PREMIUMDagboek van een Oekraïense vluchteling

Svetlana (47): “‘Tot ziens’, zeg ik tegen mijn man - want we gáán elkaar terugzien, toch?”

Dagboek van een Oekraïense vluchteling Beeld RTL
Dagboek van een Oekraïense vluchtelingBeeld RTL

Hoe is het om je man, je ouders en je thuis achter te laten om te vluchten voor oorlog? Svetlana (47) verliet een week geleden halsoverkop haar stad Lviv in Oekraïne en kwam als een van de eerste vluchtelingen aan in Nederland. Dit is haar dagboek.

Eva BredaRTL

Woensdag 23 februari

10:35

Terwijl mijn kleinzoon van 7 wat speelt in de woonkamer, knuffel ik met mijn kleindochter van 14 maanden op de bank in mijn woning in Lviv. Normaal vind ik oppassen heerlijk, nu is mijn hoofd alleen maar bij het telefoontje van de kinderopvang. “We denken dat het een goed idee is om de namen van je kleinkinderen in hun kleding te borduren”, zei de leidster aan de telefoon. “Voor het geval dat.” Haar woorden laten me niet los. Wat bedoelt ze? Dat hun lichaampjes geïdentificeerd kunnen worden als er een bomaanslag komt? De dreiging uit Rusland speelt al de hele maand, maar het voelde eerder nog niet alsof er écht iets ging gebeuren. Moet ik nu toch actie ondernemen?

20:13

Vanmiddag kreeg ik een berichtje van Paulien, een Nederlandse vriendin. Ik leerde haar kennen toen ik twintig jaar geleden in Nederland werkte, in de pianoschool waar haar stiefvader lessen volgde. We waren even oud, hadden beiden jonge kinderen en groeiden naar elkaar toe. Altijd hebben we contact gehouden. Toen ik krap bij kas zat, stuurde ze me babykleding van haar kinderen. Ook nu weer wil ze me helpen. ‘Kom hierheen’, stuurde ze me ongerust. Glimlachend kijk ik naar haar lieve berichtje. Het is een fijn idee dat ik ergens naartoe kan als het hier echt misgaat. Maar het voelt te vroeg om te vluchten. Er is nog niets gebeurd en we hebben een heel leven hier! ‘Laten we maandag weer even contact houden’, schrijf ik terug. Toch pak ik voor de zekerheid alvast drie tassen in. Je weet maar nooit.

Donderdag 24 februari

5:54

Oorlog. Trillend zit ik voor de televisie. In West-Oekraïne zijn vliegvelden gebombardeerd. Dorpjes worden aangevallen en ook in onze provincie in het westen van het land komen militairen binnen. Ik probeer mijn paniek weg te puffen. Mijn man moet hier blijven om te vechten. Mijn ouders zijn slecht ter been en kunnen zelfs niet naar de schuilkelders in Lviv. Laat ik ze hier zomaar achter?

“Plotseling hoor ik gehuil. Een kindje is overleden door de kou”

privébeeld Svetlana Beeld privébeeld Svetlana
privébeeld SvetlanaBeeld privébeeld Svetlana

Vrijdag 25 februari

10:02

Terwijl we in de rij staan bij de Poolse grens, probeer ik de ijskou en de duizenden onrustige mensen om me heen te negeren. Ik moet sterk blijven voor mijn dochter Maria van 27, haar twee kinderen, mijn zus Olga van 37 en haar 2-jarige zoon Alexander, die met me meegaan. Maar mijn gedachten gaan terug naar vannacht.

Met tranen in mijn ogen nam ik afscheid van mijn man en mijn ouders. Na heel veel praten hebben we besloten dat we de kinderen in veiligheid moeten brengen. Ik hield het afscheid kort, wilde het niet nog moeilijker maken dan het al was. Voor mezelf niet, en voor hen. Mijn man heb ik een paar seconden stevig geknuffeld, zijn warmte gevoeld. “Tot ziens”, zeiden we daarna tegen elkaar. Want we gáán elkaar gewoon terugzien. Toch?

privébeeld Svetlana Beeld privébeeld Svetlana
privébeeld SvetlanaBeeld privébeeld Svetlana

Zaterdag 26 februari

5:30

Eindelijk zijn we de grens over en kunnen we instappen bij Poolse kennissen, die ons opwachten. Zij brengen ons naar Dresden, waar Pauliens man en schoonzoon ons ophalen. Ik ben kapot. De hele nacht hebben we buiten staan wachten, dicht tegen elkaar aan. Ik was zo bang dat de kinderen iets zou overkomen door de lange, ijskoude nacht. Om me heen lagen kinderen op kleedjes en werden luiers verschoond op de vieze grond. Plotseling hoorde ik gehuil. Wat was er aan de hand? Toen zag ik ze. De ambulancebroeders. Een kindje achter me was overleden door de kou.

“Tante, mag ik u helpen?” Mijn kleinzoon Max haalt me uit mijn gedachten. Wat een engel is het toch. In het begin van onze vlucht huilde hij, hij miste zijn school, zijn vriendjes. Maar nu lijkt hij ineens zo sterk en volwassen, hij wil me continu helpen sjouwen. “Tuurlijk lieverd”, zeg ik terwijl ik hem een tas geef die hij achterin de vluchtauto legt.

20:37

Ik voel Pauliens armen om me heen. Ze houdt me stevig vast. We staan in de deuropening van haar woning in Haarlem. Wat heb ik dit gemist. Veiligheid, warmte. In haar greep durf ik heel even mijn sterke schild los te laten. Ik huil een paar tranen. “Fijn om je te zien”, zeg ik in het Nederlands. Ze neemt ons mee naar de camper op haar erf. De kinderen gaan in bad, mijn zus en dochter helpen ze. Ondertussen pak ik de tassen uit. Ik heb precies één extra outfit bij me, geen pyjama. “Pak maar van mij”, zegt Paulien gastvrij, terwijl ze aan komt lopen met tandenborstels en warme truien. Ik krijg het amper mee, ik ben zo moe. ‘We zijn veilig’, stuur ik nog gauw naar mijn man. Nog geen minuut later val ik in een diepe slaap.

‘Alles gaat goed’, zegt mijn man. Ik wil doorvragen, maar durf niet.

Zondag 27 februari

8:44

Wát een lekkere bedden. Ik word zowaar uitgerust wakker, maar voel direct weer onrust als ik mijn telefoon pak. De avondklok is eergisteren afgekondigd in Lviv. Dat betekent dat mijn man vanaf nu echt de straat op moet om de stad in de avonden te verdedigen. Bewapend en al. Hij is trots op Oekraïne en Lviv en wílde ook graag blijven om voor zijn land te vechten, maar dat dat nu echt gaat gebeuren is een doodeng idee. “Gaat alles goed daar?”, vraag ik hem aan de telefoon. Ik hoor vliegtuigen overvliegen. Ik hoor een alarm. Maar nog geen aanslag. “Alles gaat goed”, is zijn antwoord. Ik wil doorvragen, maar durf niet. Hij wil me vast niet ongerust te maken en misschien is dat maar beter. Tranen prikken achter mijn ogen en omdat ik even alleen ben, laat ik ze stromen. Zonder te snikken, ik wil niet dat iemand me hoort.

15:10

Het is onwennig hier in Nederland. Ik heb mijn leven lang op mijn eigen benen gestaan, mijn eigen geld verdiend als biologielerares, schoonmaakster en administratief medewerkster. Ik zorgde voor mijn zieke vader en paste op mijn kleinkinderen. Dat ik nu van anderen hulp moet aanvaarden, valt me zwaar. Waar het kan, probeer ik mijn steentje bij te dragen. “Ik draai de was wel”, hoor ik mezelf tegen Paulien zeggen. Ik blijf graag bezig, het leidt me af van wat er thuis gebeurt. Vanmiddag heeft Paulien ons uitgenodigd op de verjaardag van haar dochter, die hiernaast woont. Ik heb er gek genoeg zin in. Nog meer afleiding. Ik kijk door het raam naar buiten en zie mijn kleinkinderen met Pauliens kleinkinderen spelen op het erf. Ze brabbelen met elkaar terwijl ze met autootjes rondrijden. Even lijkt er niets aan de hand en lijken we één grote, blije familie.

privébeeld Svetlana Beeld privébeeld Svetlana
privébeeld SvetlanaBeeld privébeeld Svetlana

Maandag 28 februari

11:24

“We kunnen naar een ander huisje toe”, zeg ik enthousiast tegen Paulien. Ik weet dat ze ons met liefde hier ontvangt, maar ik wil haar niet te veel tot last zijn. Een Nederlandse kennis van me heeft een vakantiehuisje op een park verderop dat vrij is tot half april. We kunnen er vandaag al heen. Ik besef dat ik geen idee heb welke dag het is. De afgelopen dagen - of is het al een week sinds ik ben gevlucht? - zijn een grote waas.

Mijn moeder klinkt gelaten: ‘Wij blijven gewoon hier. Als er iets gebeurt, gebeurt het’

Dinsdag 1 maart

13:40

Het nieuwe huisje is prachtig. Ruim, rustig. Mijn dochter Maria en zus Olga zijn op hun gemak, volgens mij. We praten niet al te veel over de oorlog. Het is te pijnlijk. Ook zij hebben hun man achter moeten laten om te vechten. Maar nu zie ik ze vrolijk met hun kinderen spelen.

In mijn hoofd ga ik terug naar het telefoontje aan het thuisfront. Mijn man bel ik iedere dag. “Het gaat goed”, blijft zijn boodschap. Weer durf ik niet door te vragen en durft hij niet meer dan dat te zeggen.

Ik zou willen weten hoe de stad eraan toe is. Mijn man en ik wandelden graag door het oude centrum. De pastelkleurige huizen, de sierlijke gevels, ik vraag me af wat er van over is. Zullen we ooit weer samen lopen door de straten waar mijn man nu alleen patrouilleert met zijn wapen?

Ook mijn moeder had ik vanmorgen even aan de lijn. Ze zei dat ze sirenes hoorde en dat alle boeren uit de omgeving naar de schuilkelders waren vertrokken. Ze klonk gelaten. “Wij blijven gewoon hier. Als er iets gebeurt, gebeurt het.” Ik snap het, maar wil het als dochter maar moeilijk accepteren. Mijn lieve ouders…

Woensdag 2 maart

10:10

‘Hoe gaat het met je?’, typ ik op mijn telefoon. De afgelopen dagen heb ik een enorme tweestrijd gevoeld. Het nieuws over de Oekraïners en de Russen. In beide landen heb ik familie wonen. Het voelt zo raar dat zij nu recht tegenover elkaar staan. Mijn tante in Rusland heb ik sinds de oorlog niet gesproken.

Tot nu. ‘Gaat goed’, reageert ze kortaf op mijn bericht, in het Russisch. Normaal wisselen we hele verhalen in het Oekraïens uit. Zou ze in de gaten gehouden worden? Het doet me pijn dat ze niet meer durft te zeggen wat ze wil zeggen, uit angst voor haar eigen regering.

Donderdag 3 maart

15:00

Ik hang net de telefoon op na een gesprek met mijn man. Mijn hoofd tolt, ik maak me zo’n zorgen. Hij verblijft bij mijn ouders, gelukkig zijn ze nu samen. Maar het eten raakt op. Een beetje meel en een beetje suiker is alles wat er nog over is. Hij kan nog wat brood bakken, maar daarna? De supermarkten zijn leeg, de pinautomaten zijn dicht. Meer Russische militairen zijn onderweg naar Lviv, lees ik in het nieuws. Maar nu dreigt er ook nog eens hongersnood. “Ik hoop dat er ingezamelde spullen uit andere landen komen”, zei hij. “Meel, pasta, kogelvrije vesten.” Ik ga kijken of ik deze dagen wat kan brengen naar een inzamelpunt.

Ik ben hier nu al vijf dagen, maar het lukt me niet om tot rust te komen. Ik voel me het hoofd van het gezin. Ík moet ervoor zorgen dat iedereen gezond en veilig is. Maar hoe ik dat moet doen, ik heb geen idee. Mijn zorgen deel ik met niemand. Ik houd mijn hoofd recht en puf mijn zorgen weg. Maar buiten als ik alleen ben, onder het genot van een sigaret, komt de frons in mijn voorhoofd en dwalen mijn gedachten naar thuis. Bij mijn dochter, zus en kleinkinderen zet ik een pokerface op.

Misschien doen zij hetzelfde, maar het lijkt alsof het goed gaat. Behalve met mijn kleinzoon Max. Hij mist de camper, daar kon hij met Pauliens kleinkinderen spelen. Hier is hij toch vrij alleen.

Hoe lang we hier nog blijven, ik heb geen idee. Moeten we toch asiel aanvragen? Ik wil niet naar een AZC. Daar komen de kinderen misschien wel in tentjes terecht. Daar heerst onrust en paniek. Daar hebben we minder vrijheid dan hier. Ik weet niet of ik dat aankan. We hebben de afgelopen week al zo veel moeten inleveren en zo veel vrijheden verloren. Ik wil nog even hier blijven. Veilig met z’n zessen. Hoe het verder moet en wat er in Oekraïne allemaal nog gaat gebeuren... Ik probeer er niet aan te denken.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden