zegt Rob. “Maar de praktijk bleek weerbarstig. Ik heb mijn eigen verwachtingen op hen geprojecteerd. Zonder aanvankelijk stil te staan bij het effect van de adoptie op de jongens. Bij hun kwetsbaarheid.”

Korte stilte. “Irma en ik hebben ons erdoorheen geslagen. Zijn door schade en schande wijs geworden. Met de jongens gaat het nu beter. Maar als je ziet wat zij hebben meegemaakt, hoe groot de impact op ons als ouders was, dan kun je je afvragen of je dit allemaal wel moet willen.”

De tekst gaat verder na het kader.

Worstelen met vinden van richting

Het lukte niet. En weer niet. En weer niet. Na de zoveelste in de soep gelopen poging om zelf kinderen te krijgen geven Rob Marrevee en zijn vrouw Irma het 21 jaar geleden op. Ze kiezen voor adoptie en worden plots ouders van twee broertjes uit Ethiopië: Zenebe (toen 4) en Jarra (1).

20.000 gulden doneren ze aan Stichting Afrika. Die adoptieorganisatie lijkt betrouwbaar. Al komen Rob en Irma er jaren later achter dat er toch iets mis is. De biologische vader van hun kinderen blijkt nog te leven, terwijl het verhaal ten tijde van de adoptie was dat beide ouders al waren overleden.

Zenebe en Jarra hebben lang moeite gehad met het leven in hun nieuwe vaderland. Driftbuien, problemen op school, zelfs de politie moest er in hun pubertijd aan te pas komen. Inmiddels hebben ze als twintigers wat beter hun draai gevonden, maar nog altijd worstelen ze met het vinden van de juiste levensrichting. Naar Ethiopië zijn ze een paar keer terug geweest, maar een hechte band met hun biologische familie is er niet.

boekvaderland.nl

4. “Als je het mij zou vragen, was ik liever daar in armoede opgegroeid dan hier geadopteerd te zijn. Ik ben hier niet gelukkig. Ik kom hier niet vandaan” –Zenebe

Hij moet een jaar of 18 zijn geweest toen het hoge woord eruit kwam. Al veertien jaar kreeg hij alle liefde die zijn ouders hem konden geven. Alle kansen mocht hij pakken. En toch voelde Zenebe zich leeg. Geen Afrikaan, geen Nederlander. Dus zei hij tegen zijn adoptieouders: had mij maar dáár gelaten.

“Doordat ik als kind ben weggegeven, voel ik nog veel verdriet, boosheid en onmacht. Er is nog steeds die leegte”, zegt Zenebe. “Het heeft ook gezorgd voor een gebrek aan basisvertrouwen, faalangst ook. Daardoor wil het bijvoorbeeld op school niet vlotten.” Of hij voorstander is van adoptie? “Nee, niet echt.”

Rob Marrevee met zijn oudste zoon Zenebe. In de begintijd na de adoptie. Beeld Eigen foto
Rob Marrevee met zijn oudste zoon Zenebe. In de begintijd na de adoptie.Beeld Eigen foto

Zijn jongere broer Jarra (22) worstelde ook in zijn jeugd, maar staat er toch anders in dan Zenebe. “Rob en Irma beschouw ik echt als mijn ouders”, zegt hij. “Zij zijn mijn veilige basis. Ik voel geen gat. Ik ben dankbaar voor alle kansen die ik in Nederland heb en anders nooit zou hebben gekregen.”

Of de familie Marrevee de adoptie nog eens zou overdoen? “Met de kennis van nu zou ik geen kind van een jaar of vier – zoals Zenebe – adopteren”, zegt Rob. “Zo’n kind heeft al zoveel herinneringen opgebouwd. Maar heel zwart-wit ja of nee tegen adoptie zeggen? Dat gaat niet. Het heeft ons ook heel veel gebracht.

“Het is vooral belangrijk om er vooraf goed over na te denken. Welke schade richt je mogelijk aan als je een kind zomaar uit een ver land naar Nederland haalt? Wij hebben die impact onderschat.”

‘Je weet nooit hoe iemand zich zónder adoptie zou hebben gevoeld’

Dapper en eerlijk. Dát is het verhaal dat Rob Marrevee en zijn zoons over hun adoptie-ervaringen vertellen, vindt Ellen Giepmans van adoptiestichting Fiom.

Volgens haar wordt het maatschappelijk debat over adoptie soms te zwart-wit gevoerd. “Persoonlijke ervaringen nuanceren dit debat.

“Ik heb het manuscript gelezen. Heel knap hoe kwetsbaar Rob en zijn kinderen zich in hun boek opstellen”, zegt directeur Giepmans namens Fiom, het landelijk expertisecentrum voor adoptie- en afstammingsvragen. “Het is een onderwerp dat allerlei dubbele en complexe gevoelens oproept. Het vergt moed om je strubbelingen zo eerlijk en open met elkaar te doorleven en uit te dragen zoals deze vader dat met zijn zoons doet”, zegt Giepmans over Marrevees boek.

“Het wil niet zeggen dat alle adoptieouders en kinderen deze ervaringen hebben. Het is lastig om te achterhalen waar bepaalde problemen door worden veroorzaakt. Je weet niet hoe iemand zich gevoeld en ontwikkeld zou hebben zonder adoptie?”

Geadopteerden en hun ouders kunnen bij Giepmans organisatie terecht voor gerichte hulp.

Het Belgische koppel Hannes en Deborah wist 1 ding zeker: ze wilden dolgraag een kindje. Helaas bleek dat een stuk lastiger dan gedacht, en moesten ze overgaan op adoptie. Maar ook dat ging niet bepaald gemakkelijk:

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden