null Beeld

column

Sylvia: “Een karretje pakken zonder muntje. Zo moet het in het paradijs ook zijn geweest”

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (55) over het gedoe met muntjes in supermarktkarretjes.

Het was druk in de supermarkt. Ik was klaar met boodschappen doen en wilde net mijn lege karretje weer terugzetten in de rij, toen een gehaaste man naast me zei: “Laat maar, ík neem hem.” Ik aarzelde. Mijn muntje zat nog in dat karretje, zo’n plastic muntje met het logo van de supermarkt erop. Zo’n muntje is niets waard. Ik zou gewoon: ‘Tuurlijk, ga je gang’ tegen die man moeten zeggen en met opgeheven hoofd de winkel uit lopen. Anderzijds: ik heb maar één zo’n muntje, en bij de servicebalie zijn ze altijd nét op.

Kleingeld sterft uit

Er passen ook muntjes van vijftig cent of een euro in die karretjes, maar kleingeld heb ik al maanden niet in handen gehad. Op de markt kun je tegenwoordig ook pinnen, de collectanten hebben pinautomaatjes bij zich en zelfs de daklozenkrantverkoper heeft er een. Pizzabezorgers betaal je van tevoren via de bezorg-app, waarmee je nu ook fooi kunt overmaken. Kortom: kleingeld sterft uit.

Winkelwagenmuntje

“Sorry, ik wil niet lullig zijn”, zei ik tegen de man, “maar ik moet mijn karretje eerst vastklikken, want mijn muntje zit er nog in en ik heb er maar één.” Ik bloosde van schaamte, maar de man lachte en antwoordde: “Ja, dat was een voordeel van corona, hè? Geen gedoe met die muntjes...” Ach ja, dat was waar ook! Ruim een jaar lang konden we zomaar zorgeloos een karretje pakken. Zo moeten Adam en Eva het in het paradijs ook hebben gehad, maar dan zonder corona natuurlijk. Wat was het idee achter die losse karretjes eigenlijk? Dat je minder dingen hoefde aan te raken waarschijnlijk. Ja, best logisch. Maar wacht eens even. Dat ging toch prima?

Waar dient dat gedoe met die muntjes eigenlijk voor? Worden die karretjes anders gejat? Dat lijkt me onzin. Ten eerste: wat moet je met een supermarktkarretje? Wat heb je eraan? Niks. Het staat alleen maar in de weg. Ten tweede: stél, je wil om de een of andere bizarre reden tóch een supermarktkarretje bezitten. Daar heb je dan toch van ganser harte vijftig cent voor over? En als je zo’n plastic muntje bezit, kun je zo’n karretje zelfs helemáál gratis meenemen. Nogmaals: waarom zou je, maar het kán dus makkelijk. Nu wilde ik er het fijne van weten. Ik liep naar de servicebalie en sprak een medewerkster aan, een dame die daar al jaren werkt en dus van de hoed en de rand moest weten.

Vijf per week

“Waar is dat nou eigenlijk goed voor, dat gedoe met die muntjes?”, vroeg ik. “Mevrouw, die karretjes raken allemaal zoek”, antwoordde ze. “Maar onder ons gezegd: mét muntjes ook, hoor. Ze rijden er zo mee naar huis. Lekker handig, hoef je je boodschappen niet te sjouwen.” “En dan?”, vroeg ik ademloos. “Wat moeten ze thuis met zo’n karretje?” De vrouw haalde omstandig haar schouders op. “Géén idee. Maar we raken er hier zó vijf per week kwijt.” Vijf per week! De stad zou ermee vol moeten staan! Waar zíjn al die karretjes? In opperste verwarring liep ik naar huis, het muntje veilig in mijn vuist geklemd.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden