null Beeld Ester Gebuis
Beeld Ester Gebuis

column

Sylvia: “‘Een régenjas?! Ik ga nog liever in mijn blote kont!’ roept mijn zoon”

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (55) over regenjassen.

“$%&#*!-buienradar”, foeterde mijn zoon. Hij toonde me zijn telefoon, waarvan het scherm opgewekt ‘geen neerslag’ verkondigde. Buiten stortte het hemelwater met de spreekwoordelijke bakken uit de lucht, en hij moest erdoor, naar school. “Trek een regenjas aan”, opperde ik, maar ik wist het antwoord al: “Een régenjas?! Ik ga nog liever in mijn blote kont!” en weg was hij al, de stortbui in, met kleumerig opgetrokken schouders in zijn hoodie. Alsof dát wat helpt.

Te functioneel om cool te zijn

Wat is dat toch met regenjassen, dat tieners ze niet aan willen? Waarschijnlijk zijn ze gewoon te functioneel om cool te zijn. Eerlijk gezegd draag ik zelf ook nooit een regenjas. Ik héb er niet eens een. Ook mijn afkeer stamt uit mijn middelbareschooltijd. In mijn herinnering regende het toen bijna altijd, maar ik weigerde een regenpak of zelfs maar een jas aan te trekken. Stel je voor, mijn rattige, zorgvuldig versleten spijkerjack vol gaten en buttons (Sex Pistols, The Clash, The Cure) aan het oog onttrekken met zo’n intens burgerlijk kledingstuk! Als het plensde van de regen kon ik een heel enkele keer mijn moeder overhalen me met de auto te brengen, een lichtblauwe Volkswagen Kever (en dan een straat verderop parkeren graag, zodat mijn vrienden mij niet te zien zouden krijgen in gezelschap van zoiets kinderachtigs als een móeder), maar meestal weigerde ze. Ik was immers niet van suiker. Dan moest ik erdoor, net als mijn zoon nu.

De hele dag zat ik in de damp van die natte kleren. Die broek plakte aan mijn dijen en begon pas tegen het zevende uur op te drogen, waarna ik opnieuw de regen in moest en het proces zich herhaalde. “Waarvoor koop ik dan eigenlijk zo’n duur regenpak?”, riep mijn moeder dan. “En trouwens… waar is je mooie, leren schooltas?” “Kweenie”, loog ik dan. Die lag op mijn kamer, onder mijn bed. Je kon je op school echt niet met zo’n ding vertonen, stel je voor! Dan was je een brick in the wall, een ‘slaaf van het systeem’. Zelfs de leraren gebruikten ze niet, die droegen hun boeken en leermiddelen in een linnen tasje met een anti-kernwapenopdruk.

Aantrekken, dat is heel wat anders

Als leerling was je dus genoodzaakt je spullen in iets te vervoeren dat buiten elke verdenking stond. Een tasje van een platenzaak, dat kón. Nog verstandiger was het om gewoon géén boeken mee naar school te nemen, dan kon je meteen afdoende je minachting voor het hele fascistische instituut ‘onderwijs’ ventileren. Terwijl ik weemoedig over dit alles nadacht, liep ik naar buiten, zonder jas. Het was droog. Halverwege mijn tochtje naar de markt begon het opnieuw te gieten. Schuilend onder de luifel van een noodlijdende opticien zag ik het handvat van een kapotte paraplu uit een vuilnisbak steken. Kapot, ja, maar vast nog goed genoeg voor mij. Ik trok aan de paraplu, maar hij gaf niet mee. Ik trok harder, ik trok op mijn allerhardst, en ja hoor, daar kwam hij. Samen met een halfvolle milkshakebeker, die zijn roze inhoud frontaal over me uitstortte. Thuis, nog stinkend naar chemische aardbeien, bestelde ik online een regenjas. Het was een fluitje van een cent. Aantrekken, dat is natuurlijk nog heel wat anders.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden