null Beeld

PREMIUMColumn

Sylvia: “Als kalkoen écht lekker was, dan aten we hem wel vaker”

Sylvia Witteman

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (56) over dingen die we met kerst moeten eten omdat dat nu eenmaal zo hoort.

‘We moeten het hebben over...’. Zo beginnen krantenartikelen de laatste tijd vaak, gevolgd door datgene waar we het over moeten hebben. Dat is meestal iets naars. Racisme. Het klimaat. De loonkloof. Baarmoederhalskanker. Allemaal onderwerpen die zeker het bespreken waard zijn, maar dat ‘moeten’ stuit me altijd een beetje tegen de borst. Ik moet niks, denk ik dan. Of: ik moet al zo véél.

Maar nu nadert kerst, en daarom is er iets waar we het écht over moeten hebben: dingen die we met kerst moeten eten omdat dat nu eenmaal zo hoort. Laten we eerlijk zijn, veel van die verplichte kerstversnaperingen zijn een groot misverstand. Neem nou alleen al kalkoen. Ja, hij ziet er mooi uit, zo goudbruin gebraden (als hij niet is aangebrand of opengebarsten). Maar tegen de tijd dat de poten eindelijk gaar zijn, is de borst al droog als zaagsel. Er zijn allemaal trucjes om dat te voorkomen (pekelen, de kalkoen uit elkaar halen, de borst en de poten apart braden en de kalkoen daarna weer in elkaar zetten als een Ikea-kastje): het komt erop neer dat je heel veel tijd en moeite besteedt aan een gerecht dat hooguit best oké is. Zeg nou zelf: als kalkoen écht lekker was, dan aten we hem wel vaker dan die ene keer per jaar.

Dat geldt ook voor cranberrycompote. Mooi rood, jazeker, en omdat we ooit hebben bedacht dat rood een kerstkleur is, ontkomen we dus niet aan die wrange bessen. Want wrang blijven ze, al gooi je er een kilo suiker door. “Juist heerlijk!”, zegt u? O ja? Waarom smeert u dan nooit in – pak ’m beet – augustus een beschuitje met cranberryjam? Nou? Dat zal ik u vertellen: omdat aardbeienjam honderd keer lekkerder is. Ongepelde noten dan. Eet u die ooit in een andere maand dan december? Staat leuk hoor, zo’n rieten mandje op de feestelijk gedekte tafel. Maar probeer je er een te kraken, dan is de lol eraf. Die noot is zo hard dat je ontzettend veel kracht moet zetten en dan knijp je hem tot moes. En stop je die kruimels toch in je mond, dan zitten er altijd splinters van de dop tussen. Vooral paranoten, de kerstigste noten van allemaal, zijn niet te kraken. Geeft ook niks, want paranoten smaken gronderig met een hint van muffe kokos. Bah! Lychees dan, nog zo’n onbegrijpelijke kersthit. Natte, taaie, geparfumeerde oogbollen, iets anders kan ik er niet van maken. Dadels: plakkerig en toch droog. Vijgen: droog en toch plakkerig, met die nare pitjes als bonus.

Ach, in andere landen hebben ze het ook niet makkelijk met kerst. De Denen eten dan zure zult en haring met kruidnagel, de Finnen stokvis met witte saus en koolraap, de Roemenen griezelige worst van bloed en orgaanvlees, de Italianen hebben hun even beroemde als oneetbare Panettone, dat vruchtenbrood dat zo droog is dat je erin stikt. De Polen eten zure meelsoep, de Portugezen gekookte octopus, de Zweden groene kool met stroop... Die zullen allemaal óók wel blij zijn dat het maar één keer per jaar Kerstmis is.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden