Sylvia Beeld Ester Gebuis
SylviaBeeld Ester Gebuis

Sylvia

Sylvia Witteman: “Pas verschenen romans las ik in de boekwinkel. Staand”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (23), twee zoons (19 en 17) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft ze over boeken lezen.

Negen Nederlandse romans moet mijn zoon lezen voor zijn eindexamen. “Negen!” roept hij telkens verontwaardigd. “Negen van die @$%&-boeken! Hoe ga ik die allemaal nog op tijd uit krijgen?” “Je hebt er op zich zes jaar de tijd voor gehad”, zei ik fijntjes (eigenlijk zeven jaar, want hij is een keer blijven zitten, maar daar kan ik op dit moment beter over zwijgen. We mogen al blij zijn als hij het haalt. Alstublieft, lief opperwezen, help hem een beetje...). Waarop hij antwoordde: “Ja, jij hebt makkelijk praten. Jij hebt er waarschijnlijk wel negenhónderd gelezen!”

Negenduizend

Ik lachte hem maar eens vriendelijk toe. Negenhonderd boeken, dat is voor hem natuurlijk een fabelachtig aantal, zoiets als ‘miljoenmiljard’. Voor hem is elk uur mét een boek een uur zónder gamen, voetbal of Netflix. Een verspild uur, kortom. “Ik heb geen negenhonderd boeken gelezen, hoor”, zei ik tegen mijn zoon. Hij begon al opgelucht te kijken, en toen vervolgde ik: “Het zijn er eerder negendúizend.” Angstig keek hij me aan. “Niet waar!”

Nou ja, het was een gok. Maar nog niet eens zo’n slechte gok, zag ik toen ik begon te rekenen. Met vijftig jaar drie boeken per week zit je al op 7.800. Nu zijn er weken dat ik de drie boeken niet haal (dankzij Netflix), maar als kind las ik er zo tien per week (ik had geen onstuimig sociaal leven en zat vooral in de bibliotheek) en ook in mijn tiener- en twintiger-jaren ging er bijna elke dag wel een boek doorheen.

Leeshonger

“Hoe kan dat nou, drie boeken per week? Je moet toch ook werken en koken en zo?” vervolgde mijn zoon. Klopt. Maar voor lezen geldt zoals voor bijna alles: oefening baart kunst. Ik dacht aan mijn studietijd. Geld had ik niet, maar wel leeshonger. De bibliotheek bood uitkomst, maar pas verschenen romans waren daar nauwelijks te krijgen. Dus ik las ze in de boekwinkel. Staand. Bij kleine boekwinkels werd ik geregeld weggestuurd, maar in de Bijenkorf was het geen probleem. Elke dag kwam ik dan een poosje lezen. Als dat staand moet, ja, dan leer je wel snel lezen, want lang staan is érg vermoeiend.

Ik heb het nooit meer afgeleerd. Inmiddels ben ik niet meer arm en krijg ik vaak boeken omdat ik een boekenrubriek heb in een krant. Ik kan liggend lezen in bed of op de bank en ik mag zo lang doen over een boek als ik wil. En dat wil ik soms ook wel. “Sommige boeken zijn zó fijn, die wil je niet te snel uit hebben”, zei ik tegen mijn zoon. “Maar dat lukt me niet meer, langzaam lezen. Ik schrok die boeken nog steeds naar binnen. Zo jammer...”

“Ja, écht jammer mama”, zei mijn zoon spottend. Zuchtend sloeg hij een bladzijde om van Het gouden ei. Bladzijde 9. Dat schoot lekker op.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden