null Beeld

column

Sylvia: “Ik wil vuur. Ik was en bleef een pyromaan”

Sylvia Witteman

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (20 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (56) over haar grote droom: het hebben van een haard. Maar dit is toch minder onschuldig dan dat het lijkt.

Ik heb een haardje. Of eigenlijk hebben wíj een haardje, maar het voelt toch vooral als míjn haardje. Als kind al was ik dol op fikkies stoken. Ik deed het zelfs op mijn zolderkamertje, met kaarsvet en lucifers in een oud pannetje. Ach, wat schrok mijn moeder toen ze erachter kwam! Gegild en gekrijst heeft ze. Die zolder bestond voornamelijk uit vurenhouten schrootjes. Eén scheefgesprongen luciferkop en mijn ouderlijk huis was de spreekwoordelijke prooi der vlammen geworden.

Daarna heb ik het nooit meer gedaan, maar ik was en bleef een pyromaan. Bij elk vlammetje beginnen mijn ogen te vonken, ik laat geen kans voorbijgaan om een kampvuur te bouwen en bij elke voorbijgaande brandweerauto maakt mijn hart een sprongetje. Twaalf jaar geleden kwam mijn grote droom eindelijk uit. We hadden een huis gekocht met een houtkachel. “Leuk, een houtkachel”, zei ik tegen huisgenoot P. “Dat betekent dat er een rookkanaal in de schoorsteen zit. En dat betekent weer dat we die kachel kunnen weghalen en een haardje laten maken.”

“Ja, dat kan”, zei P. Daar zou toch niks van komen, dacht hij, want bij ons komt nooit ergens iets van. Maar dit was anders. Door mijn zeldzaam doortastend handelen kwam er diezelfde week nog een haardman, die in één glorieuze dag mijn haardje bouwde. Het was werkelijk een lust voor het oog, het oor, en de neus. Het haardje brandde lustig, knetterde feestelijk en geurde naar wilde avonturen. En dat op drie hoog in de stad!

Het haardje werd de focus van vele gezellige winteravonden, het redde ons in koude winters als de cv-ketel niet tegen de kieren en enkel glas op kon stoken. Het werd een zesde gezinslid (of een achtste, als je de poezen meerekent). Ook de poezen zijn er trouwens dol op, terwijl ze bang horen te zijn voor vuur. Intussen bleek het niet zo goed te gaan met ons klimaat. In feite ging het elke dag slechter. Aanvankelijk maakte ik mezelf nog wijs dat mijn haardje daar niets mee te maken had: het brandde immers niet op olie of gas, maar op dode bomen die anders toch maar in de weg zouden liggen. Wat is er natuurlijker, duurzamer en onschuldiger dan een houtvuurtje?

Opeens ging het de hele tijd over fijnstof. Dat komt uit een haardvuur en daar worden mensen ziek van. Juist een haard is helemaal níet duurzaam, hoorde ik: 90 procent van de warmte gaat de schoorsteen uit! “Zeg, stook jij die haard nog?”, vroeg een klimaatbewuste vriendin beschuldigend. “Neem dan een houtkachel, dat is veel efficiënter...” Ik durfde niet te zeggen dat ik die houtkachel juist had weggedaan. Ik wil geen efficiëntie, ik wil vuur. Laaiende vlammen, gloeiende kooltjes. Dus nu stook ik stiekem. En als er onverwacht iemand langskomt, heb ik een dijk van een excuus klaar: ‘Ja, ik stook liever geen hout, hè? Slecht voor het klimaat. Maar ja, met die waanzinnige gasprijzen zit er niets anders op.’

Meer columns lezen kan op libelle.nl/columnisten of via de Libelle-app.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden