L39_Sylvia Beeld Ester Gebuis
L39_SylviaBeeld Ester Gebuis

Column

Sylvia: “Opeens was ik eigenaar van een vijfentwintig jaar oude camper”

Ze is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft Sylvia Witteman (55) over de camper die ze veertien maanden kapot in bezit heeft gehad.

Ik bezit al zeker tien jaar een T-shirt met de tekst It seemed like such a good idea at the time, het leek zo’n goed idee, indertijd. Ik draag het zo vaak dat de letters er bijna af zijn gesleten. Er zijn immers een heleboel dingen die toen een goed idee leken. Neem nou die oude camper. Toen ik hem kocht, veertien maanden geleden, leek dat een héél goed idee. Corona, hè?

Oude camper

“We kunnen waarschijnlijk niet naar het buitenland met vakantie”, zei ik tegen mijn gezin. “Zou het niet leuk zijn om een oude camper te kopen en een beetje door Nederland te toeren?” Zelf kan ik niet autorijden, maar mijn kinderen zijn er dól op. Daar zaten ze al op Marktplaats te kijken, hun ogen vonkend van ongekende daadkracht. Nog diezelfde dag gingen ze hem ophalen in een uithoek van ons land. Opeens was ik eigenaar van een vijfentwintig jaar oude camper.

Zo’n ding kun je natuurlijk niet midden in de stad parkeren. Geen nood, we stalden hem bij mijn zus in de tuin van haar buitenhuisje in de Bommelerwaard, gezellig onder een pruimenboom. “Zeg, het lijkt erop dat we tóch met vakantie kunnen”, zei huisgenoot P een week later vanachter de krant. Voor ik het wist, zaten we in het vliegtuig naar Kroatië. Bij terugkomst bleek de camper niet meer te starten. “De accu”, zeiden mijn zoons deskundig. Toen begonnen de scholen weer. “Jongens, doen jullie iets aan die accu?”, vroeg ik eind september, en eind oktober nóg eens. “Ja ja, dit weekend!”, zeiden ze.

Dutjes

Nou ja, die camper stond niet in de weg. Ik deed er wel eens een middagdutje in, als ik bij mijn zus op bezoek was, met uitzicht op de koeien in het weiland. Ik merkte wel dat hij echt oud was. De veertjes in de rolgordijntjes begaven het één voor één, het slot van de deur werkte niet meer en naarmate de herfst vorderde werd hij ook wat vochtig van binnen. Het werd winter en te koud voor dutjes in de camper. Het werd lente. Zomer. Mijn zoons gingen op vakantie met vrienden. “En de camper?”, vroeg ik. “Na de vakantie doen we het metéén! Echt!”

Sjon-van-de-garage

Mijn zus belde. “We krijgen hoog water”, zei ze. Haar tuin ligt achter de dijk en overstroomt op gezette tijden. Dat geeft op zich niet, maar ja, die camper stond erin. En die kon dus niet rijden. Wat nu? Mijn zus haalde Sjon-van-de-garage erbij. Sjon kwam, Sjon zag, Sjon sleepte de camper weg. Sjon belde. “Hij heeft te lang stilgestaan. Dat is niet goed voor een camper. Er moet héél wat aan gebeuren.” Ik zuchtte hardop. “Ja”, zei Sjon.

“Nou, ik vind dat wel leuk, pielen aan zo’n oud beestje. Ik wil hem wel van je kopen.” Ik slikte even, maar voelde toch ook een warm gevoel van opluchting. Sjon noemde een bedrag. Ik had er, veertien maanden geleden, het dubbele voor betaald. Maar ja, ik had hem verwaarloosd. Eigen schuld. En nu was ik er, goddank, vanaf. Wat die middagdutjes me per stuk gekost hebben, daar denk ik maar liever niet aan.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden