null Beeld

Sylvia baalt van blowende toeristen in haar stad

Columnist Sylvia Witteman heeft blowende toeristen in haar portiek zitten. "Verbaasd kijk ik naar het zakje wiet in mijn hand."

Elselien van Dieren

9.01

Ik probeer te werken, maar zit weer eens te kokhalzen van de dikke wietlucht die door mijn raam naar binnen drijft. Om negen uur ’s ochtends nota bene, wie heeft daar nou zin in? Tja, toeristen natuurlijk. Als je in Amsterdam bent, wil je natuurlijk de boter eruit braden. En voor sommigen betekent dat: blowen, blowen en nog eens blowen. Bij voorkeur in mijn portiek, want als het regent zit je daar lekker droog. Bovendien woon ik naast een populair jongerenhotel, de balkons zijn naast mijn werkkamer. Van daaruit gooien ze de peukjes op míjn balkonnetje. Ik raap ze altijd snel op, want ik ben doodsbang dat mijn katten een keer zo’n peukje opeten, met alle alarmerende gevolgen van dien.

10.27

In stadskrant Het Parool lees ik een juichend stuk over de groeiende stroom toeristen die van ‘ons dorp’ Amsterdam ‘een wereldstad’ hebben gemaakt. Miljarden komen ze hier elk jaar uitgeven. Voornamelijk aan hasj, bedenk ik hoestend in de wietstank. Toegegeven, als ik bijvoorbeeld in Napels ben, eet ik ook elke dag spaghetti alle vongole (die verrukkelijke kleine schelpdiertjes). En in Amerika kan ik de ribeye steaks niet laten staan. Maar dat is wat anders. Gat-ver-damme, wat stinkt die rook. Even het park in dan maar.

11.04

Ook in het park stinkt het overal naar hasj. En het is er vol, propvol, met stromen toeristen op gehuurde fietsen. Het lijken er elke dag méér te worden. Maar fietsen kunnen ze vaak niet, al helemaal niet als ze stoned zijn. Bijna word ik geschept door een groep zigzaggende, giechelende Italianen. Ik kan een beetje schelden in het Italiaans, maar ze lachen me alleen maar uit. Een groep Russen kijkt schaterend toe terwijl een van hen tegen een boom staat te kotsen. Bah. Ik ga maar weer naar huis.

11.13

Chagrijnig loop ik mijn straat in. Was ik maar ergens in de provincie gaan wonen. Frisse lucht, rust, een tuin voor de katten... Die ellendige %*&@# toeristen... Nee hè, daar zitten er weer twee in mijn portiek. Te blowen. Jawel.

11.15

“Mag ik er even door? Ik woon hier”, zeg ik tussen de rookwolken door ijzig in het Engels tegen de Aziatische jongens in mijn portiek. Ze staan meteen op, een beetje wankel. “Amsterdam is een prachtige stad!”, zegt de één stralend. “Zo mooi en vriendelijk! We hebben het hier heerlijk gehad! Maar nu moeten we weer naar huis. Hier, dit kunnen we niet meenemen, u mag het hebben!”

11.16

Verbaasd kijk ik naar het zakje wiet in mijn hand.

“Als dank voor de gastvrijheid!”, zegt de jongen. En terwijl ze weg drentelen: “U boft maar dat u hier mag wonen!”

Ach ja. Hij heeft eigenlijk gelijk.

Lees ook hoe Sylvia's kinderen kauwgom in hun haar hebben of een van haar andere columns.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden